‘Op termijn’ kan homo trouwen op Bonaire

Staatssecretaris Bijleveld bezoekt de kleine Antillen om uit te leggen wat er gebeurt als deze tot Nederland toetreden. „Het is niet ons plan uw cultuur hier weg te nemen.”

Hij wil nu eindelijk wel eens antwoorden. Dennis (37), ambtenaar bij de burgerlijke stand, zit op de vierde rij. Hij is naar de Bonaireaanse sporthal gekomen om te luisteren naar staatssecretaris Ank Bijleveld (Koninkrijksrelaties, CDA). Er valt een stilte als de Nederlandse politica met haar delegatie de hal betreedt. „Dit is wel apart”, zegt Dennis, „dat Nederland ons komt voorlichten. Maar onze politieke partijen werken niet samen om de juiste informatie te geven.”

Bijleveld hield deze week informatiebijeenkomsten op Saba, Sint-Eustatius en Bonaire, de kleinere Antilliaanse eilanden die na de opheffing van het Antilliaanse staatsverband als openbare lichamen, bijzondere gemeenten, toetreden tot het Nederlandse staatsbestel. Op Saba kwam 10 procent van de bevolking, op Sint-Eustatius was Bijleveld de „star of the show”, zoals een lokale bestuurder zei. En op Bonaire zitten ruim 600 mensen, op een bevolking van 15.000, in de sporthal even buiten de hoofdstad Kralendijk.

De nieuwe staatkundige status is op Bonaire verworden tot een speelbal van de traditioneel gepolariseerde politieke partijen. Regeringspartij UPB van Ramoncito Booi steekt de loftrompet over Nederland, in welk kader ook vergunningen worden verstrekt aan al dan niet dubieuze Nederlandse investeerders die het eiland in rap tempo ontwikkelen. Aan de andere kant staat de oppositiepartij PDB een beleid voor van „Bonaire voor de Bonaireanen”.

Nu is het aan Bijleveld om de bevolking feitelijke informatie te geven. Ze rekent voor hoeveel Nederland tot 2010 in Bonaire gaat investeren: 35 miljoen euro aan projecten op het gebied van veiligheid, economie, volksgezondheid, jeugd en onderwijs. „Door het bataljon deskundigen dat Nederland stuurt”, zegt Dennis, „is het staatkundige proces meer van Nederland dan van Bonaire, terwijl we het best zelf kunnen”.

Een man in een blauw overhemd vraagt Bijleveld de Bonaireaanse cultuur te respecteren. „Worden wetten over abortus, euthanasie, homohuwelijk en drugs ingevoerd op Bonaire zoals ze nu in Nederland gelden?” De helft van de zaal – voor een groot deel ambtenaren die verplicht vrij hebben om de bijeenkomst bij te wonen – klapt hard. De andere helft van het publiek, oudere Europese Nederlanders die zich de afgelopen decennia op het eiland hebben gevestigd, blijft stil.

„Het is niet ons plan uw cultuur hier weg te nemen”, zegt Bijleveld, „daar hoeft u niet zo verontrust over te zijn. Voorlopig blijft het Antilliaanse Wetboek van strafrecht gelden, maar als u op termijn alle Nederlandse wetten gaat invoeren dan horen deze daar ook bij.”

Dat Bonaire wel een deel wordt van Nederland, maar geen gelijk deel, blijkt uit een discussie tussen advocaat Michiel Bijkerk en Bijleveld. Volgens Bijkerk moet het gelijkheidsbeginsel, via artikel 1 van de Grondwet ook op Bonaire van toepassing worden. „Wordt bijvoorbeeld het ambtenarensalaris gelijkgetrokken met Nederland”, wil hij weten. „Nee”, zegt Bijleveld resoluut, „ongelijke omstandigheden mag je ongelijk behandelen.” Maar volgens de advocaat zou het gelijkheidsbeginsel op termijn moeten gelden. Bijleveld, strijdbaar nu: „Nee!” Ze haalt diep adem, klaar voor de confrontatie, maar Bijkerk weet genoeg. Hij loopt weg van de microfoon.

„Hoe zit het met het sentiment in Nederland over Bonaire”, vraagt een jonge vrouw. „Worden wij eigenlijk wel als gelijkwaardig geaccepteerd?” Bijleveld belooft dat ze elke verkeerd gewekte indruk over de eilanden in Nederland zal bestrijden.

Lees meer over de Antillen op nrc.nl/antillen