Mediterrane Unie is feniks. Vooral Sarkozy is er blij mee

De EU, Noord-Afrikaanse en Arabische landen stichtten gisteren de Mediterrane Unie.

Sarkozy had grote ambities, maar werd door andere EU-landen teruggefloten.

Een driemanshanddruk van de Palestijnse president Abbas, de Israëlische premier Olmert en de Franse president Sarkozy: dat werd gisteren het beeld van de eerste top van de nieuwe Mediterrane Unie in Parijs. Nadat de drie elkaar op het Elysée hadden ontmoet, spraken ze plechtig hoopvolle woorden. Abbas had het over uitzicht op vrede in het Midden-Oosten. Olmert zei dat een akkoord „heel dichtbij” was. Op verzoek van de fotografen zetten ze een beleefde glimlach op en vouwden ze hun handen ineen onder het glanzende oog van Sarkozy. Het beeld was daar. Maar Olmert en Abbas spraken met de Franse president vóórdat de grote ontmoeting met 43 regeringsleiders en staatshoofden uit Europese, Arabische en Noord-Afrikaanse landen was begonnen.

Ondertussen spraken de ministers van Buitenlandse Zaken van die 43 landen met elkaar over een gevoelig punt. Zouden de Arabische leiders accepteren dat in de gemeenschappelijke verklaring aan het einde van de dag een verwijzing zou komen naar Israël en het vredesproces?

Om half acht presenteerden Sarkozy en president Mubarak van Egypte, die met de Franse president voor twee jaar is aangewezen als medepresident van de nieuwe Unie, de uitkomst. Geen verwijzing naar het vredesproces.

Wel waren ze het eens over zes „concrete projecten” die de samenwerking in de regio rond de Middellandse Zee moeten versterken. Zoals het schoonmaken van de zee, het efficiënt opstapelen van containers op schepen en het ontwikkelen van zonne-energie.

En dan kreeg Mubarak van een Arabische journalist toch nog een onvermijdelijke vraag: is de nieuwe Mediterrane Unie niet een valstrik om te zorgen dat de Arabische landen de relaties met Israël normaliseren? De Egyptische president wuifde met zijn handen de lucht schoon. „Iedereen streeft op een dag relaties met Israël na.”

President Sarkozy legde uit volgens welke criteria de top wel een succes was: er was „maximale deelname”, een gemeenschappelijke verklaring aan het einde, er waren „concrete projecten” en „geen incidenten”.

Om er aan toe te voegen: „We weten dat er nog veel moet gebeuren. Maar vertrouwen krijg je door samen te werken.” Een groepsfoto van alle deelnemers zat er nu eenmaal niet in. „Het is heel wat dat iedereen er was”, zei Sarkozy.

Niet helemaal iedereen: de Libische leider Gaddafi ontbrak. Evenals de koning van Marokko, die zich liet vertegenwoordigen door een broer.

Maar Sarkozy kreeg wel van alle kanten lof voor de grootschalige aanpak van zijn eerste informele Europese top tijdens het Franse voorzitterschap van de Europese Unie. Zo vaak gebeurt het niet dat Europa zoveel regionale leiders bijeen krijgt, klonk het uit de hoeken van Europa.

Een jaar geleden leek Sarkozy’s pleidooi voor een Mediterrane Unie andere Europese lidstaten tegelijk zinloos en gewaagd. Europa werkte al dertien jaar samen met de Middellandse Zeelanden, in het zogenaamde Barcelona-proces. Maar Frankrijk leek af te drijven van de Europese aanpak. Protest van met name de Duitse Bondskanselier Merkel leidde in maart tot een Europees compromis. De Unie die Sarkozy wenste, mocht er komen, maar dan binnen het kader van de Europese Unie. De Unie voor het Middellandse Zeegebied is een feniks: de voortzetting van het Barcelona-proces onder een andere naam. Merkel onderstreepte gisteren dan ook dat het Barcelona-proces wordt voortgezet, en koos verder voor een onnadrukkelijke aanwezigheid.

Sarkozy vierde de Mediterrane Unie wel als een grote innovatie. De grootste aanpassingen zijn de invoering van een tweejaarlijkse top en van het tweehoofdig voorzitterschap, met evenwicht tussen Noord en Zuid.

De nadruk op projecten is in Franse ogen ook een nieuwe aanpak. Terwijl het Barcelona-proces onder meer vastliep op hoge eisen aan democratie en transparant bestuur, gaat Sarkozy ervan uit dat samenwerking vanzelf tot „meer vertrouwen” leidt. Premier Balkenende prees gisteren de „praktische aanpak”, al houdt Nederland net als andere lidstaten wel vast aan de ‘Barcelona-eisen’.