Griekenland worstelt met Siemens-schandaal

De Duitse onderneming Siemens heeft internationaal ruim met smeergeld gewerkt. Het schandaal brengt ook de Griekse regering in moeilijkheden.

In een hoogst persoonlijke brief, waarvan zelfs de bestelling per koerier gistermiddag moeilijkheden opleverde, heeft de Griekse oppositieleider Jorgos Papandreou premier Kostas Karamanlís voorgesteld, er met z’n tweeën voor te gaan zorgen dat het Siemens-schandaal niet verder voortwoekert in het Griekse bestel. „Onze beide partijen zijn het object van beschuldigingen geworden, dus is het aan ons beiden de weg van de sanering te vinden.”

Al eerder waren er stemmen opgegaan dat de twee partijleiders, die op economisch gebied een onberispelijke reputatie genieten, de koppen bij elkaar moeten steken iom het Griekse systeem van partijfinanciering te hervormen.

Het Siemens-schandaal, dat al in 1996 begon en pas tien jaar later ongedaan werd gemaakt, kwam erop neer dat de Duitse industriereus in twintig staten ongebreideld met smeergeld had gewerkt, naar alle kanten en op basis van twee procent per opdracht.

Uit het grote proces in München, dat nu al maanden loopt, blijkt dat Griekenland in dit opzicht een „paradijs” was voor de omkopers die zowel Papandreous socialistische PASOK verrijkten als de conservatieve Nieuwe Democratie (ND) onder Karamanlís.

Sinds 2000, toen de ND al bijna de verkiezingen won, moeten de geldzendingen gelijk op zijn gegaan, met als een van de belangrijkste doelen de beveiliging van de Olympische Spelen van 2004, in samenwerking met het Amerikaanse SAIR, een project van twee miljard euro.

Tijdens het proces in München laten verdachten – sommigen al in detentie – heel wat los, vooral geldbedragen. Maar liefst honderd miljoen euro zou al die jaren naar Griekse prominenten zijn doorgesluisd, vaak via obscure offshorebedrijven. Maar met Griekse namen bleven de informanten zuinig, zodat Griekenland maandenlang kon blijven doen of er niets aan de hand was.

Vorige maand dook er wel een naam op, en niet de eerste de beste. Het betrof Theódoros Tsoukatos, afgevaardigde en jarenlang adviseur onder premier Kostas Simítis tijdens diens eerste regeerperiode 1996-2000. Zijn bijnaam luidde: de generaal. Later is hij in ongenade geraakt. Maar hij gaf nu toe in 1999 een miljoen Duitse mark in de PASOK-kas te hebben laten vloeien. „Zoiets gebeurde bij alle partijen”, zei hij later.

Een transportminister onder Simítis, Tasos Mandélis, ontkende een tienmaal hoger bedrag voor eigen belang te hebben aangenomen in 1998. Hij woont nu in Bakoe, Azerbeidzjan.

PASOK-leider Papandreou zette beiden uit de partij, maar een ieder zag aankomen dat de beurt van de ND nog moest komen. Het begon met Kyriákos Mitsotákis, eerste afgevaardigde van Athene en broer van de minister van Buitenlandse Zaken. Hij zou als vriend van de Siemens-vertegenwoordiger in Griekenland, Michális Chritoforákis, allerlei computermateriaal hebben „geleend”. Kort daarop viel iedereen heen over de ND-minister van Cultuur, Michális Liápis, nog wel zwager van Karamanlis, die in 2005 vier dagen in Centraal-Europa op stap was geweest met bovengenoemde Christoforákis, de smeergeldmanager die een jaar later werd ontmaskerd.

Liápis kon bewijzen dat alle hotels en vliegtickets door hemzelf waren betaald, maar de organisatie van het pleziertochtje was geheel in handen van Siemens geweest. Veel partijgenoten distantieerden zich, en de lastigste, Pétros Tatoúlis, eiste zelfs zijn aftreden. Premier Karamanlís zou hem liefst uit de fractie laten zetten, maar dan komt die op 150 leden en bezwijkt zijn regering.

Hoewel het Siemens-schandaal tijdens de PASOK-regering begon, zou het wel eens een veel zwaardere uitwerking kunnen hebben op de huidige conservatieve regering. De laatste tijd krijgt Karamanlís van alle kanten de vraag voorgelegd waarom hij eigenlijk niet overgaat tot aanklachten tegen Siemens zelf, inclusief dreigementen met uitsluiting, zoals landen als de VS, Noorwegen, Nigeria en zelfs Irak hebben gedaan.

Ook wordt geklaagd dat het gerechtelijk onderzoek, dat in Duitsland twintig rechters bezighoudt, hier pas maanden later op gang kwam en in handen bleef van één overwerkte rechter van instructie.