ECB streeft naar inflatiebestrijding à la Maradona

De Europese Centrale Bank moet de inflatie in de eurozone bestrijden. Die is twee keer te hoog. Maar hogere rente betekent lagere groei. Voetballer Maradona biedt uitkomst.

Het gaat slecht met de Belgische economie. De kleine Europese lidstaat kampt met een hoge inflatie en een afremmende economische groei. Waar de inflatie in de eurozone van maand op maand nu gemiddeld op 4,0 procent staat, ‘scoren’ de Belgen in juni twee volle procentpunten hoger. Dat betekent in de praktijk: verdamping van spaargeld, problemen voor de exportsector en verslechtering van de concurrentiepositie.

Toch zouden de Belgen niet hoeven klagen over de sluipende geldontwaarding. Dat de inflatie in België het hardst is opgelopen, is niet vreemd, legt hoofdeconoom Geert Noels van de Belgische tak van vermogensbeheerder Petercam uit. „Samen met Luxemburg is België het enige land in Europa dat nog aan automatische prijscompensatie doet. Elke procent inflatie wordt automatisch verdisconteerd in de lonen.” In principe zouden de Belgen dus geen last moeten hebben van koopkrachtverlies, maar de perceptie is anders. „Er wordt ook bij ons hard geklaagd, hoor”, zegt Noels.

Binnen Europa is België een van de uitschieters. Gemiddeld bedraagt de inflatie in de eurozone 4,0 procent. Dat is ook hoog, maar minder hoog dan bij de Belgen en Italianen. De oorzaken van de Europese inflatie zijn dezelfde als die van de wereldwijde inflatie: fors gestegen voedsel- en energieprijzen – als gevolg van de grotere vraag in met name China en India – eisen hun tol. En aangezien olie de komende decennia waarschijnlijk alleen maar schaarser zal worden, is het einde van de energie-inflatie nog niet in zicht.

Het voorbeeld van België schetst het probleem waar de Europese Centrale Bank (ECB) zich iedere maand voor gesteld ziet. Binnen de landen die participeren in de euro, de eurozone, zijn de verschillen groot. België kampt met 6 procent inflatie, Nederland ‘slechts' met 2,1 . De ECB heeft als belangrijkste doelstelling het beheersen van de inflatie. Letterlijk heeft de bank zich ten doel gesteld de inflatie „onder, maar dichtbij de 2,0 procent” te houden.

De verschillen tussen de lidstaten zijn in principe niet relevant voor de ECB. Het rentebeleid wordt gebaseerd op gemiddelde groei en inflatiecijfers. Bij de laatste meting, half juni, kwam de gemiddelde inflatie in eurozone uit op 4,0 procent. Dat is het hoogste percentage sinds de invoering van de euro. Ingrijpen is dus op basis van de eigen regels vereist.

ECB-president Jean-Claude Trichet en zijn collega-bestuurders werden gedwarsboomd door de onrust op de financiële markten. De kredietcrisis veroorzaakte zoveel onzekerheid, dat renteverhoging destijds tot grote schokken had kunnen leiden. Maar toen de inflatiemeter in juni de 4 procent aantikte, greep de ECB eindelijk in. Trichet verhoogde het belangrijkste rentetarief met een kwart procentpunt naar 4,25 procent.

De vraag is hoe lang politici in de lidstaten de ECB nog ongestoord haar werk laten doen. Stel dat de inflatie inderdaad hoog blijft en er meer renteverhogingen nodig zijn, dan zal dat bij de ‘zwakke broeders’ onder de lidstaten uiteindelijk tot een forse afname van de groei lijden. En misschien duwt de ECB landen als Italië en België wel een recessie in. De politieke druk op de ECB zal daardoor toenemen, met alle gevolgen van dien. Eind juni probeerden Duitse, Spaanse en Franse bewindslieden de ECB te weerhouden van een aangekondigde renteverhoging. Zonder succes, maar met name de openlijke kritiek van de Duitse minster van Financiën Peer Steinbrück – normaal gesproken zeer terughoudend, was opmerkelijk.

