Oude levens digitaal

40.000 Nederlanders die een eeuw geleden werden geboren, zijn in het onderzoeksprogramma Lifecourses in context beland. Tot vreugde van historici. Ellie Smolenaars.

De digitalisering van bevolkingsgegevens is voor historisch nieuwsgierigen een trend om van te watertanden. Vijf jaar lang zijn onder de vlag van het NWO-programma Life courses in context de levenslopen van 40.000 Nederlanders onderzocht. Het gaat om Nederlanders geboren tussen 1863 en 1922. Uit de oude bevolkingsregisters zijn hun namen, geboorte- en overlijdensdata, huwelijk, kinderen, medebewoners, verhuizingen, beroep en religie overgenomen. Onlangs sloot het onderzoeksprogramma vijf jaar onderzoek af met het congres ‘Levenslopen in de negentiende en twintigste eeuw’.

Eén van de 40.000 levenslopen is die van Desiré de Kerf, geboren in 1878. Zijn vader is dagloner, zijn moeder werkvrouw van beroep. Getuigen van de geboorte van Desiré zijn de veldwachter en de secretaris. Hij huwt op 23-jarige leeftijd met de acht jaar oudere borduurster Clementina van Overloop. Desiré wordt landbouwknecht en krijgt twee dochters en drie zoons, waarvan twee zoontjes al jong overlijden, Francien op 3-jarige leeftijd en Louis een week na zijn geboorte.

De 40.000 gereconstrueerde levenslopen zijn bijzonder, omdat individuen gevolgd zijn in hun migratietochten door heel Nederland, waarbij bovendien beroep en religie steeds geregistreerd is. Dat levert een schat aan informatie op over bijvoorbeeld sociale stijging en daling, over hoe boeren trouwen binnen hun eigen stand, en andere beroepsgroepen steeds verder verspreid over het land trouwden. En de kennis groeit over de tragische kindersterfte in gezinnen in het begin van de twintigste eeuw.

Voor de reconstructie van de levensloop van de Zeeuwse landbouwknecht De Kerf moest gezocht worden in het bevolkingsregister en in de aktes van de burgerlijke stand van de gemeenten Hulst en Clinge.

Het riekt naar het betere speurwerk van de genealoog. Met dit essentiële verschil dat het historisch informaticus Kees Mandemakers gaat om de vooruitgang van de wetenschap. “Het interesseert mij niet eens of er een Mandemakers tussen zit”, zegt hij als hoofd van de Historische Steekproef Nederlandse (HSN) bevolking. De totale steekproef betrof 78.000, ruim de helft is nu gereconstrueerd.

mailkamer

Het zenuwcentrum van de Historische Steekproef Nederlandse bevolking bestaat uit twee controlekamers en een mailkamer. Hier, in het gebouw van het Instituut voor Internationale Sociale Geschiedenis te Amsterdam, controleren medewerkers de levensloopgegevens en sturen ze vragen over ontbrekende gegevens naar medewerkers in het land die vervolgens opnieuw de lokale archieven induiken. Op het drukste moment, in 2004, organiseerden en controleerden zestig mensen de gegevens; twintig mensen voerden ze in. De investeringen in de HSN bedragen sinds 1991 zes miljoen euro, waarvan meer dan drie miljoen is uitgegeven voor Life courses in context. Dat is omgerekend 75 euro per levensloop. Had landbouwknecht Desiré de Kerf dat geweten!

De geboorteakten zijn 100 procent dekkend, omdat in Nederland zowel gemeenten als rechtbanken registers van de burgerlijke stand bewaarden. Brak er op één plek brand uit, dan bleven elders kopieën bewaard. Daarnaast zijn er de bevolkingsregisters vanaf 1850. Ook België heeft een vergelijkbaar vroeg en nauwkeurig bijgehouden systeem en in Zweden bestaan parochieregisters die zelfs nog verder teruggaan in de tijd.

Onverwacht is de kennis over ogenschijnlijk zeer jonge vraagstukken. Bestond er in het interbellum al vrijwillige kinderloosheid? De historici Jan van Bavel, Jan Kok en Theo Engelen presenteerden hun meest recente onderzoek naar kinderloosheid op een afsluitend levensloopcongres. Ze analyseerden huwelijken gesloten tussen 1919 en 1938. Bekend was dat een aanzienlijk deel van de vrouwen geboren in 1900, namelijk 19 procent, kinderloos bleef. Het latere beeld in de samenleving is dat dit vooral onvrijwillige kinderloosheid betrof. Het was immers nog voor de uitvinding van de pil. De lage gemiddelde vruchtbaarheid zou samenhangen met de economische en politieke crisis van het interbellum, de tijd tussen de wereldoorlogen.

huwelijkstiming

Kinderen krijgen werd ook als keuze ervaren, zo interpreteren de historici de levensloopdata. Pas na het bereiken van een acceptabel welstandsniveau werd getrouwd en kwamen er kinderen. Hooggeschoolde professionals, managers, boeren, vissers en geschoolde vrouwen trouwden namelijk op markant latere leeftijden. Die huwelijkstiming blijkt sterk samen te hangen met kinderloosheid. En ook na het trouwen werd in sommige groepen nog gewacht met kinderen krijgen. De uitstellers wonen vaker in steden en in gemeenten met een groot aanbod aan winkels. En ze behoren vaker tot de rekkelijke gezindten – protestanten – zijn gemengd getrouwd of niet-religieus. Voor deze bevolkingsgroepen werd kinderloosheid dus denkbaar. Dat sluit aan bij de geluiden uit de literatuur uit die tijd dat uitstel van ouderschap een moeilijk te stoppen gewoonte was.

Leverde vijf jaar levenslooponderzoek op wat ervan verwacht werd? Socioloog en voorzitter van de wetenschappelijke adviescommissie Jaap Dronkers dubt: “Ja en nee. Nee, omdat er bijna altijd menskracht te weinig is voor de denkbare analyses die niet of nog niet zijn uitgevoerd. Eén van de problemen van dit soort grote dataverzamelingen is dat geldschieters bereid zijn de dataverzameling te financieren, maar karig worden met de financiering van de analyses. Dat is niet uniek voor de HSN, datzelfde geldt ook voor de PISA-data, verzameld door de OECD voor veel geld, maar nog steeds niet voldoende geanalyseerd.”

hsn: www.iisg.nl/~hsn/indexnl.html genlias: www.genlias.nl