‘Wielersport was volledig gemedicaliseerd’

Wielertrainer Adrie van Diemen heeft in de Tour succes met de Amerikaanse ploeg Garmin. Volgens hem het beste bewijs dat schone sport loont.

Glunderend wijst Adrie van Diemen naar een geel vel papier op tafel, ’s avonds na de vijfde etappe van de Ronde van Frankrijk in de lobby van het hotel. „We staan bovenaan in het ploegenklassement”, zegt de Nederlandse trainer van de Amerikaanse wielerploeg Garmin, voorheen Slipstream. Hij had ook kunnen wijzen op Christian Vandervelde, op dit moment vierde in het individuele klassement. Of David Millar, zevende. „Natuurlijk is de Tour pas vijf koppen thee ver. Maar dit is voor mij fantastisch. Het bewijst dat het mogelijk is om op onze manier op het allerhoogste niveau mee te spelen.”

Van Diemen (47) is sinds dit jaar als trainer betrokken bij het team van de puissant rijke eigenaar Doug Ellis en ploegleider Jonathan Vaughters. Als geen ander vertegenwoordigen de Amerikanen het ‘nieuwe wielrennen.’ Op hun gelikte website volgt direct na de voorstelling van de renners het thema ‘100% Clean’. De ploeg wordt het meest van iedereen op doping getest, door het onafhankelijke Agency for Cycling Ethics. Bloedprofielen mogen desnoods op internet, transparantie is het toverwoord. „Deze sport was volledig ongeloofwaardig geworden”, verdedigt Van Diemen. „Daarom ondernemen wij dit soort stappen. Om aan te tonen dat we betrouwbaar zijn.”

Niet dat hij vooraf geen scepsis had. „Ik dacht zelf ook dat het niet kon. Onderwerpen ze de renners aan zo’n streng regime? Gaan ze wel toprenners krijgen, als ze zo verschrikkelijk vaak worden gecontroleerd? Toch rijden toppers als Millar of Vandervelde voor Garmin. Omdat ze geloven dat ze topprestaties kunnen leveren op een volledig schone manier. Ik geef toe dat ik me afvroeg hoe competitief wij zouden zijn in de profwereld? Maar nu rijden we vooraan in de belangrijkste wedstrijd.”

Van Diemen begeleidt zeven renners van de ploeg, onder wie kopman Millar, revelatie Vandervelde en de Nederlanders Huub Duyn en Martijn Maaskant. Zijn Amerikaanse collega Allen Lim traint de anderen. „Ik ken Jonathan Vaughters al heel lang, was jaren geleden zijn trainer. Hij heeft me in contact gebracht met Millar, omdat onze karakters bij elkaar zouden passen. En het klikt. David is zo enthousiast. ‘I want to eat them’, roept hij voor een wedstrijd. Heel speciale jongen, had ook kunstenaar kunnen zijn. Verslagen van zijn training zijn bijna poëtisch. David is net geen ADHD. Na een koers van 200 kilometer – volledig uitgewoond, dopingcontrole, interviews – schrijft hij in de bus een artikel voor de website. Hij vindt dat hij binnen deze ploeg het grote publiek moet laten meedelen in zijn belevenissen. Onderdeel van het concept.”

De 31-jarige Millar won al eens de Tourproloog en het WK tijdrijden, voordat hij in 2004 epo-gebruik bekende. De Schot werd voorloper in de strijd tegen doping en keerde na een schorsing van twee jaar terug in het peloton met een tijdritzege in de Vuelta. „Werken met zo’n topper levert wel druk op”, zegt Van Diemen. „Je kunt het niet op je geweten hebben dat een renner als Millar niet presteert. Dat trekt mij juist, de spanning van dit werk. Natuurlijk houd ik volop rekening met zijn ervaring. Zulke mannen ‘wonen’ al meer dan tien jaar in hun eigen topsportlichaam. Toch heb ik meer ervaring dan hij. Ik doe dit al meer dan twintig jaar, met tien tot vijftien man. Dat maakt enige honderden jaren ervaring.”

