De hoop op vrede is na een maand weer vervlogen

Deze week zou in Somalië een staakt-het-vuren ingaan, maar het geweld is juist verhevigd. Tegenstanders hebben geprofiteerd van het gebrekkige akkoord.

Een maand na een principe-akkoord in Djibouti over een wapenstilstand in Somalië is de vaart alweer verdwenen uit het vredesproces. Deze week zou het staakt-het-vuren ingaan, maar de gevechten en terroristische aanvallen zijn juist verhevigd.

Het enthousiasme onder de Somalische bevolking voor het akkoord van Djibouti gaf een nieuwe impuls aan de vredesbesprekingen. „Die hoop is alweer verdwenen”, zegt een Somaliëkenner in Nairobi die niet bij naam genoemd wil worden. „De overeenkomst van Djibouti vertoont vele zwakheden. Er hadden daarom onmiddellijk vervolgbesprekingen moeten plaatshebben om het verdrag verder uit te bouwen. Dat is niet gebeurd en de tegenstanders van een vergelijk gebruikten het gebrek aan activiteit om een militair offensief te beginnen.”

Volgens het akkoord van 9 juni hadden na dertig dagen de wapens moeten zwijgen, waarop na drie maanden de Ethiopische interventiemacht zou vertrekken. Het Ethiopische leger was in 2006 de Somalische interim-regering van president Abdullahi Yusuf te hulp geschoten. Deze week vergaderen in Jemen de facties van de oppositionele Alliantie voor de Herbevrijding van Somalië (ARS) samen met clanleiders over het verdrag. De gematigde vleugel onder Sharif Sheikh Ahmed is voorstander van het bestand, de haviken onder Hassan Dahir Aweys zijn tegen.

De Somaliëkenner noemt als de belangrijkste zwakte van het akkoord de dubbelzinnige zinsneden over de terugtrekking van de Ethiopische troepen. „Er staat geen harde Ethiopische belofte in om Somalië te verlaten. Het Ethiopische leger zal alleen vertrekken als er een vredesmacht van de Verenigde Naties komt, maar de kans op de komst van blauwhelmen is uiterst klein.”

De deelnemers aan het vredesoverleg waren de gematigde factie van de ARS en de regering van president Yusuf. Deze twee partijen zijn slechts beperkt betrokken bij de gevechten in Somalië. Het geweld heeft voornamelijk plaats tussen het Ethiopische leger en de radicalen van de ARS, verenigd in de strijdgroep Al-Shabaab.

Sommige diplomaten in Nairobi verwachten een splitsing in de oppositie. Ze hopen op een verbond van de gematigden binnen de regering en van binnen de ARS, waarna de radicalen in een isolement moeten komen. „Het tegenovergestelde gebeurt echter”, meent de analist. „De gematigden dreigen geïsoleerd te raken. Geen enkele Somalische partij kan zich de steun voor een akkoord veroorloven als daarbij niet onvoorwaardelijk het vertrek van de Ethiopiërs wordt geregeld.”

Benamingen als ‘gematigd’ en ‘radicaal’ wijzen in de Somalische context niet op ideologische verschillen. De aanduidingen verwijzen naar de aanpak van het conflict. Vrijwel alle Somaliërs zien momenteel de Ethiopische bezetting als het belangrijkste probleem. Beide facties van de ARS eisen het vertrek van de Ethiopiërs. De gematigden denken door het akkoord van Djibouti van de Ethiopiërs af te komen, de haviken willen hen militair verdrijven.

De Ethiopische soldaten verdreven eind 2006 de regering van de Unie van Islamitische Rechtbanken uit de hoofdstad Mogadishu. De strijdkrachten van de Unie werden uiteengeslagen, maar niet verslagen. Met hulp van Eritrea, dat geen mogelijkheid onbenut laat om aartsvijand Ethiopië de voet dwars te zetten, bouwden de opstandelingen aan een front tegen de Somalische regering en het Ethiopische leger. Ze vallen geregeld stadjes aan, die vervolgens worden heroverd door Ethiopische soldaten. Ze hebben geen gebieden onder controle, maar voorkomen effectief overheidsbestuur.

Somalië wordt ook onregeerbaar gehouden door de talrijke aanslagen tegen burgers. De lijst van de terreurslachtoffers is lang. De Somalische website Hiiraan publiceerde deze week een overzicht van de afgelopen maand: op 6 juli werd Osman Ali Ahmed, hoofd van een VN-organisatie in Mogadishu, vermoord toen hij met zijn zoon en broer de moskee verliet. Op 2 juli kwam bij een aanslag in de hoofdstad zakenman Abdikarim Sheikh Ibrahim om, die zorg droeg voor duizend wezen. Op 30 juni werd Siyad Orow, hoofd van een charitatieve instelling, ontvoerd en later gedood. Op 21 juni werd in Belet Huen vredestichter Mohamed Hassan Kulmiye doodgeschoten. Op 7 juni werd in Kismayo de reporter Nasteh Dahir Farah neergeschoten.

De opstandelingen ontkennen verantwoordelijk te zijn, hoewel de aanslagen onmiskenbaar het stempel van Al-Shabaab dragen.