Zenuwlijders

Wat gebeurt daar? is de titel van een stukje van Menno ter Braak, geschreven in november 1937. Op de elfde van die maand worden sinds 1920 bij de Cenotaph in Londen ieder jaar de gevallenen herdacht. (Op elf november 1918 werd bij Compiègne in een spoorwagon de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog getekend.) Daar, bij Whitehall stonden ze toen allemaal weer, Koning George V, premier Neville Chamberlain, de kerkvorsten, en verderop het volk. ‘De hele maatschappij was uitgerukt’, schrijft Ter Braak. Nooit meer oorlog, was de boodschap. Toen, plotseling rende een man op de koning af. ‘All this hypocrisy’, schreeuwde hij. ‘You are deliberately preparing for war!’ Het was, zoals we nu zeggen, niet helemaal waar. In Berlijn waren ze er al druk mee bezig, meer dan in Londen. Ook toen waren het spannende tijden, maar daar gaat het nu niet over. Die man had op zijn manier gelijk. En zo gaat het dan onder zulke omstandigheden: een peloton bewakers stortte zich op hem, hij werd gearresteerd en weggevoerd. Maar het was loos alarm, want zoals later bleek, was hij gewoon een ‘zenuwlijder’. Zo werden die mensen toen genoemd; een eufemisme voor ongevaarlijk gek. Ter Braak trok in dit stukje partij voor hem. Het staat in het Verzameld Werk, deel vier, pagina 647. Deze zenuwlijder heette Stanley Stoney.

De afgelopen week zijn we via de media uitvoerig op de hoogte gehouden van de belangrijke vergaderingen op Hokkaido. Daar waren de leiders van de G8, de oude industriële grootmachten bij elkaar om de wereld te redden. Amerika, Groot-Brittannië, Canada, Duitsland, Frankrijk, Italië, Japan en Rusland. Zenuwlijders van overal ter wereld, nu actievoerders genoemd, hadden er al niet veel fiducie in. Voor het gebouw van de conferentie verschenen ze met de hoofden van de wereldleiders als grote carnavalskoppen op hun schouders. Mijn wantrouwen werd vooral gewekt door het lacherig gestommel waarmee het gezelschap zich voor de camera’s van de wereldmedia arrangeerde. President George W. Bush begroette premier Berlusconi als een oude vriend. Sylvio wordt in eigen land door de helft van de bevolking als een oplichter beschouwd, en voor George geldt min of meer hetzelfde. Maar laten we er niet te zwaar aan tillen. Het ging daar om het redden van de planeet.

Dat is gelukt! De G8 hebben afgesproken dat in 2050 de uitstoot van kooldioxide met de helft moet zijn verminderd. Terwijl de leiders tot die conclusie kwamen, maakten Nederlandse weerkundigen bekend dat onze kleinkinderen en achterkleinkinderen tegen het einde van deze eeuw er rekening mee moeten houden dat het ’s zomers wel eens veertig graden kan worden. Intussen stonden in alle wereldsteden de files te stinken, vlogen er meer vliegtuigen dan ooit door onze bezwadderde dampkring, braakten de schoorstenen hun gebruikelijke tonnen ongerechtigheid, doorkliefden de cruiseschepen met volop genietende toeristen de tropische wateren, enzovoort.

Onze wereldleiders zijn van de beste bedoelingen bezield, dat nemen we aan zolang het tegendeel niet is bewezen en er is trouwens ook niemand die de dame en heren van satanische plannen verdenkt. Dat is niet het probleem. De leiders worden niet meer geloofd. De commentaren, hoofdartikelen, gesprekken bij de televisie, in discussiegroepen kun je samenvatten met een ‘jaja, ze kunnen ons nog meer vertellen’ en dan volgen duizend en één argumenten, serieus, politiek, wetenschappelijk, populistisch, waarom we hun besluiten en adviezen aan onze laars kunnen lappen. China, India en Brazilië doen niet mee met de G8, het is een stoffig gezelschap geworden, het is de hoogste tijd voor een G10 of G14.

Denken we dat, als de G8 zich desnoods zou verdubbelen, de geloofwaardigheid daarmee zou stijgen? Ik geloof het niet. Het ligt misschien niet eens aan de mensen maar aan het instituut van het leiderschap zelf. Of je nu Balkenende, Berlusconi, Bos of Bush heet, het maakt au fond geen verschil. Zodra je officieel je mond open doet, denkt negentig procent van de burgerij: jaja, je kunt me nog meer vertellen. En dan gaan ze een beetje tv kijken, voetbal, Tour de France, Olympische Spelen. Om er een slag naar te slaan: ongeveer sinds het einde van de Koude Oorlog is het leiderschap, mondiaal, nationaal, locaal, verzopen in zijn eigen voorgebakken retoriek.

Niet dat de leiders geen recht van spreken hebben. We zijn op alle mogelijke manieren fanatiek bezig, onze planeet verder uit te wonen. Om mezelf opnieuw te overtuigen heb ik het fotoboek van de Canadese fotograaf Edward Burtynsky weer eens bekeken. Manufactured Landscapes. Hoe de industriële beschaving de afgelopen eeuw op het aardoppervlak heeft huisgehouden. Uitgeputte olievelden, nikkelmijnen, verlaten kolenmijnen, scheepssloperijen, autokerkhoven, een gebergte van autobanden, van laptops en mobieltjes. In consumptieve razernij blijven de G8, 9, 14 of hoeveel de planeet opeten. Ik geef toe: het klinkt wat somber. Maar het enige dat ik wil zeggen is dat de leiders van de Gx daar niets aan kunnen doen. En op hun manier hebben de zenuwlijders toch weer gelijk.