Kroket-champagne

De renners van Silence-Lotto en Rabobank hebben nu ook een culinair paspoort. Alles staat genoteerd in een veredeld schoolschrift van de ploegkoks. Interessante lectuur. Cadel Evans wil alleen zoete aardappelen met rosemarijn. Hij is verslaafd aan zwarte chocola. Juan Antonio Flecha kan dan weer niet zonder olijfolie, maar eieren en zalm komen er niet in. Witte bonen zijn voor alle renners taboe: ,,Dat slaat op de darmen.” Kip: altijd goed. Als een renner van Rabo de etappe wint, wordt de hele ploeg getrakteerd op kroket-champagne.

Rabobank zou overwegen om voor de rustdag Zeeuwse mosselen te laten invliegen, meer nog voor de vip’s dan voor de renners. Een mosselfeest in de Tour is een oud ritueel. Het is in de jaren negentig ingevoerd door toenmalig TVM-ploegleider Cees Priem. Het zag altijd zwart van het volk, in zijn mosseltent. Cees is nu stiller dan zijn verleden.

Ook al zijn de commerciële belangen groot, de Tour blijft een dorp met kneuterige zelfkant. Je ziet en hoort het vooral in en rond de plattelandshotelletjes waar de renners logeren. Iedereen spartelt zich de avond door, met geneuzel en roddel, met gsm en laptop. Oscar Freire had in Carquefou bezoek van vrouw, zoontje en schoonmoeder. Maar van enige opwinding of innigheid was geen sprake. Het doden van de tijd is een kunst waar je moeilijk vanaf komt.

Over de afwezigen wordt nog nauwelijks gesproken. Rasmussen, Boonen, Dekker: hun namen stierven snel weg in het geweld van de eerste etappes. Wie dezer dagen niet in de Tour de France fietst, is eigenlijk geen renner. Althans, hij is niet meer opgenomen in de eenvormigheid van de groep.

In het Rabo-gezelschap hoor je niemand meer over Thomas Dekker. Zijn naam wordt fanatiek gemeden. Het lijkt bijna op zwijgplicht. Ook toen, begin deze week, het gerucht de ronde deed dat de jonge belofte zou verkassen naar de Italiaans-Russische ploeg Tinkoff kwam het niet tot publieke commentaren van renners en ploegleiding. Is het verlate gêne of was de verwijdering van Thomas uit de Tourselectie een geavanceerde sanctie voor contractbreuk? De nevelen van de wielersport zijn soms ondoordringbaar.

Er is een soort kramp over de Rabo’s gevallen. Natuurlijk staan de zenuwen gespannen, met uitzicht op een mogelijke Tourzege van Denis Mentsjov. Maar dat Oscar Freire nog geen etappe heeft gewonnen, is toch een teken van sluimerende crisette. Het zit niet goed in het hoofd. Dat hij zijn contract verlengd heeft, wil nog niet zeggen dat hij vrolijk en gelukkig is. Rabo is als sponsor solide, en dat spreekt renners met de gezegende leeftijd van Freire aan. Zeker in het Spaanse wielrennen wemelt het van kermisbazen die meer mond dan beurs hebben. Eendagsvliegen. Overigens, naast haar moeder en zoontje, torste mevrouw Freire ook een berg paperassen met zich mee. Wel charmant: je eigen vrouw als zaakwaarnemer in een subcultuur van ongetemde overspeligheid.

Het geld is goed bij Rabo, maar hoe zit het met de moraal? Ik zag ploegleider Erik Breukink lopen. Ooit de meest gesoigneerde renner in het peloton. Nu was hij wat verwilderd, verkrampt zelfs. Het haar wapperde alle kanten uit. Zo kende ik hem niet.

De Tour is nog maar een week oud, maar het is de hoogste tijd dat Gea even langskomt met kam en schaar. En met een beste glimlach, want haar man lijdt aan verhevigde schichtigheid. Toch getekend door de affaire-Rasmussen? Nee, Erik Breukink was vroeger ook niet bepaald wereldkampioen soldatenhumor, maar hij was wel spontaner en losser van gedachten. Ik zie nu alleen maar angst voor het grote gebaar. Beter gezegd: een verlangen naar onzichtbaarheid. Als de Rabo zou besluiten om op de rustdag een mosselfeest te geven, zal hij het zeker bij één mosseltje houden.

De Tour is de Tour: een weefsel van helden, van arrogantie en business, van grootspraak vooral. Maar ook van zwervers en onverlaten, van meesters en slaven. Epos van glorie en verlatenheid in één gedaante. Pendel tussen hebben en zijn.

En daar middenin staat de calvinist Erik Breukink. Hij wacht op Tinkoff voor een laatste illusie van geluk en vrijheid.