Aanklacht tegen leider van Soedan

De aanklager van het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag heeft de rechters van het Strafhof gevraagd om de Soedanese president Omar al-Bashir aante klagen wegens genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Aanklager Luis Moreno-Ocampo heeft tien aanklachten ingediend.

Het is de eerste keer dat het ICC zich buigt over een aanklacht tegen een zittend staatshoofd. Een panel van drie rechters zal besluiten of er een arrestatiebevel wordt uitgevaardigd.

Volgens Ocampo is Bashir het brein achter een plan om grote delen van drie bevolkingsgroepen te vernietigen op basis van hun etniciteit. Die bevolkingsgroepen zijn de Fur, de Masalit en de Zaghawa. Hij kon de rebellen niet verslaan, dus ging hij achter de bevolking aan, zei Ocampo. „Zijn motieven waren grotendeels politiek. Zijn alibi was het neerslaan van een opstand, zijn intentie was genocide.”

Soedan zei gisteren dat een aanklacht tegen Bashir het vredesproces in Darfur zal ondermijnen. De regerende Nationale Congrespartij waarschuwde voor „meer geweld en bloedvergieten” in Darfur als er een arrestatiebevel wordt uitgevaardigd, aldus de Soedanese staatstelevisie. Bashir hield gisteren spoedberaad met zijn ministers. Soedan heeft de Arabische Liga gevraagd om spoedoverleg over de kwestie.

De Verenigde Naties zitten in een moeilijke positie. De VN-Veiligheidsraad gaf drie jaar geleden de opdracht voor het onderzoek naar mensenrechtenschendingen in Darfur. Maar tegelijkertijd hebben de VN samen met de Afrikaanse Unie 9.000 vredesmilitairen gestationeerd in de Soedanese regio. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon benadrukte zaterdag de onafhankelijkheid van het ICC maar ook de noodzaak om de situatie in Darfur te beheersen. Hij uitte zijn zorg over de impact van de aanklacht voor de VN-macht.

Strafhof: pagina 5