Laat verdachten niet meewerken aan tbs-stelsel

Tbs’ers krijgen weinig behandeling en lopen te snel het risico op een longstayafdeling te komen. Verdachten kunnen beter niet meer meewerken, meent Job Knoester.

Afgelopen maand besteedde deze krant aandacht aan de onrust in tbs-kliniek Oldenkotte in Rekken (NRC Handelsblad, 2 juli). Daar ontstond grote onrust onder tbs’ers als gevolg van allerlei beperkende maatregelen door onder meer ernstig personeelsgebrek. Eerder was er al consternatie doordat bekend werd dat meerdere advocaten verdachten adviseren niet mee te werken aan de totstandkoming van psychologische en psychiatrische rapportages. Wat is het probleem?

Vooropgesteld, het tbs-stelsel is in potentie een zeer mooi systeem. Aan de manier waarop het heden ten dage ten uitvoer wordt gelegd, kleven echter zoveel gevaren dat in beginsel iedere advocaat verplicht is er alles aan te doen om te voorkomen dat zijn cliënt wordt veroordeeld tot tbs met dwangverpleging. Ik noem drie problemen.

Meer dan 60 tbs’ers sta ik bij. Bijna zonder uitzondering klagen ze erover dat ze geen of te weinig behandeling krijgen.

Met één uur therapie per week mogen ze blij zijn. Zien ze twee uur per week een therapeut, dan zijn ze ‘geluksvogels’. Behandelaars hoor ik reageren met de stelling dat deelname aan arbeid of werken in de tuin ook therapie is. Zelfs het leven in de groep is therapie, zo zegt men.

Akkoord, laat daar een kern van waarheid in zitten, maar het kan niet de lading van het begrip behandeling volledig dekken. Dat blijkt ook uit de wachtlijsten. Sommigen van mijn cliënten stonden twee jaar op de wachtlijst voor een noodzakelijk geachte behandelmodule.

Een tweede probleem is dat de laatste jaren, ongeveer sinds 2004, het evenwicht zoek is. Tbs is een weegschaal. Enerzijds is er het recht op behandeling, anderzijds de logische vraag om beveiliging. De weegschaal slaat echter door. De nadruk ligt op onverantwoorde wijze te veel op beveiliging. Mede daardoor komen klinieken onvoldoende toe aan behandeling. Klinieken zijn in navolging van de politiek en de minister van Justitie te veel bezig met beheersen. Als gevolg hiervan ontstaan grote frustraties bij tbs'ers met alle risico’s van dien.

Een derde probleem is dat tbs’ers veel te snel het risico lopen op een longstayafdeling terecht te komen, ook wel de begraafplaats van de tbs genoemd.

In principe betekent dit levenslange opsluiting. Tegen een beslissing om iemand te bombarderen tot longstayer is slechts één rechtsgang mogelijk. Hoger beroep bestaat niet. Niet zonder gewicht is dat je ook op de longstay terecht kunt komen na veroordeling van een relatief licht delict. Denk aan een bedreiging, waarbij je iemand weliswaar vrees aanjaagt, maar fysiek niets aandoet. Er kunnen mensen op de longstay terechtkomen na een aanranding en dat is toch heel iets anders dan een verkrachting.

Bij deze stand van zaken moet een verdachte niet te snel meewerken aan rapportages van gedragswetenschappers.

Hoewel de rechter tbs kan opleggen bij een verdachte die weigert een rapport op te laten maken, zal dit in de praktijk nauwelijks gebeuren. Het is immers voor de rechter niet eenvoudig zonder rapportage vast te stellen of een verdachte een geestelijke stoornis had ten tijde van het delict, terwijl dit wel een voorwaarde is om tbs op te leggen.

Is het advies om niet mee te werken niet schadelijk voor de maatschappij, werd mij recent gevraagd. Het is voor de maatschappij beter als wordt meegewerkt door verdachten, maar dan moet de maatschappij wél garant staan voor een deugdelijke behandeling en een verantwoord perspectief voor tbs’ers.

Als de politiek nu maatregelen neemt zullen advocaten weer een andere tactiek kunnen kiezen. De politiek moet investeren in behandelaars en in opleidingen voor behandelaars. Voor zover mij bekend bestaan er niet eens serieuze opleidingen speciaal voor tbs-therapeuten. Wel heb ik begrepen dat de aan de Universiteit van Maastricht verbonden hoogleraar forensische psychologie Corine de Ruiter thans een dergelijke opleiding aan het opzetten is. Er moet geïnvesteerd worden in onderzoek. Het is onthutsend dat er nauwelijks wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de effectiviteit van de behandelmethoden. Het is toch vreemd dat nog nooit onderzoek is gedaan naar de vraag waarom tbs’ers ontvluchten? Willen we niet weten of er een gemene deler is? Als de politiek en de klinieken nu zorgen voor de juiste investeringen en een beter behandelklimaat, als de politiek en de klinieken nu beter voorlichten in plaats van angst aan te jagen na incidenten, zal ik de eerste zijn om weer op de barricaden te gaan voor het systeem.

Job Knoester is strafrechtadvocaat in Den Haag.