Hoera, de gierst wordt duurder

De Europese Commissie geeft een miljard euro aan Afrikaanse boeren om de voedselcrisis te bestrijden. Welke crisis, vragen boeren in Niger zich af. Zij varen wel bij de gestegen voedselprijzen.

Boeren en boerinnen uit de wijde omgeving hebben op de markt van Aguié, in het zuiden van Niger, een stalletje ingericht. Uien, pepers, gierst, kippen; het is er allemaal. Om voor schaduw te zorgen, hebben de verkopers boomtakken in de grond gestoken, waartussen stukken plastic zijn gespannen. Mohamed Halabou, afkomstig uit een naburig dorp, zit achter een stapel uien. „Uien zijn niet zo’n goede handel”, zegt hij. „Het is wachten tot ik over twee maanden mijn bonen heb geoogst. Daar valt veel meer mee te verdienen.”

De broer van Halabou komt aangewandeld met de laatste zak die de twee jongens vandaag in Aguié willen verkopen. In stapeltjes van zes uien legt hij ze voor zich neer. In het aangrenzende stalletje zijn kippen te koop. De poten van de beesten zijn aan elkaar vastgeknoopt, zodat ze niet weg kunnen lopen. „Jarenlang dacht ik dat je als boer geen geld kon verdienen”, zegt Halabou. „Maar nu de prijzen van voedingsmiddelen alsmaar stijgen, ziet de toekomst er steeds rooskleuriger uit.”

Net als overal ter wereld zijn de prijzen van agrarische producten in Niger omhoog geschoten. Gierst, het lokaal geproduceerde basisvoedsel, kost nu gemiddeld 27 eurocent per kilo. Een jaar geleden was dat nog 23 eurocent. De prijs van sorghum, een ander lokaal voedingsgewas, steeg van 22 naar 27 eurocent per kilo. „Het leven van een boer in Niger is niet makkelijk”, zegt Halabou. „Maar als je slim en ondernemend bent, zijn er volop mogelijkheden. Langzaam maar zeker zie ik mijn inkomen stijgen.”

De gestegen voedselprijzen leiden internationaal tot grote zorg. Met name in Afrika dreigt een ramp. De Europese Commissie, zo werd deze week bekend, wil een miljard euro hulp geven. Maar wat in de berichtgeving over de gestegen voedselprijzen onderbelicht blijft, is dat ongeveer 60 procent van alle Afrikanen boer is. Mensen in de stad voelen de gestegen voedselprijzen in hun portemonnee, maar boeren profiteren er juist van.

In het West-Afrikaanse Niger, volgens de Verenigde Naties het op drie na armste land ter wereld, is ongeveer 90 procent van de bevolking boer. In het zuiden wonen vooral akkerbouwers, in het drogere noorden is nomadische veeteelt de belangrijkste inkomstenbron.

De groene revolutie die volgens de Verenigde Naties nodig is om de voedselproductie in Afrika op te voeren, is in werkelijkheid al in volle gang. Cijfers van de FAO (de VN-organisatie voor Voedsel en Landbouw) staven dat beeld. Vrijwel overal in West-Afrika is de agrarische productie de afgelopen tien jaar sneller gegroeid dan de bevolking. Verdere groeimogelijkheden zijn enorm. Van de Afrikaanse boeren bewerkt 90 procent het land met de hand, zonder tractoren of andere machines. Kunstmest wordt nauwelijks toegepast.

Even buiten Aguié ligt het kantoor van het Nigerijnse ministerie van Landbouw, een ommuurd complex met lichtbruine muren en een dak van glimmende, ijzeren golfplaten. Lokaal directeur Chaibou Guero zit in zijn werkkamer achter een houten bureau. Guero waarschuwt voor te veel optimisme. „De bevolkingsgroei is erg hoog”, legt hij uit. „Daardoor neemt de druk op de grond toe, waardoor boeren vaak niet eens genoeg voor zichzelf kunnen produceren. Overschotten verkopen is er dan niet bij.”

Guero vertelt dat het ministerie een ondersteuningsprogramma heeft voor innovatieve boeren. „Veel boeren in Niger zitten vast in een keurslijf”, zegt hij. Als de regentijd in mei begint, zaaien ze traditioneel hun akkers in met gierst of sorghum, dat ze na de oogst in oktober voor een vast bedrag verkopen aan een kleine groep vaste handelaren. „Wij ondersteunen ondernemende boeren die experimenteren met andere gewassen. Ook helpen we boeren om regenwater te bewaren dat ze later kunnen gebruiken voor irrigatie.”