Zijn eerste bekende ‘klant’ was in 1992 de Amerikaan Greg LeMond, in 1986, ’89 en ’90 winnaar van de Ronde van Frankrijk. „Ik was toen 32, vroeg me af of ik zo’n topper wel aankon. Het klikte heel goed, ook persoonlijk. Maar als je er sec op terugkijkt, was onze samenwerking geen successtory. Hij heeft zijn carrière in 1994 moeten beëindigen, omdat hij ziek was. Toch zei hij altijd: ik vind het jammer dat ik jou niet direct na mijn jachtongeval [waardoor hij vanaf 1987 ruim een jaar uit competitie was] heb ontmoet. Dan had ik langer gericht kunnen trainen.”

Tijdens de tijdrit rond Cholet volgde deze week een hartelijke ontmoeting tussen de twee. „Ik ben momenteel met Greg bezig op het gebied van sportcoaching en begeleiding”, zegt Van Diemen, die net als de Amerikaan ook breedtesporters begeleidt, via internet als webtrainer. „Greg wilde nieuwe dingen ondernemen, nadat hem door Trek het zwijgen was opgelegd.” Het Amerikaanse fietsenmerk spande een rechtszaak tegen LeMond aan omdat hij de door Trek gesponsorde zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong had beschuldigd van epo-gebruik. „Ik ken hem, als je Greg het zwijgen oplegt dan tref je hem in het hart. Nu zegt hij: mijn relatie met Trek is toch kapot, ik vertel het gewoon. Hij vindt dat het met Armstrong niet op een eerlijke manier is gegaan. ‘De grootste sportfraude ooit’, noemt hij het.”

Doping is ook de belangrijkste reden dat Van Diemen, die onder meer Danny Nelissen als amateur naar de wereldtitel leidde en werkte met olympisch schaatskampioen Bart Veldkamp, een tijdlang niets meer met het profwielrennen te maken wilde hebben. „De boel was volledig gemedicaliseerd. Toen zei ik op een dag tegen mijn vrouw: ik heb een prachtig beroep gehad, maar hoeveel ik ook van trainingsleer weet, het glipt me door de vingers. Trainers konden met goed getrainde renners geen twintig, dertig procent verbetering halen. Maar langs de medicinale weg was dat wél mogelijk. Training raakte helemaal uit beeld, we kregen zelfs een besmette naam. Als ik op straat liep, riep de buurman: ‘hé Aadje-epo, heb je voor mij ook een lijntje?’ Ik heb tijden gehad dat ik dacht: het zal allemaal wel, de groeten.”

Voorbeelden? „De tijd van Bjarne Riis… Er zijn renners Tourwinnaar geworden met een hematocrietwaarde van 64. Die moesten de hele medische trukendoos leeghalen om niet om te vallen. ’s Nachts gaan fietsen omdat hun bloed te stroperig werd, bloedverdunners nemen. Echt onverantwoord.” En voor een kenner als Van Diemen ongeloofwaardig. „In de tijd met Marco Pantani en Lance Armstrong heb ik wel eens uitgerekend welke zuurstofopname per kilogram lichaamsgewicht ze op de klim naar Alpe d’Huez zouden moeten hebben. Dan vraag je je af: is dit wel mogelijk. Ik kan het me bijna niet voorstellen.”

Zelf trainde hij in die tijd de junioren en amateurs van de Raboploeg. „Fantastisch werk. Wij leverden de beste jongens af, reden de hele boel op een hoop. Wat daar is neergezet, is absoluut uniek. Het verbaast mij dat het in wielerlanden als Frankrijk, Italië en Spanje nauwelijks navolging heeft gekregen. Voor de Rabobank is het al die tijd droomsponsoring geweest. Ze hebben er zoveel aan verdiend, qua naamsbekendheid en goodwill. Nog altijd is het een opleidingsmachine.”

