Mediterrane top: vooral blije foto’s

Nieuwsanalyse

President Sarkozy stelde de Mediterrane Unie gelijk aan vrede. Maar concreet werd er het weekeinde in Parijs niet zoveel bereikt.

De top van de nieuwe Mediterrane Unie in Parijs heeft veel blije foto’s opgeleverd: president Sarkozy breed lachend tussen de Syrische president Bashar al-Assad en zijn Libanese collega Michel Suleiman. Sarkozy, weer breed lachend, tussen de Israëlische premier Olmert, stralend, en de Palestijnse president Abbas, iets verkrampter.

„Parijs hoofdstad van de vrede”, kopt de Franse krant Le Figaro vandaag. „Sarkozy maakt zichzelf vredesstichter”, aldus de Duitse krant Die Welt. En de Süddeutsche Zeitung, wat voorzichtiger: „Nieuwe aanzet tot vrede in het Midden-Oosten”.

Op de keper beschouwd is in Parijs tijdens de top en in de marge daarvan op vredesgebied maar één concreet resultaat geboekt: Assad heeft publiekelijk beloofd een ambassade te openen in Libanon. Sarkozy mocht het zaterdag bekendmaken op een persconferentie samen met Assad en Suleiman, die het beiden ook bevestigden.

Dat Syrië nooit diplomatieke betrekkingen wilde aanknopen met Libanon sinds beider onafhankelijkheid in 1946, heeft te maken met Damascus’ claim op het buurland. Volgens de Groot-Syrische gedachte is Libanon een Frans maaksel dat uiteindelijk in een Groot-Syrië zal opgaan.

Uiteindelijk was Assads toezegging maar een kleine tegenprestatie voor de grote comeback in de internationale arena die hij in Parijs maakte. De Syrische invloed in Libanon zal er niet minder door worden als met de opening van een ambassade het bestaan van de Libanese staat wordt erkend. „Niets is veranderd”, zei Wael Bou Faour, minister van Staat in de nieuwe Libanese regering van nationale eenheid, waarin Syriës bondgenoot Hezbollah vetorecht heeft.

Vervolg Unie: pagina 5

Alle vredesoverleg is nog in een erg pril stadium

De Syrische president Assad verliet gisteren de conferentiezaal toen premier Olmert het woord nam, en hij verborg zijn gezicht met zijn arm toen hij langs de Israëlische leider liep. Dat onderstreepte dat de indirecte vredesonderhandelingen tussen hun landen nog in een erg pril stadium verkeren.

Olmert, het hele weekeinde in een bijzonder positieve stemming ondanks het bekend worden van nieuwe corruptiebeschuldigingen tegen hem, zei te hopen dat „binnenkort” rechtstreeks vredesoverleg kan beginnen. Dat dacht Assad niet. Die zei dat de Verenigde Staten een rol moeten spelen in onderhandelingen met Israël – naast Frankrijk, zei hij beleefd –, dat president Bush daarin niet is geïnteresseerd en dat directe gesprekken dus niet voor volgend jaar te verwachten zijn.

Overigens is er geen enkele aanwijzing dat Olmert, als hij alle corruptie-onderzoeken zou overleven, in staat zou zijn de bezette Hoogvlakte van Golan in te leveren. En zonder Golan is er voor Assad geen vrede.

Grote krantenkoppen waren er ook voor Olmerts uitspraak, na een gesprek met de Palestijnse president en Sarkozy, dat „we nog nooit zo dichtbij een akkoord” zijn geweest. Olmert: „We naderen het moment waarop we beslissende keuzes moeten maken” en „ernstige, belangrijke beslissingen nemen, die ons in een stadium zullen brengen waar we nog nooit zijn geweest”. Dat wil zeggen, een akkoord is nog wel even weg.

Olmerts woordvoerder gaf later aan wat het „historische akkoord” zal inhouden. Dat zal, zei hij, „aangeven hoe een twee-statenoplossing eruit zal zien”. In Annapolis, waar in november de huidige ronde van het vredesoverleg werd gelanceerd, was nog sprake van een definitieve oplossing als einddoel vóór president Bush’ ambtstermijn komende januari afloopt.

Abbas zelf zei er niet zoveel over. Hij weet dat er hoe dan ook geen vrede kan zijn zolang de concurrerende beweging Hamas de Gazastrook in haar macht heeft en van daaruit elk akkoord kan blokkeren. Op de bezette Westelijke Jordaanoever waar zijn Palestijnse autoriteit regeert, is echter ook weinig te merken van vooruitgang naar vrede. Israël bouwt in ongekend hoog tempo woningen voor kolonisten en zijn wegversperringen en andere veiligheidsmaatregelen maken Palestijnse economische ontwikkeling onmogelijk. De Palestijnse president is zo kwaad over de bouw in Israëlische nederzettingen, zei een medewerker vorige week, dat hij overweegt het vredesoverleg op te schorten.