Leonard Cohen: stem van goud

Leonard Cohen. Gezien: 12 juli Amsterdam, Westerpark.

„Ik wil u danken voor alle jaren dat u mijn liedjes levend hebt gehouden”, zei Leonard Cohen zaterdagavond na het zingen van zijn succesnummer I’m Your Man. Maar voor het inblazen van nieuw leven heeft hij zijn fans niet nodig, zo bleek uit het verbluffende concert dat hij ‘Live at Westerpark’ gaf. Klassieke hoogtepunten uit zijn veertigjarige carrière – van So Long Marianne’ tot First We Take Manhattan – klonken beter dan ooit; niet alleen dankzij een negenkoppige begeleidingsband, maar ook doordat Cohens lage bariton mettertijd indrukwekkender is geworden. Toen de melodieuze mompelaar twintig jaar geleden zong dat hij geboren was with the gift of a golden voice gold dat als zelfspot; nu is het de waarheid.

Het is aan een frauduleuze manager te danken dat de singer-songwriter voor het eerst sinds 1993 – en vier jaar na zijn laatste cd Dear Heather – weer op wereldtournee is gegaan. Financiële aderlatingen mogen hem inmiddels grijze haren hebben bezorgd, hij lijkt geen dag ouder dan toen.

Slank en tanig, gekleed in double-breasted krijtstreeppak en getooid met een deuk-en-gleufhoedje, leek hij een kruising tussen Ronald Reagan en Ronald Plasterk. Hij speelde tweeënhalf uur, knielde voor de solisten uit zijn band, duetteerde met zijn achtergrondzangeressen Sharon Robinson en The Webb Sisters, huppelde af en toe over het podium en gaf zes toegiften (waaronder het toepasselijke I Tried To Leave You) voordat hij samen met de band afscheid nam met een a cappella gezongen Whither Thou Goest.

Het merendeels bovenmiddelbare publiek kwam volledig in de ban van zijn charisma en zijn bronsgouden stem. Niet alleen bij uitstekende uitvoeringen van Tower Of Song (met ritmebox en veel humor) en Hallelujah (waarvan de religieuze sfeer werd verhoogd door de zon die met veel goud onderging tussen de wolken); maar ook bij het spannend getimede Everybody Knows, waarbij het telkens even leek alsof hij zijn tekst vergat, en If It Be Your Will, dat Cohen parlando inleidde en verder loepzuiver liet zingen door Charlie en Hatty Webb.

Wie tijdens het veertig jaar oude Suzanne talrijke concertgangers in opperste vervoering de tekst zag meeprevelen, besefte waarom er ook in poëzieminnend Nederland zoveel Suzannes, Susannes, Susans en Suzans tussen de dertig en de veertig rondlopen.