Verboden eiland zoekt bewoners

Het eiland Rum voor de Schotse kust is al vijftig jaar in handen van Scottish Natural Heritage. Een deel van de 25 zielen tellende eiland- gemeenschap wil groen en onafhankelijk worden. „We jagen hen van het eiland.”

Zoekt u een afgelegen Schots eiland om een onheilspellende roman te schrijven, naar voorbeeld van George Orwell op Isle of Jura? Of wilt u vluchten voor de jachtige consumptiemaatschappij? Dan ligt hier een kans. De gemeenschap van het natuureiland Rum, qua grootte vergelijkbaar met Texel, is dringend op zoek naar bewoners.

De uitnodiging staat open sinds de Rum Summit afgelopen winter. Deze eilandtop bracht drie partijen bij elkaar: bewoners verenigd in de Isle of Rum Community Trust, de eigenaar van het eiland, Scottisch Natural Heritage (SNH), en de Schotse minister van Milieu, Michael Russell. De top moest de weg vrijmaken voor de 25 bewoners van Rum om onafhankelijk van landeigenaar SNH een gemeenschap op te bouwen.

Al vijftig jaar is de publieke organisatie SNH, de Schotse variant op Staatsbosbeheer, niet alleen de enige werkgever op het eiland. Ook alle negentien huizen zijn eigendom van SNH. De natuurorganisatie stelt de woningen voor haar personeel beschikbaar en regelt zelfs de catering in het enige hotel, Kinloch Castle. Dat zou tot scheve machtsverhoudingen leiden ten opzichte van bewoners. Want de natuurorganisatie bepaalt via werk en behuizing wie wel en niet langere tijd op het eiland kan verblijven. Alternatieve inkomsten ontbreken nu.

Op 6 juni bezocht de Schotse milieuminister het eiland weer, nu met de pers in zijn kielzog. Hij presenteerde een eerste plan voor de ‘onafhankelijkheid’ van Rum, waarbij ecologische landbouw, duurzame energie en toerisme de bewoners op weg zouden moeten helpen. SNH moet ook een aantal huizen afstaan aan de gemeenschap en vijftig hectare landbouwgrond.

Als inspiratiebron dienen de bewoners van buureiland Eigg. Hun Isle of Eigg Community Trust wist via mediacampagnes en fondswerving in 1997 de toenmalige particuliere landeigenaar uit te kopen. Jaarlijks vieren de Eigg-bewoners nu onafhankelijkheidsdag. Eigg profileert zich als eco-eiland dat draait op windenergie en ecologisch boeren.

Mensen trekken is het hoofddoel van de Rumgemeenschap. „We willen niet alleen natuurliefhebbers en bergbeklimmers”, zegt Fliss Hough, de aanvoerster van Engelse komaf, in de gemeenschapsruimte. „De afgelopen drie jaar hebben we daarom ’s zomers al een groot traditioneel Schots muziekfeest gehouden om Rum anders onder de aandacht te brengen. Wat de media-aandacht betreft, zijn we nu al goed op weg. We hopen zo van het imago van ‘verboden eiland’ af te komen en ook gezinnen te trekken.”

Haar man, de lokale timmerman Sandy Fraser, is radicaler. Fraser zelf nam afgelopen najaar al ontslag bij SNH, al werkt zijn vrouw nog wel bij de organisatie. „We gaan zelf onze zaakjes regelen. SNH jagen we van het eiland af”, zegt Fraser. „Er zijn zo veel mogelijkheden, we trekken veel meer toeristen, gaan een boerderij beginnen en van het land leven. Als het op Eigg lukt, moet dat bij ons ook kunnen.” Fraser is nu één van de drie inwoners van Rum die niet bij SNH in dienst zijn.

Tot nu toe liep het niet storm met de werving van nieuwe eilanders. Van de 25 bewoners wonen er maar vier langer dan tien jaar op Rum. Gebrek aan alternatief werk is daarvan de oorzaak. Ontslag bij SNH leidt tot verlies van inkomsten en privileges als gratis behuizing, en meestal tot vertrek van het eiland. Lastig is het voorts voor schoolgaande kinderen – op dit moment drie – die voor hun vervolgopleiding naar de wal moeten.

En Rum zelf geeft ook geen hartelijke ontvangst. De op duivelshoorntjes lijkende bergen Trollaval en Askival vangen vrijwel iedere oceaandepressie op, met vijf meter regen per jaar als resultaat. Naast meer dan 1.000 edelherten en 50.000 pijlstormvogels leven op Rum miljoenen knutten: venijnig stekende mugjes die op de weinige zonnige dagen aanvallen. Alleen whisky, the water of life, helpt bewoners deze plagen te dragen.

Rum is er nu voor de natuur. In promotiemateriaal heet Rum zelfs het ‘vlaggenschip’ van SNH. Natuur en wetenschap moesten ook van de vorige eigenares, Lady Bullough, „tot in de eeuwigheid voorrang krijgen”, zo eiste zij bij verkoop in 1957 aan de voorloper van SNH. Maar voor een stabiele economie heeft een eiland 5.000 inwoners nodig, zo blijkt uit onderzoek van Eurostat in 2001 op de 89 bewoonde eilanden van de Schotse westkust. Rum zal dus in bevolking moeten vertweehonderdvoudigen.

