Zomeren in Moskou

In elk land is de zomer anders. Correspondent Michel Krielaars vertelt hoe het zomeren is in Moskou. Daar bof je met een leuke djedoesjka of baboesjka op het platteland!

Wat doe je in je vakantie als je in Moskou woont, een stad met 15 miljoen mensen? Zo snel mogelijk die stad uit, natuurlijk! Want als je zoals in Rusland in de zomer drie maanden niet naar school hoeft, heb je helemaal geen zin om al die tijd tussen de betonnen flats in je eigen buurt te spelen.

Gelukkig is er altijd wel iemand in je familie die een datsja heeft, een buitenhuisje op het platteland. Een opa of oma – in het Russisch een djedoesjka of baboesjka – bijvoorbeeld, bij wie je wekenlang kunt logeren. Ze vinden het heel erg leuk dat je er bent, want in Rusland zijn oude mensen gek op kinderen. En ik kan je nu al verklappen dat ze je volstoppen met lekkere dingen, want eten is iets heel belangrijks in Rusland.

Zo’n datsja ligt meestal in een dorpje aan de rand van een bos of aan een rivier. En daar kun je alles doen wat je maar leuk vindt. Met een touw aan een boomtak de rivier inzwaaien bijvoorbeeld, of een lange wandeling maken door de velden (met djedoesjka of baboesjka natuurlijk), wilde aardbeien plukken en natuurlijk spelen met andere kinderen. Want bijna ieder kind uit de grote stad is in de zomervakantie wel een paar weken op het platteland.

Eigenlijk is zo’n vakantie op de datsja één groot kinderkamp. Maar het leuke van een datsja is ook nog eens dat je ’s avonds gewoon bij je grootouders bent, in je ‘eigen’ huisje. En ook hoef je niet met kinderen die je niet aardig vindt op een zaal te slapen.

Vaak lijkt het of zo’n datsjadorpje iets uit een sprookjesboek is, zo ouderwets en van vroeger ziet het eruit. Sommige huisjes zijn zo mooi met houtwerk versierd dat ze op het snoephuisje uit Hans en Grietje lijken.

En ’s avonds is er altijd barbecue, want in Rusland houden mensen van vuurtje stoken, waarop ze dan wat vlees of vis grillen. Die vis kun je zelf vangen in de rivier, met het hengeltje van je djedoesjka. En als je beet hebt, roep je heel hard: „Hoera!”