Hoofdeconoom Lex Hoogduin van Robeco vindt het dan ook dapper van de ECB dat zij de rente in juni ‘gewoon’ verhoogd heeft: „Ze doen in elk geval wat ze moeten doen, ook al hebben ze wel erg lang gewacht”, zegt hij. Hoogduin schetst het dilemma waar de ECB mee zit: „Een renteverandering heeft pas na anderhalf jaar echt effect op de inflatie. Dat geldt zowel in positieve als in negatieve zin. Het effect op de economie is echter al eerder merkbaar, na ongeveer een jaar. Als de ECB de rente dus verhoogt, zal eerst de economische groei afremmen en pas later de inflatie dalen.” De ECB moet dus tegen wat publicitaire en politieke tegenwind bestand zijn. De heilzame werking van een renteverhoging dringt pas later door tot de mensen dan de negatieve effecten.

Hoogduin meent dat de ECB momenteel in een lastig parket zit. „Als ze niets doen, bestaat er een kans dat de inflatie vanzelf terugloopt. Het risico is echter dat door de huidige inflatie de loon-prijsspiraal al in werking is gezet.” Bij een hoge inflatie hebben vakbonden de neiging ook hogere lonen te eisen en dat is slecht voor de economie. „Je ziet dat Trichet de laatste maanden vooral de inflatieverwachting heeft proberen te temperen, in de hoop dat de loon-prijsspiraal, of de tweede-ronde-effecten, zoals de ECB dat noemt, niet zullen optreden.”

Of dit management by speech voldoende zal zijn om de vakbonden terug in hun hok te krijgen, moet blijken. De eerste signalen van fors oplopende cao-lonen in diverse Europese landen zijn er inmiddels. Mede daarom, denkt Hoogduin, gooide de ECB er afgelopen maand toch „een kwartje bij”. Daarmee geeft de bank aan dat de inflatie haar ernst is. „Verstandig”, oordeelt Hoogduin. „Als de ECB langer had gewacht, had de ingreep groter moeten zijn en daarmee was ook het dempende effect op de economie groter geweest.”

De enige gok die Trichet en zijn medebestuurders namen, was dat de Europese burger bereid was de hogere inflatie tijdelijk voor lief te nemen zónder om loonsverhoging te gaan vragen.

Hoogduin denkt dat de omstandigheden voor de ECB de komende jaren zullen veranderen. „De prijzen van olie, maar ook van water en bijvoorbeeld schone lucht, zullen de inflatie laten stijgen. Burgers willen daar compensatie voor. Technisch kan een centrale bank de inflatie altijd beteugelen, door simpelweg de rente maar hoog genoeg te maken. Maar de vraag is tegen welke prijs?”

Hoogduin doelt op een oplopende werkloosheid, een afnemende economische groei. „De vraag is dan: kan een centrale bank zich dat veroorloven? Want hoewel de ECB formeel onafhankelijk is, zal de politieke druk dan oplopen. Burgers, en daarmee hun regeringsleiders, zijn niet bereid een recessie te accepteren.”

Hoogduin verwacht daarom dat de ECB in de praktijk een hogere inflatie zal accepteren dan de vastgelegde 2 procent. Sterker nog, de ECB zal pas ingrijpen als de inflatie voelbaar wordt, als mensen het gaan merken in hun portemonnee. „Als je dan ingrijpt met een renteverhoging, heb je meer steun voor dat besluit”, meent Hoogduin. Het risico van stagflatie, een hoge inflatie gepaard aan een extreem lage economische groei, is wat Hoogduin betreft een theoretische discussie. „Europa heeft nu al met stagflatie te kampen. De groei neemt af, de inflatie loopt op.”

Voor Jean-Claude Trichet valt te hopen dat zijn Britse collega Mervyn King van de Bank of England gelijk krijgt. Hij vergeleek in een toespraak in 2005 de positie van centrale banken met die van de Argentijnse wondervoetballer Diego Maradona. Tijdens het WK in Mexico City in 1986 scoorde de spits twee keer tegen het Engelse team. De eerste goal was het beruchte ‘hand van God’-doelpunt, maar het andere was minstens zo imposant. Maradona rende van het middenveld zo’n zestig meter naar het strafschopgebied, daarbij vijf tot zes Engelse verdedigers passerend. Hij scoorde.

Uit analyses achteraf bleek dat Maradona een betrekkelijk rechte lijn had afgelegd met hier en daar een schijnbeweging, en dat het juist de verdedigers waren die alle kanten waren uitgerend. Dat bracht centralebankier King tot de conclusie dat Maradona daarmee een perfect voorbeeld gaf van de „macht van de verwachting”.

Zo, en niet anders, zouden centrale banken moeten handelen. Rechtdoor, en het ergste onheil afwenden met schijnbewegingen.

Dit is deel 2 van een drieluik over inflatie. Deel 1 staat op nrc.nl/economie