Pijpleiding door Oostzee verdeelt Europa

Rusland en Duitsland plannen een gaspijpleiding door de Oostzee. Maar veel Oostzeestaten vrezen afhankelijkheid van Rusland. Een reis rond de Oostzee in twee delen. Vandaag: Duitsland en Zweden.

Greifswald, 12 Juli. - De burgemeester van het Hanzestadje Greifswald aan de Oostzee is opgetogen. Nord Stream, de gaspijpleiding die de Russische monopolist Gazprom met Duitsland en Nederland wil aanleggen door de Oostzee, is een gouden kans voor de Oost-Duitse regio. De werkloosheid is er 18 procent.

Burgemeester Arthur König ziet voor Greifswald al een rol weggelegd als ‘Energie-Knotenpunkt’ in Duitsland. „Oost-Pommeren is een economisch zwakke regio. Dit project geeft ons landelijke bekendheid.” Dat Nord Stream er komen gaat staat voor König vast. „De stalen buizen liggen al in de haven van Sassnitz.”

Maar de aanleg van Nord Stream gaat niet zonder slag of stoot. Europa, dat een kwart van zijn gas uit Rusland betrekt, is diep verdeeld door het project. Nederland en Duitsland zijn enthousiast en pragmatisch: Rusland is al jaren een betrouwbare gasleverancier en het gas is hard nodig. Maar ten oosten van de Oder en ten noorden van de Oostzee proef je scepsis of afwijzing.

Zweden en Finland maken zich zorgen om het milieu: loopt de kwetsbare Oostzee geen onherstelbare schade op? Waarom is niet gekozen voor de goedkopere variant om een extra pijpleiding over land aan te leggen? Polen en de Baltische landen hebben politieke bezwaren. Nord Stream omzeilt transitlanden als Polen, Wit-Rusland en Oekraïne en dat is volgens hen een politiek besluit. Sloot Gazprom in de winter van 2006 niet de gaskraan naar Oekraïne af, net toen de pro-westerse Viktor Joesjtsjenko de presidentsverkiezingen dreigde te winnen?

Ook in andere Europese hoofdsteden stelt men zich de vraag of het wel verstandig is zo afhankelijk te zijn van Russisch gas nu het land zich in autoritaire richting ontwikkelt. Brussel dringt aan op een gemeenschappelijk Europees ‘energieveiligheidsbeleid’. Maar die strategie heeft weinig kans.

Het komt allemaal door Gerhard Schröder, zegt Roland Götz, onderzoeker aan de Stiftung Wissenschaft und Politik in Berlijn. De toenmalige bondskanselier was de eerste die de pijpleiding heeft gepolitiseerd door Nord Stream een „vredesproject” te noemen, belangrijk voor de Duits-Russische betrekkingen. Dikdoenerij, zegt Götz.

Toen Schröder als bondskanselier financiële steun toezegde voor Nord Stream, en direct na zijn aftreden een goedbetaalde functie accepteerde als voorzitter van de aandeelhouderscommissie van het concern, stak er een storm van kritiek op. Toen hij zijn vriend Poetin ook nog een „loepzuivere democraat” noemde, gingen bij alle buurlanden de haren overeind staan. De historische as tussen Duitsland en Rusland, waar de tussenliggende kleine landen al hun hele geschiedenis last van hebben, leek te herleven. De Poolse minister van Defensie vergeleek de deal met het Molotov-Ribbentrop-pact, het niet-aanvalsverdrag van Hitler en Stalin, waar Oost-Europa in 1939 slachtoffer van werd.

„In Nord Stream kristalliseert zich het wantrouwen van de buurlanden tegenover Duitsland en Rusland”, zegt Götz. „Europa definieert energie ten onrechte als een veiligheidsprobleem, het zou een economische kwestie moeten zijn.” Natuurlijk hangen economie en politiek in Rusland nauw samen, maar dat geldt, in beschaafdere vorm, ook voor Duitsland, zegt Götz. „Ongetwijfeld zullen er telefoongesprekken zijn tussen het Kremlin en Gazprom, maar ik geloof niet dat Rusland een stiekeme strategie heeft om ons afhankelijk te maken. Dat het dichtdraaien van de oliekraan naar Oekraïne wraak was voor de oranjerevolutie is niet bewezen.”

Claudia Kemfert, energiespecialist van het Deutsches Institut für Wissenschaftsforschung in Berlijn, is minder positief over Rusland. De pijpleiding verhoogt weliswaar Duitslands energieveiligheid, maar „Gazprom is een monopolist, die kunstmatig de prijzen bepaalt. Dat is niet efficiënt. Bovendien houden de Russen de binnenlandse gasprijzen om politieke redenen laag. Het gevolg is dat er in Rusland zelf veel gas wordt verspild.”

