Blindsimultaans

Het is lang geleden dat schakers probeerden om records met blindsimultaans te vestigen, maar in de tijd dat ze het nog wel deden, golden er strengere regels dan nu bij de dammers.

Ik was verbaasd toen ik laatst las dat Erno Prosman het wereldrecord van Ton Sijbrands zou hebben gebroken. Prosman had wel twee tegenstanders meer gehad dan Sijbrands, maar had hij niet een veel slechtere score?

Inderdaad, Sijbrands had de laatste keer 92 procent gescoord en Prosman 70 procent, een verschil dat er voor de dambond kennelijk niet toe doet. Het is een beetje alsof je het wereldrecord op de 100 meter hardlopen zou verbeteren door op een sukkeldrafje 110 meter te lopen.

In de jaren twintig golden Alexander Aljechin en Richard Réti als de beste blindschakers en ze maakten er een onderlinge wedstrijd van. In 1925 speelde Aljechin in Parijs tegen 28 tegenstanders en acht dagen later stak Réti hem de loef af door in São Paulo tegen 29 mensen te spelen.

Die records van Aljechin en Réti zijn later nog aanzienlijk verbeterd, maar altijd was het vanzelfsprekend dat de nieuwe recordhouder niet alleen meer tegenstanders moest hebben dan zijn voorganger, maar ook een betere score.

Blindsimultaans zijn er tegenwoordig nog af en toe in de schaakwereld, maar nooit meer tegen tientallen tegenstanders, want de topschakers kunnen hun geld makkelijker verdienen.

Een tijd lang was er in Amsterdam een jaarlijkse kleine blindsimultaan, eerst op het Spui en later nog eens in het Vondelpark. Toevallige voorbijgangers konden nauwelijks geloven dat het mogelijk was om vijf partijen tegelijk te spelen zonder de stukken te zien. Vaak werd er gevraagd of de man die het deed echt blind was.

Ik zocht onder die Amsterdamse partijen vergeefs naar de onsterfelijke blindsimultaanpartij, maar vond wel een zeer interessante stelling uit een partij van Alexei Shirov, die in 1999 in het Vondelpark speelde.

De simultaanspeler had bij die Amsterdamse voorstellingen altijd vier sterke tegenstanders en een minder sterke. Meestal was dat een politicus, maar die keer was het de Amsterdamse kunsthandelaar Peter Pappot.

Pappot verloor al snel een pion en even later leek hij een toren te verliezen, maar na lang nadenken nam Shirov die niet. Per ongeluk had Pappot een briljant torenoffer gebracht dat niet helemaal correct was, maar tot onberekenbare complicaties kon leiden.

Shirov heeft misschien even het idee gehad dat hij tegen een genie speelde, maar in het vervolg van de partij zal dat idee snel verdwenen zijn.

Alexei Shirov – Peter Pappot, blindsimultaan Amsterdam 1999

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 b5 5. Lb3 f6 Geen goede zet. 6. 0-0 Lc5 7. c3 Lb7 8. d4 Lb6 9. dxe5 Zwart verliest al minstens een pion, want na 9...fxe5 zou wit winnen met 10. Pg5 9...Pxe5 10. Pxe5 fxe5 11. Dh5+ g6 12. Dxe5+ De7

zie DIAGRAM

Hier zag Shirov van torenwinst af, wat jammer was, want de stelling na 13. Dxh8 0-0-0 zou zeer interessant zijn. Zwart dreigt dan zowel een mataanval door 14...Dxe4 als damewinst door 14...Pf6, maar wit heeft dan een zet die beide mogelijkheden verhindert: 14. e5. Als zwart daarna meteen op aanval speelt met 14...Dh4, bereikt hij na de - niet erg voor de hand liggende - zet 15. Ld1 niets.

Na 14. e5 moet zwart het subtieler spelen met 14...Tf8, waarmee hij f2 aanvalt en bovendien weer dreigt om het materiële evenwicht min of meer te herstellen, nu met 15...Ph6. Na 14...Tf8 kan wit er nog een stuk bijpakken met 15. Lxg8, wat waarschijnlijk het beste is. Dan volgt 15...Dh4 16. Le3 Lxg2 en als wit dan niet eeuwig schaak wil toelaten, moet hij zijn dame geven met 17. Ld5 Txh8 18. Lxg2. Wit staat dan beter, maar helemaal duidelijk is het na 18...Lxe3 19. fxe3 Dg5 nog niet.

In plaats van 15. Lxg8 heeft wit nog andere mogelijkheden, zoals 15. Ld1. Zwart kan dan niet wits dame vangen, want na 15...Ph6 wint wit met 16. Lg5 Dc5 17. b4. Zwart moet 15...Ld5 doen, waarmee hij Pg8 dekt en dreigt in de aanval te winnen met 16...Txf2. Na 16. Le3 Lc4 blijft de stelling onduidelijk, want na het vervolg 17. Lxb6 cxb6 dreigt zwart weer damewinst.

Nog een andere mogelijkheid na 14...Tf8 zou 15. Lc2 zijn en ook dan moet zwart 15...Ld5 doen. Na 16. Le3 heeft zwart in dit geval 16...Lxg2 17. Kxg2 Lxe3 en weer is het onduidelijk.

Shirov begaf zich niet in dit labyrinth en wikkelde af naar een eindspel met een pion meer met 13. Dxe7+ Pxe7 14. Te1 0-0-0 15. Le3 Hij bespaarde zich daarmee veel zorgen, want nu gaf zwart een stuk weg door 15...Lxe4 16. Lxb6 , waarna wit makkelijk won.