Handel in vrouwen: tot 7,5 jaar cel

De rechtbank in Almelo heeft gisteren zes mannen veroordeeld tot jarenlange celstraffen voor mensenhandel. Vijf van hen maakten volgens de rechtbank ook deel uit van de criminele organisatie die de slachtoffers van de mensenhandel dwong als prostituee te werken. De Turks-Duitse hoofdverdachte Saban B. kreeg de langste straf: 7,5 jaar cel. Zijn broer Hasan kreeg 2,5 jaar.

De broers B. en medeverdachte Bekir I. leidden jarenlang een gewelddadige, goed georganiseerden mensenhandelbende die tientallen vrouwen gedwongen in de prostitutie liet werken in Amsterdam, Alkmaar, Utrecht, Den Haag, Duitsland en België. Sommigen werden geronseld in Oost-Europa, anderen werkten al in Nederland. Een netwerk van pooiers, bewakers en chauffeurs hield hen 24 uur per dag in de gaten. De broers lieten de vrouwen tussen verschillende steden rouleren, zodat ze geen band op konden bouwen met klanten of de politie. Het geld dat de vrouwen verdienden, moesten ze aan de bende afstaan.

De straffen zijn lager dan de officier van justitie in de zogeheten Sneepzaak had geëist. Tegen Saban B., die 7,5 jaar kreeg, eiste de aanklager twaalf jaar celstraf. Voor Bekir I. was tien jaar cel geëist. Hij werd veroordeeld tot drie jaar cel.

Vooral Saban B. en Bekir I. gebruikten veel geweld, bijvoorbeeld om vrouwen te dwingen zich te prostitueren en ze in de prostitutie te houden. Ook klanten en concurrerende pooiers werden gewelddadig bejegend, stelde de rechtbank.

Uit het vonnis: „Het dossier staat bol van geweld en intimidaties.” De rechtbank: „De verdachten hebben op grove wijze misbruik gemaakt van de kwetsbare, geïsoleerde en afhankelijke positie waarin deze vrouwen zich bevonden.”

Het Openbaar Ministerie vindt de straffen aan de lage kant voor ernstige misdrijven als mensenhandel en deelname aan een zeer gewelddadige criminele organisatie, feiten die de rechtbank bewezen acht. Het overweegt daarom in hoger beroep te gaan.