Wilt u dit lezen

Een klein kind staat met zijn moeder voor een ijskraampje. Er is aardbeienijs en er is frambozenijs. Het kind kan niet goed kiezen en vraagt ten slotte zijn moeder dan maar voor hem te kiezen. Hij krijgt vervolgens een frambozenijsje en is blij. Dat was immers het ijsje dat hij eigenlijk had gewild?

Deze associatie had ik bij het lezen over het experiment met de twee knoppen in het artikel over de vrije wil (`Wilt u dit lezen`, W&O 5 juli). Het probleem van het kind is dat het geen afweging kan maken bij het bepalen van zijn keuze, beide ijsjes zijn even lekker. En in het bewuste experiment kan evenmin door middel van afweging bepaald worden of op de linker, dan wel op de rechter knop moet worden gedrukt. Kennelijk is kiezen op grond van afwegingen essentieel om te kunnen spreken van een vrije wil. Ontbreekt die mogelijkheid, dan is er als het ware niets te willen en worden we gedwongen onze keuze aan iemand anders te delegeren.

De belangrijkste uitslag van het boeiende experiment met de twee knoppen is dan ook dat in ons brein zo`n `iemand anders` inderdaad aanwezig is. Deze kan, indien nodig, worden geraadpleegd. Er wordt vermoedelijk een soort muntje opgegooid en de uitslag van de worp wordt vervolgens aan ons bewustzijn doorgegeven. Hierbij ontstaat dan op de een of andere manier de illusie dat men zelf heeft gekozen. Wat men derhalve uitdrukkelijk niet uit het experiment kan concluderen, is dat de mens geen vrije wil heeft. Elke mogelijkheid van afweging die in het experiment zou worden ingebouwd, zou het experiment ook meteen zinloos maken. Zou de proefpersoon er bijvoorbeeld uit esthetische overwegingen voor kiezen afwisselend de linker- en rechterknop in te drukken, dan kan er niets interessants meer worden gemeten. Het apparaat gehoorzaamt dan aan de wil van de proefpersoon.