Lenige, lichte, lyrische tenor

John van Kesteren was met zijn lichte, lenige tenor internationaal succesrijk in moeilijk te bezetten rollen.

In 2003 zong hij nog een duet met operettezanger Johan Heesters, op diens honderdste verjaardag. De stem van tenor John van Kesteren (Den Haag, 1921) bleef soepel, tot op het allerlaatst. In het tv-programma Reiziger in Muziek uit 1997 (te zien op YouTube) waagde de 76-jarige zich dapper aan de ene hoge noot na de andere. „Ik moet iets verkeerd hebben gedaan; ik zing nog”, zei Van Kesteren in het Rotterdams Dagblad. De zanger overleed vrijdag in Florida, waar hij al zo’n dertig jaar woonde. Hij organiseerde er een zangconcours en benefietconcerten.

Van Kesteren begon zijn loopbaan als technisch tekenaar bij de PTT. Als gast op een soirée bij KLM-directeur Albert Plesman hief hij – wel al een fervent amateur operettezanger – een lied aan. Eduard van Beinum, dirigent van het Concertgebouworkest, was er ook. „Je maakt mij niet wijs dat je geen professional bent”, zei die, en regelde een beurs voor het conservatorium in in Den Haag. Maar het duurde nog tot 1950 voor Van Kesteren zijn PTT-baan opzegde, en professioneel zanger werd.

Het zwaartepunt van Van Kesterens carrière lag in het buitenland, waar hij zong onder dirigenten als Karajan, Klemperer en Richter. Met zijn lichte, lyrische, lenige en ouderwets Italiaanse aandoende geluid boekte hij successen in rollen die moeilijk te bezetten zijn; Le Comte Ory van Rossini bij voorbeeld. De Duitse regering benoemde hem in 1965 tot ‘Bayerische Kammersanger’. In 1970 werd hij eveneens Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

In Nederland zong Van Kesteren vooral komische opera’s en, vele malen, Bachs Matthäus Passion. „Ik ben van de Matthäus rijker geworden dan Bach zelf”, zei hij.

Televisie was in de jaren zestig Van Kesterens tweede poort naar internationaal succes. Met zijn ouderwetse, hoffelijke air (in zijn schaarse vrije tijd schreef hij „romantische gedichten”) en elegante topregister won hij een breed publiek voor klassieke muziek, onder meer in de ‘muzikale soirees’ die hij, met zijn vrouw en hond, presenteerde voor de VARA.

Zijn vriendschap met componist Carl Orff maakte Van Kesteren ook tot dé Orff-tenor. Hij zong diens Carmina Burana overal, ook in de verfilming van Ponelle (1975). Daarbij werd Van Kesteren geroosterd op een vuurtje, en vatte per abuis echt vlam. Hij redde zich door in een vijver te springen. Zulke anekdotes vormen de spil van de geestige en sprankelende autobiografie die Van Kesteren wijdde aan zijn lange leven in de muziek, The Fun-Tome of the Opera.

Meer weten en horen:www.johnvankesteren.nl