‘Ik wist meteen: hier moet iets goeds uit komen’

Deze week begon de bouw van een meisjesschool in Uruzgan. Een initiatief van de vader van de gesneuvelde soldaat Timo Smeehuijzen. „Dit is een signaal: ons krijg je niet klein.”

Boven de deur in de woonkamer van Ruud Smeehuijzen hangt een geel petje met de rood-wit-blauwe vlag erop. Smeehuijzen staat op zijn tenen en pakt het. „Timo droeg het op de dag dat hij omkwam.” Restjes verf op de muur achter de pet verraden dat hier ooit een gekruisigde Christus boven de deur hing.

Een jaar geleden, op 15 juni 2007, sneuvelde de 20-jarige soldaat Timo Smeehuijzen bij een zelfmoordaanslag in de Afghaanse provincie Uruzgan. In Tarin Kowt reed een man met een autobom in op een Nederlandse patrouille. Timo en negen Afghanen, onder wie zeven kinderen, kwamen om het leven. Ook de dader was dood.

Timo leeft nu voort in het huis van zijn vader in Huizen. Op de vensterbank foto’s van Timo in Uruzgan. Aan de muren Timo-posters, Timo-spandoeken, Timo-T-shirts. Op de salontafel een Timo-tegeltje. In de hoek staat een bord met daarop het bedrag dat bijeen is gebracht via een inzamelingsactie van het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam, Timo’s middelbare school: 10.451 euro.

Het geld is bedoeld voor ‘Timo’s Girls School’ in Tarin Kowt. Enkele dagen geleden is er een begin gemaakt met de bouw van de school, niet ver van de plek waar Timo stierf. Het idee voor de school in Uruzgan kwam van Ruud Smeehuijzen en zijn (inmiddels ex-) vrouw Karin. Na de dood van hun zoon ontstond het plan. „Rouwen en stilzitten konden we niet”, vertelt Ruud Smeehuizen. „We wilden iets terugdoen. Onderwijs is het enige middel dat het voortdurende geweld in Afghanistan kan doorbreken. We willen een school voor meisjes in Uruzgan bouwen. Juist een meisjesschool, verboden door de Talibaan. Dit is een signaal: ons krijg je niet klein.”

Tijdens zijn werk, in een sportschool in Hilversum, kreeg Ruud Smeehuijzen het telefoontje. Het was Karin. Ze vertelde dat Timo was omgekomen. Hij stapte in zijn auto en reed naar huis. Onderweg beloofde hij zichzelf dat „hier iets goeds uit moet komen. Wat, dat wist ik toen nog niet.”

Inmiddels weet Ruud Smeehuizen dat wel. Hij schoof aan bij de tv-programma’s Pauw en Witteman en Knevel en Van den Brink en gaf interviews aan lokale kranten. Met als voorwaarde dat ze het rekeningnummer van de stichting in beeld brachten. Op deze manier haalde hij meer dan 180.000 euro op. „Zodoende kunnen we ook houten meubeltjes voor de school aanschaffen. Ik hoop alleen dat ze de meubels niet gaan gebruiken als stookhout in de winter.” Nu het bedrag binnen is, kan de school worden gebouwd. Volgend jaar zomer moet de school er staan.

Op de middag van het interview komt Smeehuijzen net terug van zijn werk. Op zijn overhemd draagt hij ter hoogte van zijn borstzak een plastic button van save the children. Dat is de hulporganisatie die Timo’s school gaat bouwen. Zijn ex-vrouw Karin is niet bij het gesprek. „Voor haar is het nog te moeilijk.” Hun huwelijk liep enkele maanden na de dood van Timo stuk.

Bij het eerste telefoongesprek, in mei van dit jaar, vroeg Smeehuijzen aan de verslaggever hoe het is in Afghanistan. Hij wilde toen vooral weten hoe je er het beste kunt komen. Vliegen via Dubai? Overstappen in Turkije? Of beter met de Nederlandse militairen meereizen vanaf vliegbasis Eindhoven?

Komende maand is het zover. Dan gaat hij naar Kabul, de hoofdstad van Afghanistan, samen met een vriend uit Afghanistan die in Nederland woont. Die heeft hij in de winter leren kennen bij de tentoonstelling ‘Verborgen Afghanistan’ in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. „Timo is in dat land gebleven. Ik kan mij een beeld vormen van de plekken waar Timo is geweest. Afghanistan is een stuk uit zijn leven dat ik niet ken. Ook wil ik zien wat voor problemen er zijn in Kabul en of die model staan voor Uruzgan.” Smeehuijzen volgt nu een cursus Pashto bij een taleninstituut in Soest.

Hij heeft nog een doel: een bezoek brengen aan de gevangenis in Kabul. Daar zit de vermoedelijke opdrachtgever van de bomaanslag achter de tralies. Smeehuijzen wil hem opzoeken. Niet uit wraak, zegt hij twee keer: „Oog om oog, tand om tand, daar los je niets mee op.” Nee, Ruud Smeehuijzen wil weten hoe hij terugkijkt op die aanslag. Heeft hij spijt? „Ik wil hem vragen: ‘Is dit nu de manier om iets te bereiken?’” Hij gaat hiervoor toestemming vragen aan de Afghaanse consul-generaal in Nederland. Het is nog onduidelijk of hij die zal krijgen. En als hij die krijgt, is het nog de vraag of de man terug te vinden is. De gevangenissen in Kabul zitten overvol.

Als de school er staat, wil Ruud Smeehuijzen ook naar Uruzgan. Naar Tarin Kowt. Hij wil in het straatje staan waar de autobom ontplofte. „Ik wil die plek zien. Ik wil met de ouders van de omgekomen Afghaanse kinderen praten. Ik denk dat het helpt bij het verwerken.”

Tot een jaar geleden woonden de Smeehuijzens in Amsterdam. Na de scheiding is Ruud Smeehuijzen vertrokken en woont hij alleen in een rijtjeshuis in Huizen – „mijn ouderlijk huis”. Er staat één boek in de woonkamer, bij de stereotoren. ‘Taliban’, staat op de kaft. Het is het standaardwerk over de rebellenbeweging van de Pakistaan Ahmed Rashid. Hij heeft het gekregen uit handen van Peter van Uhm. Een jaar geleden. Toen was Van Uhm nog hoofd van de landmacht, het krijgsmachtonderdeel van Timo.

Nu is Van Uhm commandant der strijdkrachten en heeft hij ook een zoon verloren. Als gevolg van een bermbom. Ook in Uruzgan. Donderdag sprak hij voor het eerst weer met de verzamelde pers. „Er is veel bereikt in twee jaar tijd in Uruzgan.” Een dag eerder zei Smeehuijzen: „Als de missie in 2010 is afgelopen, kun je nog niet vaststellen of het zin heeft gehad. Misschien kun je dat pas over dertig jaar zien. Maar je kunt daarom nu niet zeggen: ‘ga dan maar weg uit Afghanistan’.”

Op de tafel in Huizen laat Smeehuijzen bouwtekeningen zien. „Ik zou het mooi vinden als er in de muur van de school een steen komt met daarop de naam van Timo en de andere overleden Nederlandse militairen. Timo was de zevende. Nu zijn het er al zestien.”

Meer over de missie en de slachtoffers: nrc.nl/uruzgan