Chip helpt bij diagnose van kankerpatiënten

Een met kleverige antilichamen beplakte silicium chip kan uit langsstromend bloed tumorcellen oppikken. Daarmee kan worden bepaald of het zin heeft patiënten met uitgezaaide longkanker medicijnen te geven (New England Journal of Medicine online, 2 juli). Het is voor het eerst dat longkankerpatiënten zicht hebben op een op het individu toegesneden behandeling.

De overlevingskansen van patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom, de meest voorkomende vorm van longkanker, zijn gering. Een groot obstakel bij het bepalen van de beste behandeling én bij het wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe medicijnen, is het verkrijgen van tumorweefsel. Er moet in de long worden geprikt met een dikke naald, met grote kans op een klaplong. De chip omzeilt dit probleem door kankercellen die losgekomen zijn van de tumor en in het bloed ronddrijven, te isoleren.

Op de chip bevinden zich antilichamen die een bepaalde stof op de buitenkant van kankercellen herkennen: epitheelcel adhesie molecuul. De onderzoekers namen enkele milliliters bloed af en lieten het kunstmatig langs de chip stromen. De antilichamen plakten aan de zeldzame kankercellen en niet aan de miljarden gezonde bloedcellen. Het principe werkt ook bij uitgezaaide prostaat-, alvleesklier-, borst- en darmkanker.

Voor longkankerpatiënten is het dankzij de chip voor het eerst mogelijk om zonder gevaar tumorcellen voor, tijdens en na behandeling af te nemen en moleculair te analyseren.

De onderzoekers keken naar mutaties in de epidermal growth factor receptor (EGRF). EGRF-mutaties komen voor bij gemiddeld 10 procent van de longkankerpatiënten. Deze mensen reageren goed op medicijnen die de receptor blokkeren: tyrosine kinase inhibitoren. Helaas worden veel patiënten binnen een jaar resistent tegen het middel en krijgen een terugval. De receptor blijkt dan vaak een nieuwe mutatie verworven te hebben, T790M. Er is een tweede generatie tyrosine kinase inhibitoren in ontwikkeling, die werken ook bij patiënten met T790M-mutaties.

Volgens de onderzoekers kan de chip na verdere ontwikkeling patiënten selecteren die baat hebben bij tyrosine kinase inhibitoren en bepalen of ze de eerste dan wel tweede generatie van het middel moeten krijgen. Berber Rouwé