Hypotheeknemers opnieuw onderuit

De aandelen van de twee grootste hypotheekbedrijven in de VS sloten gisteren de slechtste week voor de bedrijven ooit opnieuw af met verliezen op de beurs. Beleggers en analisten anticiperen op een mogelijke ingreep door de overheid om de bedrijven overeind te houden.

Met een dergelijke actie zou de overheid voor de tweede keer in vier maanden tijd op onorthodoxe wijze het financiële systeem van de grootste economie ter wereld draaiend proberen te houden.

De twee bedrijven in kwestie heten Fannie Mae en Freddie Mac, naar de initialen van lange, maar ongebruikte officiële bedrijfsnamen. Samen hebben zij (of staan ze garant voor) 5.000 miljard dollar (3.100 miljard euro) aan hypotheken. Dat is de helft van alle Amerikaanse woningleningen. Fannie Mae en Freddie Mac worden samen beschouwd als de laatste bastions van de verder noodlijdende huizenmarkt, die de grootste neergang sinds de Depressiejaren doormaakt.

De twee zakten gisterochtend beide aanvankelijk met ruim 50 procent weg, maar sloten uiteindelijk op 3 (Freddie Mac) en 22 (Fannie Mae) procent verlies. Het Witte Huis probeerde de gemoederen te bedaren. President Bush zei dat minister Hank Paulson van Financiën hem „heeft verzekerd dat hij samen met centralebankier Ben Bernanke hard aan de kwestie werkt”. Paulson ontkende dat een overheidsingrijpen aanstaande is. De Amerikaanse centrale banken voorkwamen dit voorjaar op het nippertje dat zakenbank Bear Sterns omviel.

Doordat de huizenprijzen in de VS blijven dalen en banken hun eisen aanscherpen, worden almaar minder hypotheken genomen en afbetaald. Beleggers investeren hierdoor minder in Fannie Mae en Freddie Mac, die op hun beurt in verdere financiële problemen geraken.

Meer over de mogelijke ingreep op nrc.nl/kredietcrisis