Een van de grootste problemen voor boeren in Niger is de grote macht van de tussenhandelaren. Zij hebben veel kleine landbouwers in hun greep. „Elk jaar koop ik meteen na de oogst voor 80 CFA (0,10 euro) per kilo gierst op bij een vaste groep boeren”, vertelt Umaru Isou, een handelaar uit de stad Zinder. „Daarna sla ik de zakken op, totdat de prijzen gaan stijgen. Een half jaar later verkoop ik de gierst voor het dubbele of driedubbele van de prijs. Eigenlijk is het heel simpel.” Isou lacht.

In zijn winkel in Zinder zit Isou onderuit gezakt op een stoel. Hij benadrukt dat er een innige band bestaat tussen hem en de boeren. „Ik ondersteun de boeren in moeilijke tijden. Als ze een ziek kind hebben, kunnen ze bij mij of bij een andere handelaar altijd geld lenen.”

Gevolg is dat nogal wat boeren schulden hebben bij de tussenhandelaren. Omdat Isou direct na de oogst zijn geld terugeist, zijn de boeren gedwongen hun gierst voor een slechte prijs te verkopen. Zelfs boeren die niet genoeg gierst voor zichzelf produceren, zijn om die reden vaak verplicht een groot deel van hun oogst van de hand te doen. Met als gevolg dat ze een paar maanden later hun eigen gierst soms voor het driedubbele moeten terug kopen. Om niet te verhongeren.

Isou, die westerse kleren draagt met modieuze leren schoenen, erkent dat de handelaren doorgaans goed verdienen. Daar staan ook risico’s tegenover. „Als handelaar garandeer ik de boeren een vaste prijs. Als de voedselprijzen hoog zijn zoals nu, ben ik degene die profiteert. Maar als de landbouwprijzen instorten, zoals een paar jaar geleden toen er ineens veel voedselhulp uit het buitenland naar Niger kwam, lijd ik verlies. Handel is onvoorspelbaar.”

Ontsnappen aan de macht van de tussenhandelaren is voor boeren in Niger een van de sleutels tot commercieel succes. Maar simpel is het niet. Door de innige band te verbreken die tussen de twee partijen bestaat, ontstaan vaak heftige spanningen. Gevestigde handelaren zien niet graag dat ondernemende boeren zelf hun gewassen op de markt verkopen.

Een andere drempel is van financiële aard. Wie zijn oogst niet meteen verkoopt en geen spaargeld achter de hand heeft, moet tijdelijk op een andere manier in zijn levensonderhoud voorzien. Ook is er vaak nog de schuld aan de handelaar die moet worden afgelost.

Een van de manieren om de schuld aan handelaren af te lossen, is het aanvragen van microkrediet bij een van de vele westerse hulporganisaties in Niger. In Zinder biedt onder meer het Nederlandse SNV die mogelijkheid. Maar veel boeren die van de mogelijkheid gebruik maken zijn er niet, erkent SNV. „De rijke handelaren zien liever niet dat je elders krediet neemt”, zegt Hindatou Sanoussi, een boerin uit een dorp bij Zinder.

Sanoussi zit op een boomstronk in het centrum van het dorp. Ze leunt met haar rug tegen de rode lemen muur van het huis van het dorpshoofd. „De speculanten zijn niet slecht voor ons”, zegt Sanoussi, die twee schapen en een stukje grond heeft. „Nu de voedselprijzen zijn gestegen, betalen ze ons ook meer. Alles bij elkaar ben ik niet ontevreden.”

Boeren die ondanks alle tegenwerkingen toch besluiten hun gewassen niet aan de speculanten te verkopen, kiezen er vaak voor hun financiële problemen op te lossen door een paar maanden lang wilde planten te eten. Traditioneel doen ze dat alleen in tijden van hongersnood. Twee van de meest populaire gerechten van wilde planten zijn jiga (een soort spinazie) en hanza (een soort kikkererwt). „Lekker en gratis”, zegt Sanoussi.

