Sevilla, gevallen klimmer

In Toulouse, waar morgen de achtste etappe van de Tour eindigt, fietste Oscar Sevilla op een zonnige dag in juni 2005 het hotel uit in gezelschap van zijn ploeggenoten Jan Ullrich, Andreas Klöden en Tobias Steinhauser. De Spanjaard was een belangrijke pion in Ullrichs jacht op een tweede Tourzege. Logisch dat hij meeging voor een zware verkenningsdag in de Pyreneeën. Onderweg kwamen ze Lance Armstrong tegen, de grote rivaal, die in zijn eentje hetzelfde deed. Een gelukzalig gevoel had hij die avond, eenmaal terug op zijn hotelkamer. El Niño telde eindelijk weer mee in het grote spel om de eindzege in de Ronde van Frankrijk.

Als debutant maakte hij vanaf 1998 deel uit van Kelme, een van de beste klimmersploegen ooit: Fernando Escartin, Roberto Heras, José-Luis Rubiera, Chepe Gonzalez, Javier Otxoa, Oscar Sevilla. „Een geboren klimmer”, zei ploegleider Vicente Belda. „De volgende ster van het Spaanse wielrennen.” Prachtige foto van het Tourpodium in 2001, toen hij de witte trui van het jongerenklassement kreeg uitgereikt. Zijn jongensachtige gezicht tussen de gebeeldhouwde koppen van routiniers Erik Zabel (groen), Laurent Jalabert (bolletjes) en Lance Armstrong (geel). Maar na een tweede plaats in de Vuelta van dat jaar, waarin hij het ‘amarillo’ pas in de laatste rit kwijtraakte aan Angel Casero, ging het mis. Ruzie, blessures, verkeerde ploegen. Tot Ullrich hem in 2005 binnenloodste bij de Duitse ploeg T-Mobile en Sevilla terugkeerde in de wereldtop.

Aan de vooravond van de Tour de France van 2006 wordt Oscar Sevilla, dan 29 jaar, door zijn eigen ploeg uit de Tourselectie gezet en later ontslagen wegens betrokkenheid bij het Spaanse bloeddopingschandaal Operación Puerto. Hij ontsnapt aan een schorsing, maar fietst alleen nog voor kleine ploegen: het Spaanse Relax (2007) en het Amerikaanse Rock Racing (2008).

Maarten scholten