Daar komt bij dat de Russen te weinig investeren in de exploratie van olie- en gasvelden. De grote vraag is dus: kunnen ze straks leveren wat ze beloven? Bedenkelijk is ook het Russische protectionisme. „Rusland is begonnen de grote bedrijven het land uit te zetten. Maar als Gazprom hier wil investeren, moet Rusland zijn markt ook voor ons openstellen.”

Kemfert heeft wel begrip voor het Oost-Europese standpunt. „Nord Stream is een puur politieke beslissing van de Russen: ze willen problemen met transitlanden voorkomen. Wij zouden eigenlijk solidair moeten zijn met Polen, dat immers lid is van de EU.”

Vanuit Sassnitz op het eiland Rügen, waar de buizen voor Nord Stream al klaar liggen, steek je in 3,5 uur de Oostzee over naar Trelleborg in Zweden. Een paar uur sporen verder houdt in Stockholm de Riksdag (het parlement) zijn laatste zittingen voor het zomerreces. Waar Duitsland voor 35 procent van zijn gas afhankelijk is van Rusland, importeert Zweden helemaal geen Russisch gas. Het land is dankzij waterkracht en kernenergie goeddeels zelfvoorzienend.

Misschien is Zweden dáárom zo sceptisch over Nord Stream: ze hebben er alleen maar last van. „Omdat Rusland en Polen ruzie hebben, worden wij opgescheept met die gaspijp in onze kwetsbare Oostzee”, zegt Carl Hamilton, parlementslid en energie-expert van de Gematigde Partij.

De Russen vertrouwt Hamilton ook niet. Heeft Poetin niet gezegd dat de militaire vloot zal worden ingeschakeld om de pijpleiding te bewaken tegen terroristische aanslagen? „Wij willen de Russen niet aan onze grenzen! We zijn op dit moment geen vijanden, maar ik zie wel een toename van militaire uitgaven en nationalistische retoriek in de Russische buitenlandse politiek, dus het kan verkeren.”

Rolf Nilsson (Conservatieve Partij), afgevaardigde van het eiland Gotland, heeft lokale redenen om zich tegen Nord Stream te keren. Het bedrijf zou een onderhoudsplatform aanleggen voor de kust van Gotland. Om de eilandbewoners gunstig te stemmen, kreeg de universiteit van Gotland van Nord Stream vast een half miljoen euro voor wetenschappelijk onderzoek. De stad Slite werd een investering van 7 miljoen euro toegezegd om de haven uit te diepen. Tot verontwaardiging van Nilsson verdween de aanvankelijke scepsis van de Gotlanders hierna als sneeuw voor de zon. „Het is geen geheim dat de Russen controle over de energiemarkt willen hebben. Dit is een politiek project, bedoeld om de gasleidingen naar Oost-Europa te kunnen afsluiten.”

De Zweedse regering voert officieel slechts milieutechnische bezwaren aan tegen het project. Ze stuurde de plannen naar het concern terug, met de opdracht om eerst een fatsoenlijke EIA (Environmental Impact Assessment) te maken, zoals de Oostzeestaten voor grote projecten onderling afgesproken hebben. Men maakt zich zorgen over giftig slib en chemische en andere wapens uit de laatste twee wereldoorlogen op de zeebodem. Volgens Nilsson gebruikt de regering het milieu als excuus om niet over de politieke kant van het project te hoeven praten.

Dit bevestigt Jan Leijonhielm, onderzoeker van het FOI, een militair onderzoeksinstituut dat is gelieerd aan het Zweedse ministerie van Defensie. „Nord Stream geeft de Russen een voorsprong op het gebied van veiligheidspolitiek. Voor Poetin is economie een politiek werktuig. De Russische filosofie is: maak iedereen afhankelijk. Maar ons laten ze niet toe op hun gas- en olievelden. Rusland voert een erg effectieve verdeel- en heerspolitiek.”

De bezwaren van Oostzeestaten hebben al geleid tot vertraging en hebben de pijpleiding duurder gemaakt: de ramingen zijn opgelopen van 5 tot 7,5 miljard euro, sommigen rekenen al op 10 à 12 miljard. Een extra pijpleiding door Polen zou 2,5 miljard euro kosten. Maar dat maakt de Russen volgens Leijonhielm niks uit. „Die extra kosten hebben ze al ingecalculeerd. Dit is in de eerste plaats een politieke zaak.”

Maandag deel 2: Estland, Finland en Rusland.