Hij is net Pantani, en daar is Ricco trots op

Twee jonge wielertoppers wonnen voor de tweede keer een rit in deze Tour de France.

Maar het verschil tussen Mark Cavendish en Riccardo Ricco is groot.

Of Marco Pantani zijn voorbeeld was? Riccardo Ricco, die gisteren na een indrukwekkende aanval op de Col d’Aspin de eerste Pyreneeënetappe van de Tour de France won, aarzelde geen moment. „Pantani is een groot kampioen. Ja, tien jaar geleden zat ik als jochie voor de televisie toen hij de Giro en de Tour won. Later kreeg ik een cassette en een dvd van hem. Hij was mijn idool. Op een dag wilde ik Marco Pantani zijn.”

In de huidige wielersport een gewaagde uitspraak. De meeste renners willen zich niet met het door doping besmette verleden associëren. Laat staan met Pantani, de snelste klimmer aller tijden, die in 2004 op zijn 34ste stierf na een overdosis cocaïne. Maar de 1,73 meter kleine en 59 kilo lichte Ricco (24) heeft geen boodschap aan de nieuwe tijd. ‘Il Cobra’, die gisteren na Super-Besse zijn tweede Tourrit won, voelt zich gewoon de opvolger van ‘Il Pirata’.

De Britse sprinter Mark Cavendish (23) won een dag eerder ook al zijn tweede rit van deze Ronde van Frankrijk. De renner van het succesvolle team Columbia, dat gisteren eenvoudig de gele trui van Kim Kirchen behield, doet net als Ricco vooral wat hem zelf goeddunkt. Hij aarzelde geen moment toen Pat McQuaid, voorzitter van de internationale wielerunie UCI, hem vorig jaar vlak voor de Tour vroeg om samen met de Fransman Sandy Casar als eersten een streng antidopingcharter te tekenen. Cavendish moest weten dat die actie hem in het peloton niet louter vrienden zou opleveren. Toch tekende hij, voor het oog van de wereldpers.

Ricco en Cavendish zijn op relatief jonge leeftijd uitgegroeid tot de besten van de wereld, ieder in hun eigen specialiteit. De Italiaan van Saunier Duval brak vorig seizoen door met twee ritzeges in Tirreno-Adriatico, een opvallende Milaan-Sanremo en een ritzege en zesde plaats in de Ronde van Italië. Dit jaar won hij in de Giro twee keer bergop, kwam tot op vier tellen van leider Alberto Contador, om pas in de slottijdrit definitief het hoofd te buigen.

Gisteren bewees hij op vier kilometer onder de top van de Aspin opnieuw dat hij bergop in de Tour zijn gelijke nog moet ontmoeten. Als op een brommer schoot de Italiaan weg uit de groep met favorieten, om alle vroege vluchters in te halen en direct het nakijken te geven. In drie kilometer maakte hij 3.30 minuut goed op koploper Sebastian Lang.

„Geen probleem”, had geletruidrager Kirchen gedacht toen Ricco demarreerde. „Ik kon de situatie controleren. Mijn ploeg heeft een week hard gewerkt. Er zijn nog genoeg ploegen die niets hebben gedaan. Het was aan hen om op de aanval van Ricco te reageren.”

De favorieten toonden zich in de eerste serieuze bergrit alleen bij de rondearts. Cadel Evans leek er na een val het ernstigst aan toe. Met schaafwonden aan linkerknie en elleboog en een op zijn rug opengescheurd shirt werd hij na afloop snel door zijn ploeg afgevoerd. Wel zo rustig, hoefde hij geen interviews te geven. Alejandro Valverde liet de dokter onderweg even kijken naar zijn rechterknie, waarom hij een dun verbandje draagt. Rabokopman Denis Mentsjov en CSC’s Carlos Sastre verstopten zich en bleven rustig bij de vele tempoversnellingen in de eerste groep. Het spektakel moest maar van Ricco komen.

Met de Italiaan is Cavendish na de eerste week de opvallendste renner van de Tour. In de natte straten van Toulouse won hij zaterdag de massasprint, even overtuigend als in de vijfde etappe naar Châteauroux. Sinds hij vorig jaar in de laatste meters van de Scheldeprijs uit het niets langs Robbie McEwen naar de zege flitste, is het snel gegaan met de op het eiland Man geboren renner. Hij won veel en van alles, werd wereldkampioen koppelkoers op de baan en was twee keer de snelste in de afgelopen Giro. Manager Bob Stapleton durfde zijn ploeg na het stoppen van sponsor T-Mobile rustig uit eigen zak te financieren. Cavendish was een goed onderpand. En zie, vlak voor de Tour diende zich met Columbia een nieuwe geldschieter aan.

Na zijn eerste ritzege in de Tour rekent hij zichzelf brutaal tot de grote sprinters. Zoals Ricco in de afgelopen Giro ook geen blad voor de mond nam om zijn eigen prestaties te becommentariëren. Goed, uitgesproken en van zichzelf overtuigd. Maar daarmee houden de overeenkomsten tussen de twee jonge toppers wel op. Cavendish mag na elk succes zijn ploeg loven, bij Ricco gaat het al gauw over doping.

De Franse sportkrant L’Equipe, met goede contacten bij de Tourorganisatie en het laboratorium dat de dopingcontroles doet, meldde zaterdag dat Ricco in de eerste paar dagen al vier keer was gecontroleerd. De krant suggereert dat de Italiaanse klimmer bij een tiental renners zou horen met verdachte bloedwaarden. „Ik voel me rustig”, reageerde Ricco. „Ik ben niet boos over de geruchten, wel teleurgesteld. Ik had al als kind afwijkende bloedwaarden. Daar heb ik van de UCI een certificaat voor. Ik hoop dat dit stopt.”

Manager Stapleton van Columbia voelde direct nattigheid, gevraagd naar overeenkomsten tussen Cavendish en Ricco. „Nee, er is geen enkele overeenkomst”, lachte hij. Zijn paradepaardje heeft niets met iemand die Marco Pantani als voorbeeld noemt.