Europa luiert zich naar de marge der politieke macht

Rusland bezint zich op een militair-politieke reactie op de plaatsing in Europa van het Amerikaanse antiraketschild.

Intussen doet de EU alsof er geen vuiltje aan de lucht is.

Met de deelname van Tsjechië heeft Washington zijn antiraketschild tot vlak aan de grenzen van Rusland ontplooid (nrc.next, 9 juli). Hoewel het Pentagon zich repte om te ontkennen dat de Russen in het vizier worden genomen, vielen er meteen rake klappen. „Wij gaan de Amerikanen lik op stuk geven”, stelde een Russische diplomaat vorige week in de marge van een overleggroep in Brussel. „Voor iedere inmenging in onze buurt zal Rusland duidelijke maatregelen treffen. De Europeanen moeten maar eens goed nadenken of zij in dit spel willen worden meegesleurd.”

Touché.

Ondanks het feit dat president Bush zich gewonnen heeft gegeven voor een solide Europees defensiebeleid, hebben de VS hun eigengereide veiligheidsstrategie geenszins vaarwel gezegd. ‘Nationale veiligheid eerst’ is het credo en hoe de Europeanen dat met hun buren oplossen, is hun probleem.

Maar denk maar niet dat er in Brussel ook maar enigszins wordt overlegd. Een enkel rapportje misschien, maar voor de rest vertoeft het leger eurocraten in zonniger oorden. De al onderbemande beleidscellen draaien op vakantiedienst. Zo gaat dat met een wereldspeler die moet teren op soft power.

Moeten we dan werkelijk wakker liggen van Russische tegenmaatregelen en hoever kan het Kremlin daarbij gaan?

In eerste instantie zal het Russische leger de VS een koekje van eigen deeg geven. De Russen werken hard aan een eigen luchtafweersysteem dat vijandige vliegtuigen en raketten kan vernietigen. Binnen enkele jaren zal een nieuwe generatie uiterst geavanceerde luchtdoelraketten het Russische grondgebied beschermen. Tegen 2015 zal Moskou ruim 150 miljard euro besteden om de helft van het huidige militaire materiaal te vervangen. De nucleaire slagkracht wordt gemoderniseerd dankzij de aankoop van zes Borei-klasse onderzeeboten en honderd Topol-M langeafstandsraketten. De luchtmacht wordt uitgerust met 110 nieuwe gevechtsvliegtuigen, de zeemacht met 21 nieuwe oorlogsbodems. Om de Amerikaanse overmacht in de ruimte te doorbreken wil Moskou een volledig nieuw satellietsysteem lanceren. Defensieanalisten hebben herhaaldelijk aangestipt dat de Russen nauwelijks een schim zijn van de voormalige Sovjet-Unie. 150 miljard is echter geen habbekrats en blijkt slechts het begin.

Premier Poetin heeft het tot één van zijn persoonlijke prioriteiten gemaakt om de nationale defensie-industrie opnieuw uit het slop te trekken. De wapenproducenten uit de Koude Oorlog zijn ondergebracht in één groot consortium en er worden miljoenen uitgetrokken om topingenieurs aan te trekken voor de ontwikkeling van nieuwe systemen. Indien deze inspanningen worden voortgezet, staat niets Rusland in de weg om in tien jaar opnieuw uit te groeien tot militaire supermacht op het Euraziatische continent.

Een directe confrontatie met de VS zit er niet aan te komen, maar Ruslands geopolitieke claustrofobie maakt het uiterst gevoelig voor provocaties. In april dit jaar nog haalde een straaljager een Georgisch onbemand verkenningsvliegtuig neer. In de Arctische Zee voeren Russische en Amerikaanse onderzeeërs opnieuw een kat-en-muisspel. Nabij de betwiste Koerillen-eilandengroep is het herhaaldelijk tot confrontaties gekomen met de Japanse zeemacht. Aan de grenzen met China wordt de toenemende Chinese invloed met argusogen bekeken. Het gaat dus veelal om een zenuwenoorlog, een klimaat dat de diplomatieke bewegingsruimte van spelers zoals Europa en China aanzienlijk inperkt.

Andere waarnemers beklemtonen dat Rusland in eerste instantie economische belangen vooropstelt. Het heeft Europese investeerders nodig en zal daarom wel bijdraaien. Vraag is of de blijvende afhankelijkheid van de Europese markt werkelijk zal aanzetten tot een vriendelijker buitenlands beleid. Poetin heeft het Chinese ontwikkelingsmodel bestudeerd en geleerd dat het Westen toch zaken wil blijven doen – ondanks de politieke en diplomatieke geschillen.

Het komt erop aan Europa verdeeld te houden, een strategie die het Kremlin als geen ander beheerst. Diverse nieuwe pijpleidingen moeten de competitie tussen de verschillende Europese energieleveranciers aanwakkeren: de Noordelijke Stroom naar Duitsland, de Blauwe Stroom naar Turkije en de Zuidelijke Stroom naar Italië en Oostenrijk. Koppel daaraan de verschillende andere contracten die Gazprom heeft afgesloten met landen als België. Men hoeft zich dus weinig illusies te maken dat de Europeanen het hard zullen spelen.

Bovendien schuiven Europese leiders rijen dik aan om een graai te doen naar vers Russisch kapitaal, investeringen, rijke toeristen en de talrijke infrastructuurprojecten die Moskou met haar gasgeld financiert. Intussen maken hun Russische collega’s er een spel van om de ene na de andere paragraaf te schrappen over democratie, persvrijheid en mensenrechten. Genoegzaam strooien ze zout in de wonden door te wijzen op de moeizame Europese integratie, het „falende monetaire beleid” en de vergeefse pogingen om de Europese markt grondig te moderniseren.

Rusland confronteert Europa met het trieste lot van een zogenoemde postmoderne diplomatie die waarden en soft power hoog in het vaandel heeft, terwijl het er amper in slaagt zich staande te houden. Moeten we ons niet de vraag stellen of al onze ronkende postmoderne principes niet meer zijn geweest dan een schaamlapje om ons gebrek aan diplomatieke invloed en de moeilijke interne toestand te verdoezelen?

Intussen zijn in Brussel de restaurants leeg, net zoals de buitenlandse agenda van het Franse voorzitterschap, en lijkt niets erop dat de EU zich wenst te herbezinnen op haar positie in een veranderde wereld.

Jonathan Holslag doet onderzoek naar vraagstukken over internationale veiligheid aan de Vrije Universiteit Brussel.