De gestegen landbouwproductie in Niger is niet alleen op het conto te schrijven van ondernemende boeren. Het is ook een gevolg van een redelijk stabiele hoeveelheid neerslag, die gewoonlijk in de maanden mei tot september valt. Langdurige droogteperiodes, zoals in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, zijn al jaren niet meer voorgekomen. De droogte in 2005, die hulporganisaties destijds massaal in actie deed komen, bleek achteraf mee te vallen.

Wisselende klimatologische omstandigheden zijn overal ter wereld een probleem voor de landbouw. Voor boeren is het zaak daarop voorbereid te zijn. Akkerbouwers dienen reserves op te bouwen. Veetelers doen er goed aan na weinig regenval snel een deel van hun vee te verkopen.

De export van vee is een bloeiende handel in Niger. De nationale kudde van naar schatting 20 miljoen dieren is een van de belangrijkste rijkdommen van het land. Vroeger stortten de prijzen van vee bij droogtes snel in, doordat er nauwelijks export was. Maar door verbeterde verbindingen met de buurlanden is dat de afgelopen jaren veranderd. „Met name in Nigeria is de markt voor slachtvee sterk gegroeid”, zegt veehandelaar Abdulahi Musa. „Schapen, geiten en koeien gaan daar in groten getale heen.”

Op de veemarkt in Agadez, ruim 400 kilometer ten noorden van Zinder, struint Musa rond op zoek naar dieren om op te kopen. Gekleed in een blauw gewaad inspecteert hij het aanbod. De beesten staan in groepjes bij elkaar, met daarnaast de eigenaren. Behalve schapen, geiten en koeien zijn er ook kamelen. „Die gaan bijna allemaal per vrachtwagen naar Algerije en Libië”, zegt Abdulahi. „Daar houden ze van kamelenvlees.”

Ook de prijzen van vee zijn aanzienlijk gestegen. „Een jaar geleden kon je hier voor 75.000 CFA (115 euro) een mooi, vet schaap kopen”, vertelt Abdulahi. „Op dit moment betaal je voor een gelijkwaardig dier soms wel 100.000 CFA (153 euro).” De prijzen van ander slachtvee in Niger zijn ook ongeveer met 30 procent gestegen.

De levensomstandigheden van boeren in Niger zijn ook verbeterd doordat in Europa de landbouwsubsidies langzaam worden afgebouwd. De concurrentiepositie van Afrikaanse boeren verbetert. Nederlands melkpoeder van het merk La Belle Hollandaise, jarenlang een begrip in Franstalig Afrika, is de afgelopen jaren steeds zeldzamer geworden in winkels in Niger. De prijs van Nederlandse melk was zo laag dat lokale boeren er bijna niet mee konden concurreren. Een aantal yoghurtfabrieken in Niger gebruikte daarom liever geïmporteerd melkpoeder dan lokale melk.

Aan de rand van Agadez bestiert Ahmed Bahani, een lange, slanke man, een winkel in levensmiddelen. Tot voor kort was hij veehouder, maar ongeveer een jaar geleden heeft hij een groot deel van zijn veestapel verkocht. De opbrengst gebruikte hij om zijn vrachtauto te repareren, die al meer dan een jaar stilstond, en om een kruidenierswinkel te beginnen. „Als boer kun je in Niger steeds beter rondkomen”, beaamt Bahani. „Maar het echte grote geld is te verdienen met handel.”

Bahani’s handelswaar ligt uitgestald onder een afdak, dat gemaakt is van golfplaten. Voor zich heeft hij een aantal olievaten staan met rijst, gierst en bonen. De vaten zijn van boven open, zodat hij het voedsel er met een pannetje uit kan scheppen voor zijn klanten. „In oktober ben ik met mijn vrachtwagen naar de grens met Nigeria gereden om goedkoop zakken voedsel in te kopen”, vertelt Bahani. Hij opent een rode ijzeren deur van de opslagruimte achter de winkel, waar tientallen zakken liggen opgestapeld. „Inmiddels is dat voedsel het dubbele waard. Tot de oogst in september zullen de prijzen de komende maanden alleen maar verder stijgen.”

Tevreden kijkt Bahani voor zich uit. Het is duidelijk dat het goed met hem gaat. Hij is gehuld in een mooi, donkerrood gewaad en is de trotse eigenaar van een lichte Honda-motor. Zijn vrouw draagt gouden sieraden om haar hals en in de oren. „De gestegen voedselprijzen zijn een zegen voor Niger”, zegt Bahani.