Het grootste talent dat hij trainde? „Qua tijdrit en klimvermogen absoluut Thomas Dekker. Al heb ik Robert Gesink en Bauke Mollema niet meegemaakt. Maar je hebt renners, goede renners en renners van de ‘hors categorie’. Tot die laatste groep behoort Thomas. Moet je zien hoe snel hij goed is na een blessure of een rustperiode. De klasse druipt er vanaf.” Ook Van Diemen vindt het vreemd dat de 23-jarige Dekker niet in de Tour rijdt. „Doodzonde. Hij laat doorschemeren dat hij weg wil bij Rabo, het moet hem erg hoog zitten. Ik weet niet wat er speelt tussen hem en de ploegleiding. Thomas is natuurlijk een speciale, een jongen met gebruiksaanwijzing. Maar dat zijn LeMond, Millar of Bart Veldkamp ook. Volgens mij zou hij prima bij onze ploeg passen. Wij hebben ook zo’n jongen, de Ier Dan Martin. Pas 21, maar al wel de Route du Sud gewonnen.”

Bij Garmin beleeft Van Diemen weer hetzelfde plezier aan de wielersport als met LeMond of de Rabo-junioren. „Ze hebben hier schijt aan tradities, zijn steeds op zoek naar verbeteringen qua materiaal, voeding, training. Veel jongens van de ploeg wonen in het Spaanse Gerona, het management zit er, het materiaal. Andere ploegen puzzelen hoe ze hun renners naar een trainingskamp moeten toevliegen. Wij kijken hoe we uit onze trainingsomgeving samen naar de koersen gaan. Daarbij denkt het management onbegrensd. Waarom zouden we niet met een privévliegtuig naar wedstrijden gaan? Bespaart veel tijd en energie op de luchthavens, en voor meer dan dertien man is het nog voordeliger ook.”

Van Diemen vindt niet dat de ploeg te veel nadruk legt op dopingcontroles. „Wat mij het meest irriteert, is de houding van de UCI. Ze zijn nog steeds niet bij machte om te zeggen hoe het zit. Zelfs de huidige bloedcontroles zijn een beetje spel voor de bühne. Als je echt de sport wil redden, zal je draconische maatregelen moeten nemen. Dat betekent dat iedere ploeg een half miljoen moet bijdragen om het grote probleem zoveel mogelijk de kop in te drukken. Permanente controle door een onafhankelijke instantie is de enige weg.”

De prestaties zijn bij Garmin ondergeschikt aan een schoon imago. „Sponsors die met deze ploeg in zee gaan, kiezen daarvoor. Ze worden er ook niet minder van. Kijk hoe snel wij naam hebben gemaakt. Van een of ander amateur- of juniorenploegje hebben we in een mum van tijd gezorgd dat Slipstream en nu Garmin een bekende naam is in de wielerwereld. Zonder naar de resultaten te kijken, is deze ploeg al een succes. Hoeveel wedstrijden heeft High Road [het huidige Columbia] gewonnen? Heel veel meer dan wij. Maar hoeveel publiciteit hebben ze gehad? Veel minder.”

Neemt niet weg dat de Nederlandse trainer trots is op de prestaties. „We waren goed van de Ronde van Californië tot en met Parijs-Nice, omdat we daar onze ticket konden verdienen voor de Tour. De vierde plaats van Martijn Maaskant in Parijs-Roubaix was ook belangrijk, het is de enige voorjaarswedstrijd die bekend is in Amerika. In de Giro wonnen we de ploegentijdrit en Vandervelde droeg de roze trui. Christian kan eindelijk weer zijn fysieke vermogen etaleren, sinds we afgelopen winter de problemen met zijn heup onder controle hebben gekregen. Hij is een perfect voorbeeld van een renner die op latere leeftijd nog enorm kan verbeteren. Als ik hem zie rijden in de Tour, als ik Millar alles zie geven in de tijdrit, of wat Maaskant voor een koersbeest is… Dan vind ik wielrennen altijd nog een schitterende sport.”