‘Premier opereert als baas bij ramp’

De minister-president moet de baas zijn tijdens een nationale crisis. Dat is nodig om bij een grote ramp problemen van tegenstrijdige belangen te voorkomen en verantwoordelijkheden helder te verdelen. Dat heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur gisteren geadviseerd. „Hij moet aanwijzingen kunnen geven en een doorslaggevende stem hebben als de betrokken ministers het niet eens zijn.”

Volgens de raad zijn de regels en taakverdeling tussen overheden bij rampenbestrijding „nu te ingewikkeld en niet consistent”. Volgens de huidige richtlijnen coördineert de minister van Binnenlandse Zaken het overheidsoptreden bij rampen. De belangrijkste uitzondering daarop is bij terreurrampen. Dan heeft de minister van Justitie de leiding. Deze taakverdeling werd door betrokkenen in de rampenbestrijding gekwalificeerd als een „bestuurlijke ramp”, in een eerdere analyse van Leidse onderzoekers in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Volgens de raad is er tijdens een crisis sprake van spanningen door belangentegenstellingen en de taakverdeling tussen organisaties. Er moet dan iemand zijn die knopen kan doorhakken, en dat is in de ogen van de raad bij uitstek de premier, zeker gezien zijn „veranderende positie” in het kabinet. „In internationaal verband treedt de minister-president steeds meer op als regeringsleider en dat wordt ook van hem verwacht.”

De raad heeft ook andere aanbevelingen gedaan om crisisbestrijding te verbeteren. Zo zou de operationele leiding bij de eerste respons op een ramp voortaan bij de politie moeten liggen. Die is in zo’n geval het beste ingericht om de regie te voeren.

Eerdere artikelen over de rol van de premier en terreurbestrijding op nrc.nl/binnenland