GE mag nu een opsplitsing overwegen

Tientallen jaren lang is de marktwaarde van General Electric (GE) groter geweest dan de som van de samenstellende delen van het Amerikaanse conglomeraat. Deze premie – toegekend wegens diversiteit van de inkomsten, de veronderstelde synergieën tussen de diverse divisies en financieringsbronnen, en een hooggewaardeerd bestuur – is totaal verdwenen in de zeven jaar dat Jeff Immelt het concern leidt.

Sinds eind 2001, het jaar waarin Immelt in de voetsporen trad van Jack Welch, is de winst van GE met tweederde gegroeid, naar 22 miljard dollar in 2007. Dat is geen geringe prestatie voor een concern dat, op het moment dat hij het roer overnam, al een omzet kende van 126 miljard dollar. Tegelijkertijd is de marktwaarde van de producent van creditcards, magnetrons en vliegtuigmotoren met 125 miljard dollar gedaald.

Omdat de markt GE niet langer een premie toekent bovenop de gezamenlijke waarde van de componenten, en misschien zelfs een korting in rekening brengt, is het geen schande meer voor GE om te overwegen zichzelf op te splitsen. De beslissing om de gereedschappendivisie af te stoten – goed voor 10 procent van de niet-financiële omzet – toont aan dat een dergelijke manier van denken terrein heeft gewonnen in de bestuurskamer van GE.

Maar de aandeelhouders mogen zich nog niet rijk rekenen, na jaren van slechte prestaties op de aandelenmarkten. Het is nu wel duidelijk geworden dat GE niet zal worden gestraft voor het overhevelen van bezittingen naar de aandeelhouders, maar nog niet dat financieel gegoochel de zaak uiteindelijk zal redden. Om een niveau te bereiken waarop een opsplitsing van GE zinvol zou zijn, moeten de afgestoten bedrijfsonderdelen zelfstandig waarde kunnen scheppen.

Tot nu toe zijn de resultaten gemengd. Neem Genworth Financial, de voormalige verzekeringstak. De aandelen van dat bedrijf worden momenteel verhandeld op zo’n 17 dollar per aandeel – lager dan de beursintroductiekoers van 19,50 dollar uit 2004. Uiteraard is dat een gevolg van de algehele malaise op de financiële markten. Nog maar een jaar geleden bedroeg de koers van Genworth maar liefst 36 dollar per aandeel.

Daarom is de verkoop van de gereedschapsdivisie belangrijk. Als onafhankelijk bedrijf, met een eigen kas om transacties mee te plegen en personeel te belonen, kan de divisie van nieuwe energie worden voorzien.

Zij zal ook vrijer zijn om een eigen koers te varen en partners te zoeken die nu misschien nog concurreren met één of meer van de vele andere divisies van GE. Als dit niet zo winstgevende en met een bescheiden groei gezegende bedrijf het zelfstandig goed doet, zal het voor Immelt moeilijker worden oproepen voor een complete opsplitsing van GE te negeren.

Rob Cox