Btw niet verhogen, WW-premie niet verlagen

De inwoners van het eurogebied zien de koopkracht van hun munt dit jaar met gemiddeld 4 procent dalen. In België is het leven in één jaar tijd zelfs al 5,5 procent duurder geworden. Vooralsnog ligt de prijsinflatie in ons land een stuk lager. Mocht de btw-verhoging op 1 januari aanstaande doorgaan, dan loopt de geldontwaarding hier echter in rap tempo op naar het gemiddelde van de eurozone. Niet alleen de prijzen, ook de besteedbare inkomens gaan omhoog. De lonen stijgen, nog een week geleden zijn de uitkeringen verhoogd en veel zelfstandigen rekenen op extra winst.

In de wedren met de geldontwaarding raken de meeste huishoudens echter achterop. Stijgen de kosten van levensonderhoud voor een doorsnee gezin in het komende jaar met 4 procent en neemt het besteedbare inkomen met 3 procent toe, dan krimpt de koopkracht van dit huishouden met een vol procent. Voor een modaal gezin komt dit neer op een koopkrachtverlies van zo’n 300 euro.

Dieselolie is 32 procent prijziger dan een jaar geleden, de melkprijs steeg sindsdien met 21 procent, maar lang niet alle producten zijn duurder geworden. Tv’s en videoapparatuur werden bijvoorbeeld 15 procent goedkoper. Het hangt dus van de samenstelling van de gezinsbestedingen af hoe hard een huishouden door de inflatie wordt geraakt. Op de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek kan iedereen over de periode 2002-2007 zijn of haar persoonlijke inflatie uitrekenen en die vergelijken met het ‘officiële’ inflatiecijfer. Ik bof, omdat ik geen auto rijd en niet met het vliegtuig op vakantie ga. De recente sterke stijging van de benzineprijs en de nieuwe vliegbelasting knagen dus niet aan de koopkracht van de familie De Kam. Tweeverdieners die allebei met de auto naar hun werk pendelen en voor hun vakantie naar de Verenigde Staten vliegen zijn daarentegen het haasje.

Voor alle Nederlandse huishoudens samen wordt op dit moment een inflatie van bijna 4 procent verwacht. Een half procentpunt daarvan is het gevolg van de geplande verhoging van het algemene btw-tarief van 19 naar 20 procent. Het kabinet kan de inflatie dus afremmen door de voorgenomen btw-verhoging achterwege te laten. Dat scheelt wel 1,7 miljard euro aan belastingopbrengst. Dit geld was bestemd voor een verlaging van de premie voor de Werkloosheidswet. De beoogde verlaging van de WW-premie kan dus niet doorgaan, tenzij het kabinet zich neerlegt bij een blijvende verslechtering van het saldo op de begroting met 1,7 miljard euro. Voor schatkistbewaarder en PvdA-voorman Bos is dit onaanvaardbaar. Coalitiegenoot CDA eist echter dat de premieverlaging doorgaat. Het CDA schrijft daarmee een ongedekte cheque, tenzij het instemt met een hogere btw, wat het inflatievuurtje aanblaast.

Het zoveelste conflict dat de verhoudingen binnen de coalitie verzuurt heeft een onderbelichte achtergrond. De WW-premie wordt opgebracht door werkgevers en werknemers samen. De christen-democraten wensen de premie te verlagen in het belang van de werkgelegenheid: een lagere werkgeverspremie maakt het voor bedrijven goedkoper om personeel aan te nemen. Maar het CDA heeft een dubbele agenda. Het dingt naar de gunst van de middengroepen. WW-premie is uitsluitend verschuldigd over bruto jaarloon tussen 16.000 en 46.000 euro. Wanneer de werknemerspremie zoals in het oorspronkelijke plan was bedoeld geheel vervalt, gaan alle werknemers met een salaris van meer dan 46.000 euro er in 2009 ruim 1.000 euro op vooruit. De minimumloner profiteert nauwelijks, want die betaalt amper WW-premie.

Het kabinet moet in augustus – bij de beraadslagingen over het belastingplan voor volgend jaar – dus kiezen tussen een koopkrachtimpuls voor salaristrekkers of het afremmen van de inflatie. Uitstel van de btw-verhoging is goed voor de koopkracht van iedereen en verdient daarom de voorkeur. Bovendien is inflatiebestrijding een topprioriteit. Overal in het eurogebied eisen werknemers met toenemend succes compensatie voor de oplopende kosten van levensonderhoud. Werkgevers zullen op hun beurt proberen de stijgende arbeidskosten via prijsverhogingen aan hun afnemers door te berekenen. De zich nu aftekenende loon-prijsspiraal wekt herinneringen aan de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen de geldontwaarding opliep tot 10 procent per jaar. Het inflatiemonster kon destijds alleen worden verslagen door een zeer sterke renteverhoging, die werd gevolgd door de diepe recessie uit het begin van de jaren tachtig.

Zo ver mag het dit keer niet komen, anders lopen de pensioenen en spaartegoeden van de vergrijzende bevolking groot gevaar. Inflatie maakt immers niet alleen het leven duurder, maar holt ook de waarde van spaargeld uit. Veel spaarders ontvangen op dit moment zo’n 4 procent rente. Die rentevergoeding is helemaal nodig als compensatie voor de verwachte waardedaling van het spaargeld.

Bovendien is de spaarder inkomstenbelasting kwijt. Hij gaat erop achteruit, behalve als hij zijn duiten toevertrouwt aan een stuntbank uit IJsland of Turkije. Zelfs dan wordt zijn spaarzin niet echt beloond. Deze belegger bereikt slechts dat zijn appeltjes voor de dorst niet verschrompelen door de inflatie en de honger van de fiscus. Wie bezorgd is over zijn koopkracht en de waardedaling van zijn spaargeld moet zich keren tegen verhoging van de btw en accepteren dat de WW-premie niet omlaag kan.

De Persoonlijke Inflatiecalculator van het CBS is te vinden op: cbs.nl/prijzen/cijfers/extra.