Die van Chuck, Stan en de Belg

Het nieuwste prominente slachtoffer van de kredietcrisis is een Belg. Althans, Votron zal zichzelf scharen in het rijtje van Chuck Prince, de man die bij Citigroup weg moest, en Stan O’Neill, die bij Merrill Lynch werd geofferd.

Zonder de grote afschrijvingen en het wantrouwen op de beurzen tegen alle financiële instellingen had hij rustig aan de integratie van ABN Amro kunnen werken. Dan had niemand getwijfeld aan de financiële stabiliteit van zijn bankverzekeraar. En was hij over een paar jaar de held van België geweest, die een grote internationale speler had neergezet.

Hij heeft zijn val aan zichzelf te danken met de overname van ABN Amro, zullen veel beleggers zeggen. Hij heeft zich laten meeslepen door zijn roekeloze ambitie. Vol doorgaan met deze mega-overname, zelfs toen de kredietcrisis al was uitgebroken. Om de twee maten RBS en Santander niet in de steek te laten. Omdat de strijd toen al bijna was gestreden en het zonde was nog los te laten. Om de eigen ambitie.

Hier dringt de vergelijking met Prince en O´Neill zich weer op. Andere Amerikaanse zakenbanken hadden het gevaar van de slechte hypotheken zien aankomen. Ze waren hun riskante posities al gaan verkopen of gaan afdekken. Ze konden de schade niet meer voorkomen, wel beperken. De hoofden van Jamie Dimon van JP Morgan of van Lloyd Blankfein van Goldman Sachs zijn nooit geëist. Zij moesten ook afschrijven, maar lang niet zo veel.

Maar wat zei Prince ook alweer in de zomer van 2007? „Dat Citigroup nog steeds op de muziek van een hausse aan bedrijfsovernames aan het dansen was.” Drie weken later stopte de muziek. Merrill Lynch ging, bang om het feest te missen, vol door met het uitzetten van riskante hypotheekobligaties, toen anderen al stilletjes waren gestopt. En zat met een portefeuille van onverkoopbare obligaties als gevolg.

Ook Votron bleef dansen. Dat Fortis zuchtte en steunde onder de 24 miljard die de bank moest uitgeven voor haar deel van ABN Amro, bleef hij vrolijk wegwimpelen. Nog maar een paar weken voordat hij weer voor 8 miljard aan kapitaal bijeen moest schrapen om solvabel genoeg te blijven, zei hij nog dat de solvabiliteit „op plan” was.

Beleggers kun je wel even bedonderen, maar niet voor lang. Dan nemen ze wraak en word je gestraft voor roekeloosheid. En beloond met een forse vertrekpremie. In de VS althans. Prince mocht 39,9 miljoen dollar meenemen, O’Neill 161,5 miljoen dollar. En Votron?

Een jaarsalaris van 1,3 miljoen euro. En als hij net als de Amerikanen zijn aandelen en opties mag houden, komt daar 1 miljoen euro bij. Maar liefst. De Belg zal nog wel eens terugdenken aan de tijd dat hij voor Citi werkte.

Daan van Lent