Dan zal het eiland er anders uit gaan zien. In de praktijk ontstaat nu al wrijving tussen ecologische puristen en financiële belangen. Zo bracht de zoektocht naar geld een nieuw verschijnsel: de trofeejacht op herten. Decennialang schoot SNH zelf de kleine, zwakke herten voor populatiebeheer en bestrijding van bodemerosie. Vlees werd lokaal gegeten, schedels en DNA gingen naar Cambridge University. Sinds 1968 voert die universiteit op Rum ’s werelds langstlopende populatieonderzoek uit naar herten. Maar gedwongen door budgetkorting van de Schotse overheid en als knieval naar de eilanders, besteedde SNH de najaarsjacht de laatste twee jaar uit aan het commerciële bureau van een eilander.

Trofeejagers betalen 400 pond om juist een zo groot en gezond mogelijk mannetjeshert te schieten, precies tegengesteld aan wat beheerders willen. Een SNH-employee wist afgelopen najaar nog net te voorkomen dat Maximus het loodje legde. Dit hert is een dierlijke filmster dankzij de BBC, die op Rum het natuurprogramma Autumnwatch opnam. Een Deense trofeejager had daar geen boodschap aan, hij wilde het gewei aan de muur. De club trofeejagers zou „als een bende Somalische warlords in pickuptruck” door de heuvels hebben gecrosst, zoals een beheerder het uitdrukt.

De natuur sparen heet nu belangrijk en daarom zou behalve (jacht)toerisme kleinschalige landbouw de cashcow moeten worden. Maar met deze vorm van landbouw wordt de werkelijke inkomstenbron vooral de overheid, in haar vele gedaantes. Een net ingediende subsidieaanvraag bij de publieke organisatie voor traditionele landbouw, de Crofters Commission, zou de bewoners per twee jaar 125.000 pond moeten opleveren.

Op ‘voorbeeldeiland’ Eigg blijkt de situatie niet anders. Niemand leeft hier uitsluitend van landbouw en toerisme, fondsenwerving is de norm. Camille Dressler, de locale historica van Eigg, noemt de eilanders zelfs „subsidiejunkies”. In tien jaar tijd sleepten de zeventig inwoners al 2,5 miljoen pond (ruim vier miljoen euro) aan publiek ontwikkelingsgeld binnen van de Schotse overheid en de Europese Unie, naast 1,5 miljoen pond van private donoren die de ‘vrijheidsstrijd’ steunden. Geld werd onder andere besteed aan windmolens, een nieuwe pier en landbouw. Door die fondswerving bemoeien negen overheidsinstanties tegelijk zich nu met het ‘onafhankelijke’ Eigg.

De paradox is dus dat met afnemende invloed van SNH, de overheidsinvloed op Rum zal toenemen. Dat valt de anarchistisch ingestelde bewoners zwaar. Met alcohol op achter het stuur is gewoon en de eilandwinkel betaalde al vijf jaar geen belasting. Volgens sommigen zit de SNH juist in het verdomhoekje, omdat iedere andere overheidsautoriteit op het eiland ontbreekt. „Wat het sentiment bij sommige bewoners tegen SNH betreft: ik vind dat ze bij zichzelf te rade moeten gaan of dat terecht is”, zegt Richard Kilpatrick, de manager van SNH op Rum. „Wij willen best samenwerken en hebben genoeg voorstellen gedaan waar ook de gemeenschap van kan profiteren.”

Toch bestaat ook op regeringsniveau twijfel over een gedeelde toekomst van eilanders en SNH. Kilpatrick erkent dat belangen van eilanders kunnen botsen met natuurbelangen. „De trofeejacht is daar een voorbeeld van”, zegt Kilpatrick. „En ook te veel toerisme kan nadelig werken, maar daar valt een compromis te bedenken. Gelukkig zijn we nu nog lang niet op het punt aangekomen dat de natuur serieus onder vuur ligt. De druk op het eiland is nog steeds minimaal en met bevolkingsgroei zal het zo’n vaart niet lopen.”

Bij Kilpatricks voorspelling valt iets voor te stellen als een wolk knutten een aanval doet op onze gezichten. We moeten ons gesprek in de buitenlucht afkappen. Kilpatrick vlucht zijn kantoor in. De enige andere wijkplaats ligt hoog in de winderige bergen. Een groot mannetjeshert, een ‘stag’, kijkt met verbazing op naar de verdwaalde menselijke bezoeker. Hier op de duistere Trollaval toont Rum zijn ware gezicht, gehuld in sluiers van regen en mist.

Een schrijver in isolement op Rum ziet hier automatisch fantasiewezens opduiken als dwergen, elfen en een boze macht die het land onleefbaar maakt. Maar had Tolkien dat niet al eerder bedacht? Misschien liggen op de wal toch betere ideeën.