Zorgen over Fannie en Freddie

De kredietcrisis heeft ook de Amerikaanse hypotheekfinanciers Fannie Mae en Freddie Mac hard geraakt. Als ze omvallen moet de overheid ingrijpen.

De zorg over een mogelijk instorten en daardoor gedwongen ingrijpen van de federale overheid bij Amerika’s veruit grootste hypotheekfinanciers neemt toe. De aandelen van Fannie Mae en Freddie Mac, samen goed voor ruim de helft van alle hypotheken in de VS, zijn nu respectievelijk 76 en 83 procent minder waard dan een jaar geleden. De afgelopen dagen verloren beide hypotheekgiganten elk tientallen procenten aan beurswaarde.

De twee bedrijven worden beschouwd als het laatste bastion van stabiliteit op de Amerikaanse huizenmarkt, die de grootste neergang sinds de Depressiejaren doormaakt. Het zijn door de overheid opgezette en gecontroleerde, maar tegelijkertijd beursgenoteerde, hypotheekfinanciers. Gisteren uitten zowel minister van Financiën Hank Paulson, centralebankier Ben Bernanke als de twee overgebleven presidentskandidaten hun bekommernis over de financiële situatie van de bedrijven.

Fannie Mae en Freddie Mac – hun aanduidingen zijn gebaseerd op de initialen van hun volledige namen, die niemand meer gebruikt – spelen een centrale rol in de Amerikaanse huizen- en hypotheekmarkt. Ze nemen op grote schaal hypotheken van banken over. Op basis van een deel daarvan geven ze waardepapieren uit op de beurs, de rest blijft in eigen beheer. De twee bezitten of staan borg voor 5.000 miljard dollar (3.100 miljard euro) aan hypotheken.

Sinds het uitbreken van de kredietcrisis vorig jaar, hebben ze samen 11 miljard dollar verloren. Nu de malaise op de huizenmarkt aanhoudt, neemt de zorg toe dat de verliezen op de beurs voor de bedrijven verder aanhouden, geld lenen door de verminderde betrouwbaarheid duurder en moeilijker wordt, en de twee niet langer over voldoende kapitaal beschikken om te doen waarvoor ze zijn opgericht: de huizenmarkt aan de gang houden.

Om de neerwaartse spiraal te stoppen kan de overheid gedwongen worden in te grijpen. Dat zou na het eerdere ingrijpen bij zakenbank Bear Stearns de tweede keer sinds het uitbreken van de kredietcrisis zijn dat met publiek geld een private onderneming ondersteund moet worden, en het zou een ongekend negatief signaal over de gezondheid van de Amerikaanse financiële markten en economie afgeven.

Fannie Mae en Freddie Mac „zijn van vitaal belang voor Amerikanen en hun mogelijkheid huizen te bezitten”, zegt de waarschijnlijke Republikeinse presidentskandidaat John McCain. „Ze kunnen niet ondergaan; we kunnen niet toestaan dat ze ondergaan.” Volgens de campagne van Democraat Barack Obama maken de problemen bij de hypotheekbedrijven deel uit „van de algehele zwakte van onze economie”.

Minister Paulson van Financiën getuigde gisteren samen met Bernanke in het Congres over de kwestie. Beiden weigerden in te gaan op vragen over het mogelijk ondersteunen van de bedrijven. „Ik denk niet dat we moeten speculeren over de toekomst van Fannie en Freddie”, zei Paulson. Zakenkrant The Wall Street Journal berichtte gisteren dat de overheid achter de schermen noodplannen maakt om de catastrofale gevolgen voor de economie van een mogelijk instorten van de twee tegen te gaan.

Bijzonder aan de groeiende zorg over de liquiditeitspositie van Fannie Mae en Freddie Mac is dat de overheid de twee juist een grotere rol had toegedicht om de huizencrisis te beteugelen. De mogelijkheden leningen voor woningen in het duurdere segment over te nemen zijn recentelijk nog verruimd.

Freddie Mac kondigde twee maanden geleden aan op korte termijn 5,5 miljard dollar aan nieuw en privaat kapitaal aan te trekken om de door de overheid vastgestelde taken te vervullen. Dat is nog niet gelukt. Ondanks dat benadrukte het bedrijf gisteren over voldoende kapitaal te beschikken.

Beeld van Paulson en Bernanke in het Congres is te zien via nrc.nl/kredietcrisis