De ongewenste redding na een zelfmoordpoging

Een patiënt wordt tegen zijn wil gered na een zelfmoordpoging.

Moet hij de rekening van het ziekenhuis van 3.200 euro betalen?

De zaak. Een man probeert zelfmoord te plegen en wordt met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Daar wordt hij gered. De rekening voor de behandeling bedraagt ruim 3.200 euro. Maar de patiënt weigert te betalen. Het ziekenhuis stuurt na enige tijd de deurwaarder. De patiënt zegt tegen zijn wil te zijn gered en acute behandeling te hebben geweigerd. En weigert dus ook de rekening. Het ziekenhuis erkent eigenmachtig te zijn opgetreden.

Wat voor soort kwestie is dit?

Dit gaat niet over straf of boete, maar over verbintenissen tussen burgers. Over afspraken maken. Wanneer mag je betaling eisen? Wanneer is er sprake van een opdracht? Hoe is de verhouding tussen een hulpverlener en een patiënt? Hoe en wanneer ontstaan verplichtingen: om te betalen dan wel om bijstand te verlenen. Burgerlijk recht dus.

Hoe beredeneert het ziekenhuis de vordering?

Het ziekenhuis zegt ten eerste dat de patiënt moet betalen op basis van artikel 7:453 Burgerlijk Wetboek. Daarin staat: ‘De hulpverlener moet bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard.’ Het ziekenhuis zegt dat het mensen moet helpen die in een levensbedreigende situatie verkeren en dat het geen medische hulp mag weigeren.

En dus moet de patiënt ook betalen?

Nee, de kantonrechter in Rotterdam zegt dat dit artikel alleen slaat op de verplichtingen van een ziekenhuis bij een tevoren afgesproken behandeling. En die was er niet. Bovendien zijn dit gedragsregels die tussen medici onderling gelden en niet tussen patiënten en ziekenhuizen.

Heeft het ziekenhuis meer argumenten?

Ja, de dokters wijzen in het wetboek van Strafrecht een gedragsnorm aan. In artikel 450 staat dat je een boete krijgt of celstraf als je iemand nalaat te helpen „indien de dood van de hulpbehoevende volgt”. Maar ook daar is de kantonrechter niet van onder de indruk. Het risico dat je zelf straf krijgt, betekent niet dat je bij een ander een rekening mag innen voor je goeie gedrag.

Heeft de patiënt dus gewonnen?

Nee, de rechter is creatief en draagt een rechtsgrond aan waar het ziekenhuis niet op kwam. Volgens de rechter speelt hier zaakwaarneming een rol: „Het zich op een redelijke grond inlaten met de behartiging van een anders belang, zonder opdracht van die ander.” Degene wiens belang wordt behartigd, is dan juridisch verplicht de schade van de zaakwaarnemer te vergoeden.

De vraag is dan of het mogelijk is iemands belang te behartigen tegen diens wil. In de jurisprudentie en de doctrine is aanvaard dat dit alleen kan onder uitzonderlijke omstandigheden. Bijvoorbeeld bij een poging tot zelfmoord. Gaat het daarbij om een schreeuw om aandacht of juist om de uitvoering van een goed beredeneerd plan? „Voor degene die te hulp schiet, is het antwoord onbekend”, zegt de rechter. Diens twijfel mag de doorslag geven voor redelijke belangenbehartiging. Ook als de patiënt zegt dat hij niet behandeld wil worden, mag de arts betwijfelen of hij dat echt niet wil. Redelijk handelen in dit geval is dus rechtmatige belangenbehartiging. Daaruit ontstaan verplichtingen. Het ziekenhuis mag incasseren.

Folkert Jensma

Lees de reactie van Ton Hartlief van het Nederlands Juristenblad op nrc.nl/uitspraak