De vakschool is terug

In de tijd dat onderwijskunde in de mode was maar techniek niet, werd de lagere technische school, de lts, afgeschaft, de opvolger van de aloude ambachtsschool. In de ambachtsschool konden jongens die goed waren in werken met hun handen een vak leren. Maar dat was niet volgens de vigerende onderwijskundige inzichten. Iedereen moest het met het hoofd doen. En ook ouders hadden of hebben vaak liever dat hun kinderen hun handen niet vuil maken. De overall heeft helaas een lage status. Veel mensen zitten liever aan een bureau, ook al verdienen ze dan minder dan loodgieters of elektriciens. Dat geldt niet alleen voor Nederland. In Groot-Brittannië en in de Verenigde Staten is het tekort aan goede, praktische vakmensen nog groter.

Nederland volgde de Angelsaksische weg. In 1992 ging de lts op in het vbo en in 1999 in het nog grotere vmbo, waar iedereen zou beginnen met hetzelfde brede basispakket van algemene vorming, ongeacht het individuele leervermogen. Veel leerlingen verlieten die opleiding zonder diploma.

Gelukkig is er al die tijd wel een opleiding voor vaklieden intact gebleven, ondergronds als het ware. Ondanks het geweld van wetten en reorganisaties besloten vijf middelbare scholen in 1996 al dat ze meer praktijkonderwijs zouden geven. En nu is het technisch onderwijs bezig aan een revival. Binnen de vmbo’s ontstaan vakcolleges en vakscholen. Leraren zetten op eigen houtje Timloto op, een lesnetwerk om nieuwe technologie bij te houden en op school te verspreiden. Ook onderwijskundigen zijn erachter gekomen dat de samenleving drijft op techniek, van gebouw tot computer. Het is alarmerend dat Nederland over twee jaar al 70.000 technici tekort komt. Het is dus maar goed dat nu ook het ministerie van Onderwijs het onderricht in technische vakken steunt.

Dat daarbij de term ambachtsschool wordt gemeden, hoewel die zou passen in de nostalgie die in het onderwijs om zich heen grijpt, is begrijpelijk. De oude ambachten zijn inmiddels doordrenkt van informatietechnologie. Een automonteur bijvoorbeeld stelt geen contactpuntjes meer af, maar programmeert met zijn computer de werking van de motor en de andere onderdelen.

Het is verheugend dat de technische school in een nieuwe gedaante terugkeert. De meeste vmbo’s doen te weinig voor praktijkleerlingen en zijn niet ingericht op vakonderwijs. De lesmaterialen zijn slecht of worden niet gebruikt bij gebrek aan leerkrachten. Het is daarom zaak dat ‘vakscholen’ en ‘vakcolleges’ niet slechts nieuwe etiketten zullen blijken te zijn. Zij verdienen een volwaardige plaats in het Nederlands onderwijssysteem, met de middelen die daarbij horen en met deskundige leraren (m/v).