Paradijs blijkt aards

De Amerikaanse westkust was met zijn flowerpower en New Age altijd het sociale laboratorium van het Westen.

Dat laboratorium wordt nu zelf op de proef gesteld.

In de winkel van Apple in het hartje van San Francisco is het dringen. De iPhone, de iPod, de notebook. De computerwereld van Silicon Valley ligt om de hoek. Het wemelt van Russen, Fransen, Duitsers, Nederlanders. Vanwege de goedkope dollar. Het personeel is behulpzaam, afrekenen kun je terwijl je wordt geholpen: de kredietkaart door de mobiele strip en klaar is kees. „Have a nice day, enjoy”. Zo kennen we Amerika – een vriendelijk feest voor moderne, vooruitstrevende consumenten.

De Amerikaanse westkust was altijd een sociaal laboratorium van de VS. En daarmee van het hele Westen. Flowerpower, New Age, homorechten, en later de belastingopstand van de middenklasse, deregulering, privatisering – het had allemaal hier wortels. Bijna was de belangstelling voor het betalen van belasting hier zelfs zozeer gedaald dat het hele openbare onderwijssysteem om zeep was geholpen. De referendumcultuur is er zover doorgevoerd dat mensen hier aan alle soorten van humeur een politieke lading kunnen meegeven. Voor je het weet, dalen in een county de parkeertarieven per referendum met de helft en gaan een jaar later per referendum weer met honderd procent omhoog.

Nog altijd is Californië net een slag anders – verder (?) – dan de rest van het land. Terwijl president Bush niets zag in extra milieumaatregelen, had Californië al C02-regels die straks met die van Europa kunnen wedijveren. Wie in San Francisco op een terras zit, betaalt vier procent gezondheidsbelasting. Zo regelen ze zelf een ziektekostenverzekering, terwijl elders in Amerika praktisch geen ober voor ziektekosten is verzekerd.

Maar hoe staat het met de vrijheid-blijheid-dynamiek in de huidige economische omwenteling? Wat zich aandient, is een intrigerend mengsel van kommer-en-kwel en vindingrijkheid. De westkust aarzelt.

De beurzen in de meeste landen in de wereld krijgen klappen. De onroerend-goed-zeepbel is gebarsten. Daar kunnen ze aan de westkust ook weinig aan veranderen. De 106 miljard dollar die de federale overheid op dit moment uitstrooit over het volk, helpt amper. Schoolverlaters vinden deze maand moeilijk werk. Ook daar kunnen ze aan de westkust weinig aan doen. Hetzelfde geldt voor de inflatie. De havenautoriteit van Los Angeles maakt het volgende rekensommetje: een schip met 5.000 containers van Shanghai naar Los Angeles gebruikt 7.000 ton bunkerolie. Die olie is in twaalf maanden tijd zoveel duurder geworden dat je dat gelijk kunt stellen met een extra importheffing van negen procent op al die goederen in de container. Dat staat dan nog los van de extra kosten door een dalende dollar, los van de extra kosten voor alles wat met grondstoffen te maken heeft: van pesticiden tot aan scheerschuim. Dit zijn allemaal economische ongemakken die Californië deelt met de rest van de wereld.

Het wordt pas anders waar de autoverslaving aan de orde komt. De benzineprijs aan de pomp zet iedereen hier op het verkeerde been. Californië is het land van de autovrijheid. Openbaar vervoer is er amper en nog kun je op de shopping mall een elegante jonge dame uit een hummer zien stappen. Maar liefst 87 procent van de inwoners gaat met de eigen auto naar het werk – een wereldrecord.

Even leek die prijs aan de pomp een tijdelijk misverstand. Wie twee jaar geleden 100 dollar voor een vat olie had voorspeld was als paniekzaaier afgeserveerd. Intussen nadert de teller 150 dollar en er wordt hier geoefend met scenario’s van 200 dollar. Een wethouder, Michael Woo in LA: „Wat hier gebeurt, is op het gebied van stadsplanning zoiets als een aardbeving.” Hele buitenwijken liggen verkeerd, winkelcentra te ver weg – onvoorziene kapitaalvernietiging kortom van niet te becijferen grootte.

Iedereen zoekt eigen uitwegen. Diverse districten laten ambtenaren vier in plaats van vijf dagen werken. Internet doet wonderen. Eindelijk wordt serieus genomen waar al jaren over wordt gesproken: teleconferenties, telewerken. Winkelketens melden enorme verschuivingen naar aankopen via internet. In de maand juni daalde hierdoor het verkeer in de hele regio LA in vergelijking met juni 2007 met vier procent. Een sociale revolutie in aantocht?

Voor de langere termijn is dure olie natuurlijk goed nieuws. Niet alleen de café-latte-drinking, labrador-loving-tree-hugging-volvo-driving elite hier ziet dat zo. Dure olie dwingt tot alternatieven, waar het anders ondanks alle goede bedoelingen niet zo gauw van komt.

Geklaagd wordt er betrekkelijk weinig. De regering-Bush kun je moeilijk de schuld geven van de opkomst van China en India, zo vindt een meerderheid. Dat neemt niet weg dat het allemaal te abrupt komt. En dat het vooral de middenklasse treft. Daar werken man en vrouw allebei, ze wonen in een van die eindeloze buitenwijken, rijden elke dag gemiddeld een kleine honderd kilometer.

En verhuizen?

Dat is nu uitgerekend door de onroerendgoedcrisis even geen optie. En hoewel de westkust is geïndoctrineerd met de houding dat het leven geen problemen maar slechts uitdagingen kent, aarzelt het sociale laboratorium van het westen hier even. Dat is niet gebruikelijk.

Ben Knapen is oud-hoofdredacteur, oud-correspondent in Bonn en Washington en nu columnist van NRC Handelsblad.