Minder theorie, meer met je handen werken

De ambachtsschool is terug. De naam mag wat besmet zijn, tussen vmbo en mbo groeit het ‘praktijkleren’ voor nieuwe generaties technici. Minder uitval, meer vaklieden.

Alles wat maar riekte naar de ambachtsschool was al verdacht. Dus toen vijf middelbare scholen in 1996 bekendmaakten dat ze hun voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) weer meer op de praktijk gingen richten, waren de reacties voorspelbaar.

Het is „ronduit achterlijk” dat leerlingen bij het vak Nederlands weer vooral vaktermen leren, brieste de secretaris van besturenbond ABB. En als deze scholen zich niet aan de regels houden, waarschuwde toenmalig staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs, PvdA), dan is het snel afgelopen.

Die verdachtmakingen zijn voorbij. Praktijkleren mag weer. Volgend jaar beginnen zeventien vmbo-scholen met het Vakcollege, met meer aandacht voor techniek dan in de rest van het vmbo. In Rotterdam komen ‘vakscholen’, een vergelijkbaar initiatief. In beide concepten valt er geen gat tussen vmbo en mbo.

Op het Vakcollege worden scholieren in zes jaar opgeleid tot vakspecialist, met het mbo als eindstation. Dit moet voorkomen dat leerlingen uitvallen na het behalen van hun vmbo-diploma.

Niet minder belangrijk is het bestrijden van het tekort aan vaklieden. „We komen in 2010 zo’n 70.000 technici tekort”, zegt Adri Pijnenburg van het VMBO Platform Metaal & Metalektro en de Stichting Consortium Beroepsonderwijs, waarbij vmbo- en mbo-scholen zijn aangesloten. „De overheid heeft te veel ingezet op de kenniseconomie en is de industrie vergeten.”

Bedrijven zijn „wanhopig”, aldus Willie Berentsen van FME, ondernemersorganisatie voor de technologisch-industriële sector. „Het maakt bedrijven niet meer uit of de opleiding van een leerling precies aansluit, het vak leren ze nog wel. Als ze maar technici op mbo-niveau kunnen binnenhalen.” De Vakcolleges zouden zo’n 3.000 technici moeten afleveren.

In de techniekruimte van het IJsselcollege in Capelle aan den IJssel ruikt het naar smeermiddelen. De freesbanken zijn ingevet, legt leraar Ton Jacobs uit, ter overbrugging van de zomervakantie. Deze week kregen de leerlingen hun rapport of diploma. Een enkeling hangt nog wat rond tussen de half afgemaakte bolderkarren, een project van de leerlingen.

Het IJsselcollege is een van de vijf scholen die in 1996 al rebelleerden tegen het officiële beleid om scholieren van alle niveaus tot hun vijftiende dezelfde lesstof te geven. Er was meer praktijk nodig, vond het IJsselcollege toen al. Dat is al die jaren zo gebleven. Staatssecretaris Netelenbos heeft haar dreigement niet waargemaakt.

De bewindslieden van nu op het ministerie van Onderwijs omarmen het beroepsgerichte onderwijs. Los van de Vakcolleges experimenteert staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) met een doorlopend traject van vmbo naar mbo, waarbij deelnemende scholen het vmbo-examen mogen schrappen. Een vmbo-diploma geldt niet als volwaardige kwalificatie voor de arbeidsmarkt. De examens hinderen alleen maar, en zorgen voor stress bij de leerlingen, is de redenering.

De hernieuwde waardering voor het beroepsonderwijs werd ook wel eens tijd, zegt onderwijshistoricus in ruste Nan Dodde. „Het onderwijsbeleid was decennialang in de ban van de ideologie dat algemeen vormend onderwijs het beste was, voor alle kinderen. Dat was naïef. Lange tijd werd ontkend dat er kinderen zijn die liever met hun handen willen werken.”

De ambachtsschool werd in de jaren zestig al afgeschaft. Dodde: „We zouden een dienstensamenleving worden. En de ambachtsschool zou een trechter zijn, waar je niet meer uit kwam.”

Veel ambachtsscholen dreigden om te vallen. De leerlingenaantallen daalden en het imago was belabberd. De ambachtsschool werd lager technisch onderwijs (lts), later vbo en nog later vmbo. Het hielp allemaal niets – ouders bleven alles in het werk stellen om hun kind niet op deze schooltypes te laten belanden.

Volgens Dodde is het voor de hernieuwde aandacht voor praktisch onderwijs belangrijk dat PvdA en CDA hun ideologie hebben afgeschud om alle leerlingen theoretisch op te leiden. „En we komen er achter dat we geen timmerlieden en loodgieters meer hebben. We hebben Polen nodig.”

Helemaal nieuw is de aandacht voor de praktijk niet. Al in 2000 initieerde toenmalig staatssecretaris Adelmund (Onderwijs, PvdA) leer-werktrajecten in het vmbo. Deze zijn bestemd voor leerlingen die te veel moeite hebben met het behalen van een volledig vmbo-diploma. Zij krijgen minder theorie en veel meer praktijk.

De andere vmbo-leerlingen krijgen nog wel theorie. De techniekruimte op het IJsselcollege grenst aan een klaslokaal waar kinderen Nederlands, Engels, wiskunde en natuurkunde wordt onderwezen. Ook de leerlingen van de Vakcolleges blijven die vakken volgen.

Onderwijshistoricus Dodde heeft zelf nog lesgegeven aan de jongens van de ambachtsschool en de meisjes van de huishoudschool. Hij is blij met de nieuwe initiatieven. De Vakcolleges hebben „wel wat weg van de ambachtsschool”.

Ambachtsschool? Er zijn maar weinigen die deze term durven te gebruiken, uit angst voor de negatieve associaties van vroeger. Zo mag je het nieuwe beroepsonderwijs niet noemen, vindt bijvoorbeeld Adri Pijnenburg van het Consortium Beroepsonderwijs.

„We leven in 2008. Er zit dynamiek in de bedrijven. De technologie van nu is niet hetzelfde als de ambachten van vijftig jaar geleden.” Men is huiverig geworden voor de term, aldus onderwijshistoricus Dodde. „Het klinkt té vakgericht, alsof je alleen fietsenmakers en naaisters opleidt.” Onterecht, vindt hij. „Die term dekt de lading: je leert een ambacht.”

Het IJsselcollege doet niet mee aan de Vakcolleges. Prachtig dat er aandacht is voor techniek, zegt directeur Martha Netten van de beroepsgerichte afdeling. „Maar de selectie van leerlingen is mij te vroeg. In het Vakcollege kies je in de eerste klas al volledig voor techniek. Beroepsvorming juich ik toe, maar dan vanaf het tweede jaar.”

Adjunct-directeur Hans Zeldenrust van de Regionale Scholengemeenschap Lingecollege in Tiel ziet de vroege selectie niet als een probleem. Zijn school heeft wel voor het Vakcollege gekozen. „Het gaat om kinderen over wie de onderwijzer op de basisschool al zegt dat het echte techneutjes zijn.”

Het Lingecollege start een Vakcollege om te voldoen aan de grote vraag naar technici. Maar ook voor het „imago van het vmbo”. Zeldenrust: „Techniek is van belang. We moeten af van het idee dat je alleen voor techniek kiest als je niet kunt leren.”