Teeuwen zwiert, McFerrin doet panfluit na

North Sea Jazz toonde op de eerst avond oude titanen als Cleo Laine naast frisse debutanten als Hans Teeuwen. De keuze was vaak moeilijk. Werd het Paul Bley of Charles Lloyd?

Een bijenkorf van jazz en pop. Daar leek het North Sea Jazz Festival in en rond de Rotterdamse Ahoy gisteravond nog het meest op. Overal zoemden bijen met een missie: zoveel mogelijk willen zien uit het overweldigende aanbod. Dat was soms echter een onmogelijke opgave. Artiesten stonden soms lijnrecht tegenover elkaar geprogrammeerd, waardoor bijvoorbeeld een keuze gemaakt moest worden tussen de twee souldiva’s Angie Stone en Jill Scott, serieuze ECM-jazzartiesten Paul Bley en Charles Lloyd, en ook de jazzorkesten van Maria Schneider en Matthew Herbert concurreerden.

Desalniettemin was het een sterke aftrap, deze eerste avond. ‘Artist in Residence’ Bobby McFerrin liet zijn keur aan klanken paren met de altijd adequate begeleiding van de NDR Bigband. Hij profileerde zich, gezeten op een stoel voor het orkest, als stemkunstenaar pur sang: met keelgeluiden die klonken als druppels in een plas, weeïge panfluitklanken en ijlhoge geluiden. Knap ook hoe hij dan weer de blazers assisteerde, om vervolgens een bassolo te produceren.

Veel debutanten deze eerste avond op het festival. Cabaretier Hans Teeuwen bijvoorbeeld, die zich uitbundig en met de flair van een ras-entertainer uit Las Vegas een eind weg croonde op het podium. Begeleid door tal van kopstukken uit de Nederlandse scene, presenteerde hij zich in navolging van Sinatra met een volledig uit standards bestaand repertoire, met stukken als Willow Weep for Me, dat hij aanzette met zwierige handgebaren en balletpassen zoals Fred Astaire in een oude Hollywood-musical. Teeuwen kan een song brengen, al was zijn nonchalante timing losjes, maar hij voelde de muziek goed aan.

Indruk maakte ook pianist Jeroen van Vliet. Hij had met zijn door het festival toebedeelde compositieopdracht nadrukkelijk het avontuur opgezocht. Niet alleen koos hij voor verstilde momenten, er waren ook vurige uitspattingen met de nodige scherpe randjes. Singer-songwriter Fink trok ondanks zijn somber gestemde liedjes veel publiek. Zijn concert in triovorm was sterk, hij wist zijn zielenroerselen die bij vlagen doen denken aan de introverte muziek van Leonard Cohen genoeg zeggingskracht mee te geven.

Het onverwachte afzeggen van de Amerikaanse pianist Hank Jones, die onwel was geworden na een concert in Duitsland en terugvloog naar New York, was beklagenswaardig. Hij zou zijn negentigste verjaardag op het festival vieren met een speciaal concert. Zijn speciale gasten, trompettist Roy Hargrove, zangeres Roberta Gambarini en haar band namen het concert over.

Maar er waren nog genoeg veteranen op de podia te vinden. Neem Cleo Laine, de inmiddels 80-jarige Britse zangdiva. Haar verschijning won het van haar stem – niet meer in alle registers even zuiver. Zo ook de Cubaanse Omara Portuondo, de laatst overgeblevene van de originele Buena Vista Social Club. Haar optreden was ontroerend, omdat ze zo breekbaar was. Haar exotische mix van Afro-Cuban, latin en vocale jazz klonk welgemeend en vertoonde charmante barstjes.

Gitarist Adam Rogers won gisteravond de Paul Acket Award in de categorie Artist Deserving Wider Recognition. Rogers, in Nederland vooral bekend van het vakwerk dat hij aflevert in de band van saxofonist Chris Potter, is een van de meest veelzijdige gitaristen in de New Yorkse scene. Hij duikt op in de straight ahead jazz, maar ook in de experimentele elektrische jazz, klassieke muziek en zelfs ook pop. Zijn concert in had klasse, al waren zijn snaarverkenningen niet aan iedereen besteed.

Funk-pionier Bootsy Collins, als altijd in clowneske showkleding, sloot tot slot feestelijk af met een onverwacht bad in het publiek.