Een hoogst ongelukkig toeval

Een Nederlandse toeriste overleed aan het marburgvirus dat ze opliep in Oeganda. Deskundigen noemen het virus heel gevaarlijk, maar zien geen reden voor paniek.

Hester van Santen

Een 40-jarige vrouw overleed gisternacht aan het zeer gevaarlijke marburgvirus. Het was de eerste keer dat iemand uit Nederland met dat Afrikaanse virus besmet raakte. Honderd mensen met wie de vrouw contact heeft gehad, worden de komende weken streng in de gaten gehouden. Wat nu? Vijf vragen.

Hoe vaak worden toeristen met het marburgvirus besmet?

Dat een toerist in Afrika aangevlogen wordt door een vleermuis en het dodelijke virus oploopt, zoals de vrouw gebeurde, is een hoogst ongelukkig toeval. Het marburgvirus is zeer zeldzaam. Sinds de beschrijving in 1967 zijn er wereldwijd minder dan tien uitbraken beschreven, alle in Afrika. In veertig jaar tijd zijn daarbij, zover bekend, zo’n 450 mensen van het virus ziek geworden van wie er ruim 350 overleden. De meeste doden vielen in Angola in 2004 en 2005, en onder mijnwerkers in Kongo eind jaren 90. Eén keer eerder raakte een Europese toerist besmet. Een 15-jarige Deense jongen stierf in 1987 aan het virus. Hij had een grot in Kenia bezocht.

Hoe werden deze mensen ziek?

De meeste mensen die het marburgvirus opliepen, kregen het door contact met lichaamsvocht (vooral bloed is gevaarlijk, maar ook braaksel of ontlasting) of weefsels van patiënten. Apen, vleermuizen, knaagdieren en antilopen kunnen ook drager zijn.

De eerste bekende slachtoffers waren Europese labmedewerkers die met weefsels van meerkatten (een apensoort) uit Oeganda werkten. Er werden toen 31 mensen – de laboranten, en hun medisch verzorgers – ziek. Een deel van de patiënten werkte in een lab in de Duitse stad Marburg, vandaar de naam. In Leiden en Helmond wordt met name medisch personeel in de gaten gehouden.

Wat gebeurt er als iemand met het marburgvirus besmet raakt?

Meestal na zo’n vijf tot zeven dagen, maar soms pas na drie weken, wordt hij ziek. Iemand met het marburgvirus is meteen behoorlijk beroerd: koorts, overgeven, diarree. Een deel van de patiënten krijgt in- en uitwendige bloedingen. Organen kunnen uitvallen. De symptomen lijken sterk op die van een besmetting met het ebolavirus, de nauwst verwante ziekteverwekker.

Mensen die genezen, beginnen na ruim een week weer op te knappen. 30 tot 90 procent van de patiënten overlijdt echter. Er is geen medicijn: antivirale middelen werken niet. Op de intensive care krijgt de patiënt wel beademing en bloedtransfusies, en kan de nier- en leverfunctie worden overgenomen.

Hoeveel gevaar lopen de mensen met wie de patiënt contact had?

Volgens Nederlandse deskundigen die het risico hebben ingeschat, is het gevaar heel klein. Hoewel in Afrika tweemaal uitbraken hebben plaatsgevonden waarbij honderden mensen betrokken raakten, bleef het aantal zieken ook daar meestal beperkt tot enkelen. Patiënten zijn pas besmettelijk als ze ziek worden, en dan zijn ze er meestal direct zo slecht aan toe dat ze thuis blijven. Van terloops contact raakt iemand niet besmet. De medici verwachten dat de algemene hygiënische maatregelen die zijn genomen toen de patiënte zich meldde, voldoende zijn om besmetting te voorkomen.

Is het gevaarlijk om naar Oeganda te gaan?

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu raadt af in Oeganda vleermuisgrotten te bezoeken. Het is onduidelijk of, nu één persoon daar is ziek geworden, er meer kunnen volgen. Feit blijft dat deze ziekte hoogst zeldzaam is.

Meer over de casus van de Nederlandse marburgpatiënte via nrc.nl/binnenland