De nieuwe man naast Balkenende

Henk Brons is de opvolger van Gerard van der Wulp als hoofd van de Rijksvoorlichtingdienst. De oud-journalist bracht ooit voormalig minister Onno Ruding in problemen.

„Dames en heren, de minister-president.” Voor het grote publiek zijn de aankondiging van de wekelijkse persconferentie van premier Balkenende en de continue aanwezigheid in het tv-beeld schuin achter de geïnterviewde premier de meest in het oog springende taken van de directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD).

Afgelopen vrijdag besloot de ministerraad dat Henk Brons deze taak vanaf 1 september op zich neemt. Hij volgt Gerard van der Wulp op, die tweede man wordt op de ambassade in Washington.

Brons (1956) werkt sinds 2002 bij de RVD, de laatste vier jaar als plaatsvervanger van Van der Wulp. Tussen 1990 en 2002 was hij voorlichter van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap actief, vanaf 1993 als directeur.

Voordat hij de voorlichting inging, was Brons journalist. Hij studeerde aan de School voor de Journalistiek in Utrecht. Van 1980 tot 1990 was hij verbonden aan dagblad Het Vrije Volk. Aanvankelijk als politiek redacteur en later als chef van de sociaal-economische en parlementaire redactie. Hij bracht toenmalig minister Ruding van Financiën in 1984 in problemen door samen met een collega uit diens mond op te tekenen dat werklozen maar weinig deden om weer een baan te krijgen. „Ze blijven liever dicht bij Tante Truus wonen. [...] Veel werkelozen maken zich er met een Jantje van Leiden vanaf.” Vakbonden riepen om zijn aftreden, en premier Lubbers moest zich verontschuldigen.

Brons zal als directeur van de RVD dit soort incidenten willen voorkomen. Hij wordt verantwoordelijk voor de woordvoering van premier en kabinet, en ook voor die van het Koninklijk Huis. Bovendien speelt het hoofd van de RVD bij kabinetsformaties een belangrijke rol. Hij is dan de woordvoerder van de (in)formateur.

De positie van de RVD in de overheidsvoorlichting is de afgelopen jaren aanzienlijk verstevigd, onder meer door de coördinerende rol van de dienst.