Australië, Canada en hun grondstoffen

In een wereld die wordt geteisterd door hoge grondstoffenprijzen zijn er ook een paar grote winnaars: grondstoffenexporteurs Australië en Canada. De meevallers die hen ten deel vallen worden weerspiegeld in de wisselkoers van hun dollars: die van de Canadese dollar heeft een dertigjarig hoogtepunt bereikt en die van Australië is de hoogste sinds 25 jaar.

Toch is het consumentenvertrouwen ook in deze landen gekelderd: naar een zestienjarig dieptepunt in Australië en een dertienjarig dieptepunt in Canada. Zelfs deze landen hebben nu een punt bereikt waarop de grondstoffenhausse negatieve effecten kan hebben. De vooruitzichten voor de twee economieën en hun machtige dollars, zijn daardoor onzekerder geworden.

Canada was het eerste land dat tekenen van spanning vertoonde, doordat zijn economie in het eerste kwartaal met 0,1 procent is gekrompen. Terwijl de olie-inkomsten stijgen, heeft de export – onder meer van auto-onderdelen – het moeilijk, door toedoen van de dure Canadese dollar en de krap bij kas zittende Amerikaanse consumenten. De binnenlandse vraag wordt zwakker en is ten prooi gevallen aan de hoge brandstof- en voedselprijzen. Toch lijkt een bescheiden groei waarschijnlijker dan een recessie.

De sterke Canadese dollar heeft ertoe bijgedragen dat de inflatie op 2,2 procent is blijven staan, twee procentpunten lager dan in de VS. De rente bedraagt slechts 3 procent. De Canadese huizenmarkt koelt af, maar heeft nooit de Amerikaanse gekte gekend. Nu er zowel op de handels- als op de betalingsbalans een overschot is, heeft Canada – zelfs in tijden van bloeiende export – een uitstraling van saaie betrouwbaarheid.

In Australië is de dreiging van een economische inzinking reëler. China heeft de Australische mijnbouwconcerns het hoofd op hol gejaagd. De huizenprijzen zijn in twee jaar met een kwart gestegen en kunnen nu gaan dalen. De centrale bank heeft de rente geleidelijk aan opgetrokken naar 7,25 procent, maar de consumenten verwachten dat de inflatie – nu op 4,2 procent – binnen een jaar naar 5,9 procent zal stijgen. De huizenbouw en het toerisme lopen terug: de groei lijkt af te nemen en terwijl de mijnbouwsector bloeit, zoeken de consumenten dekking.

De Australische economie en dollar oogt kwetsbaarder dan de Canadese. Maar zowel in het hoge noorden als in het diepe zuiden lijkt een economische en/of wisselkoerscorrectie bescheiden van aard te zullen zijn. De wereldhandel is nu in het voordeel van deze landen en dat zal voorlopig ook zo blijven. Totdat de Aziatische economieën serieus gaan haperen en er een einde komt aan de bloei van de grondstoffenmarkten.

Ian Campbell