De Koninklijke Weg en de Industriële Route

De wandeling begint waar de koningen van Krakau hem in de Middeleeuwen al begonnen: in de kerk van de heilige Florianus, met onze rug naar het altaar. Paus Johannus Paulus werkte hier, een van zijn witte kalotjes ligt op heuphoogte op een kussen in een vitrine.

In de kerk is koelte, buiten brandt, nee niet de hel, maar de zon, bijvoorbeeld op de twee poorten naar de oude stad. De eerste is Oosters gedrongen van snit, de tweede steil en Europees, beide zijn unverfroren sprookjesachtig. Hetzelfde geldt voor de stad erachter: voor de schuimstenen gevels in hun verschoten kleuren, voor de uitbouwtjes, de daken en de bogen; en het gaat zeker op voor de Grote Markt, die grote moederschoot.

De Koninklijke Weg vraagt om een statige wandelpas. Hoe lekker het reliëf van de klinkers ook onder de schoenen stuitert, voor doorlopen is hij te druk in gebruik. Maar Krakau sleept de wandelaar mee en voort.

Ik sluit mijn ogen, ik hoor het gemurmel van de stad, en de klanken van met natte vingertoppen bespeelde cognacglazen. O sole mio.

Boem is ho.

De koningen hielden het al na een paar kilometer voor gezien, die doken een kerk in op de Wawelberg. Wij niet. We verlaten de oude stad en lopen door.

„Op naar de Kraktop,” zegt man. Voor die krankjorum hoge grafheuvel van Prins Krak, de vorst die Krakau stichtte, steken we de Wisla over via de Pilsudskibrug en doorkruisen een verwilderd park.

Bovenop de Krakheuvel kijken we uit over de stad, net als de Krakauers die hier in hun ondergoed in de zon liggen. Wat een vreemde bouwsels staan daar bij die steile witte rotswand. Historische mijnschachten? Nee, restanten van het concentratiekampdecor voor de film Schindler’s List van Steven Spielberg.

Via de begraafplaats aan de andere kant van de heuvel (even een hekje over, niemand kijkt) voegen we in op de Industriële Route. Die voert de wandelaar terug naar Krakaus centrum via het smakelijk groezelige Podgórze. Die oude buurt poetst met zijn werkplaatjes en cafeetjes het woord ‘bohème’ op zoals dat in veel Europese oud-industriële steden gebeurt. De fabriek van Oskar Schindler is er nog, maar staat in de steigers, want zij wordt een museum voor moderne kunst.

We gaan opnieuw over de blauwe klinknagelbrug – elegant als een ouwe kraanvogel – en lopen de Kazimierz in, de Joodse wijk die duur heeft betaald voor de perversiteit van de nazi’s, maar die uiteindelijk overwon. Ja. Met schoonheid.

Joyce Roodnat

12 km. De Koninklijke Weg staat in elke reisgids van Krakau beschreven, inclusief alle kerken en paleizen die hem flankeren.

Voor een beschrijving plus kaart van de Industriële Route: www.krakow.pl/en/turystyka/kst.php