Ingreep in VS om paniek te beteugelen

Het Amerikaanse ministerie van Financiën en de ‘Fed’ hebben de twee grootste hypotheekfinanciers, Fannie Mae en Freddie Mac, noodkredieten gegeven om paniek over het financiële systeem te beteugelen.

Een andere grote hypotheekbank, het Californische IndyMac, ging dit weekeinde intussen ten onder nadat nerveuze klanten massaal hun spaargeld opeisten. IndyMac is opgeheven en tienduizenden klanten zijn een deel van hun geld kwijt. Het einde van de bank is de op een na grootste ondergang van een Amerikaanse bank tot dusverre, en is een direct gevolg van de crisis op de hypotheek- en huizenmarkten. De overheid heeft de restanten van de bank overgenomen.

De ‘Fed’, het federale systeem van centrale banken, en het ministerie van Financiën, poogden met onorthodoxe middelen Fannie Mae en Freddie Mac te redden. Gisteravond stelde minister van Financiën Hank Paulson voor onbegrensde hoeveelheden aandelen van de twee, die zowel semipubliek als beursgenoteerd zijn, aan te kopen. Ook zouden de hypotheekgiganten zoveel van de overheid mogen lenen als nodig is. De Fed maakt het verder mogelijk dat de hypotheekbedrijven direct van de centrale banken lenen.

IndyMac Bank was met 32 miljard dollar aan activa kleiner dan ‘Fannie en Freddie’, maar nog altijd de grootste beursgenoteerde en niet aan de overheid verbonden hypotheekverstrekker. Het einde kwam nadat klanten twee weken gemiddeld meer dan 100 miljoen dollar per dag van hun tegoeden opnamen. Dat zou zijn aangejaagd door de Democratische senator Charles Schumer. Hij schreef in juni brieven aan de toezichthouders over „serieus te nemen problemen”. Schumer wijst het verwijt van betrokkenheid bij de ondergang van de hand en zegt dat de regering-Bush „de schuld van de brand neerlegt bij degene die het alarmnummer belde”.

De hoofdvestiging, in Pasadena, sloot vrijdag onverwacht drie uur eerder dan normaal.

Vervolg IndyMac: pagina 9

Ook de site ging dicht

IndyMac werd groot dankzij zogeheten Alt-A-hypotheken: hypotheken van huiseigenaren zonder slechte kredietgeschiedenis, zoals bij subprime-hypotheken, maar die ook geen bewijs van kredietwaardigheid hoeven te tonen. Op het hoogtepunt had IndyMac 10.000 werknemers en 152 vestigingen. Na verkoop van onderdelen zijn er nog 33 vestigingen over, alle in het zuiden van Californië.

De filialen bleven dit weekend dicht en klanten konden ook niet telefonisch of via internet bankieren. Wel konden ze hun pinpas gebruiken. De vestigingen zouden vandaag weer opengaan als een nieuw opgerichte bank, onder leiding van de FDIC. Dat is het overheidsorgaan dat, met bijdragen van de bankensector zelf, garant staat voor een deel van het ingelegde geld. Alleen klanten die minder dan 100.000 dollar (62.700 euro) op hun rekening hebben, kunnen aanspraak maken op het volledige bedrag.

Meer over de hypotheekcrisis op nrc.nl/kredietcrisis