Japanse Studio-Sport-jazz naast psychedelische latin

Voor wie het avontuur zocht, was er op het North Sea Jazz Festival in Ahoy te Rotterdam weer veel opzienbarends te zien, met cross-over in alle smaken.

Het gedrang was als vanouds op de 33ste North Sea Jazz Festival, voor de derde keer in het Rotterdamse Ahoy. Met ongeveer 70.000 bezoekers over drie dagen neigen de bezoekersaantallen alweer naar de records in Haagse tijden. De zaterdag en de passe-partouts waren uitverkocht. De organisatie wijdt het succes aan het mooie weer en de vele grote namen in het programma van 200 concerten. Rotterdam haakte in op het festival met North Sea Round Town: tot de ochtendstond waren in de binnenstad kleinere jazzconcerten.

Vertrouwd was de combinatie van grote namen met obscure klassieken en nog net niet doorgebroken talent, en de grote verscheidenheid aan stijlen die soms slechts zijdelings met jazz te maken hadden. Maar durf is alles, zeker voor wie op zoek ging naar de jazz op zo’n breed opgezet festival. Het avontuur en de vrijheidszin die bij die muziek horen, waren te vinden op onverwachte plekken.

De jonge Britse groepen Acoustic Ladyland en Led Bib gingen messcherp en volumineus te werk waarbij vooral het verfrissende gebrek aan stijlbegrenzingen bij de eerste band prettig trof. Uit metal, gabber en free jazz bouwden zij stekelige jazz. Soil & Pimp Sessions uit Japan gingen rumoeriger te werk met pompende Studio-Sport-jazz on dope.

The Mars Volta plaatste drukke improvisaties in een raamwerk van ruige rock. De hoge, dwingende stem van de als een derwisj draaiende zanger Cedric Bixler-Zavala torende uit boven een geluidsmuur, met een bassist die met wah-wah-vervorming speelde, een saxofonist die in freejazz-explosies uitbarstte, en gitarist Omar Rodriguez-Lopez die zijn gitaar uitzinnig liet janken. Elk festival heeft zo’n concert nodig, waarbij teerhartigen met de vingers in de oren de zaal ontvluchten.

Saxofonist Wayne Shorter liet de trommelvliezen met rust. Toch joeg hij zijn publiek met bosjes de zaal uit. Zijn kwintet speelde zeldzaam abstract en hermetisch, vol korte, versnipperde frases en hortende ritmes. Shorter probeerde zijn stijl samen te doen smelten met een blazerskwintet van klassieke snit. Dat lukte niet echt, maar Shorter durft tenminste wel.

‘Cross-over’ is het toverwoord, en ja, talrijke groepen mengden stijlen en overschreden grenzen. Grupo Fantasmo, uit Austin (Texas) speelde latin met een psychedelische instroom van rockende gitaren. De ritmes waren doeltreffend versimpeld, zodat de beat ook te vinden was voor wie geen salsalessen volgt. Gnarls Barkley, met producer Danger Mouse schmierend achter het Hammondorgel, maakte eerder een pastiche op allerlei genres, van prikkende funk tot aalgladde Westcoast-pop.

Musici uit de traditionele jazz horen ook er ook bij. De spectaculaire rietblazer James Carter opende zijn set met het tachtig jaar oude Chant in the night van Sidney Bechet. Hij stofte met veel aplomb enige oude jazzstukken af, met de 22-jarige trompettist Curtis Taylor aan zijn zijde. Charlie Haden verbaasde zich hardop over de ouderdom van zijn Lonely woman, dat hij in 1956 opnam met Ornette Coleman. Zijn Quartet West wist de sfeer en emotie van de oude jazz goed te treffen. De 81-jarige altsaxofonist Lou Donaldson verwees op een heel andere manier naar het vorderen van de tijd, met zijn volvette grappen over Viagra.

Interviews en optredens op www.nrc.nl/northseajazz