Ook uit China: inflatie

De inflatie loopt hard op, niet alleen in opkomende economieën, maar nu ook in het Westen. Eerste deel van een serie van drie: de gestegen prijzen en de wereldeconomie.

De inflatie is terug. Wereldwijd lopen de prijzen snel op en tasten ze de koopkracht aan. In de VS komt de inflatie boven de 4 procent uit. In het eurogebied bedraagt de inflatie ook al 4 procent. Vijftien jaar lang schommelde de inflatie rond de 2 procent. In de opkomende economieën gaat het nog harder: in China zo’n 8 procent, in India ruim 11 procent. De wereldwijde inflatie komt volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dit jaar dichtbij de 5 procent, het hoogste niveau in 10 jaar.

Dat zijn cijfers om van te schrikken. Een belangrijke oorzaak van de hoge inflatie ervaart iedereen dagelijks: de gestegen energie- en voedselprijzen. De inflatie zou bijna de helft lager zijn zonder deze prijsstijgingen. Hoe groter het deel van het inkomen dat opgaat aan voedsel en energie, hoe groter ook het effect van de gestegen prijzen van deze twee basisbehoeften. Dat weten Nederlanders met een smalle beurs. Dat weten de consumenten in de opkomende economieën. Dat ervaren de arme landen het sterkst. IMF-directeur Dominique Strauss-Kahn sloeg hierover enkele dagen geleden nog alarm.

De vraag is of de aangewakkerde inflatie een korte piek is of een hoog plateau dreigt te worden. Daar draait de discussie om bij vakbonden, in directiekamers en dealingrooms van beleggers, op bijeenkomsten zoals die van de G8 in Japan eerder deze week en, niet in de laatste plaats, bij centralebankiers, de bewakers van prijsstabiliteit. Als de hoge inflatie lang aanhoudt, dan berekenen ondernemers die door in hun prijzen, zullen de vakbonden hun looneisen opschroeven, wentelen ondernemers die weer af op consumenten en zet de gevaarlijke loon-prijsspiraal zich in beweging.

Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank, meent daar in Europa al „de eerste tekenen” van te zien. In een toespraak voor het Europees Parlement riep de centralebankier de inflatie van de jaren zeventig in herinnering. Toen kon de loon-prijsspiraal alleen worden doorbroken door de rente extreem te verhogen. De westerse economie gleed weg in een ernstige recessie. Het was het begin van een periode van bedrijfssluitingen en massale werkloosheid.

Wie drijft de energie- en voedselprijzen op? De Amerikaanse economie groeit bijna niet meer, de Europese conjunctuur is over haar hoogtepunt heen, sommige Europese landen zitten al in een recessie. China en India dan? „In deze landen is de groei veel energie- en grondstoffenintensiever dan in ontwikkelde economieën. Opkomende economieën en ontwikkelingslanden nemen 95 procent van de extra vraag naar olie sinds 2003 voor hun rekening”, zei John Lipskey, onderdirecteur van het IMF, onlangs in een toespraak voor een Amerikaanse denktank.

[Vervolg INFLATIE: pagina 13]

INFLATIE

Streng monetair beleid verliest van globalisering

[Vervolg van pagina 1] Economen wijzen vooral naar China. Volgens Jacques Sijben, emeritus hoogleraar monetaire economie van de universiteit van Tilburg en docent aan de TiasNimbas Business School, liggen daar de wortels voor de wereldwijde inflatie. De druk op de prijzen komt niet uit het Westen, maar uit het Oosten.

„Het is de uitbundige groei van geld en krediet in China van de afgelopen jaren die een uitlaatklep zocht”, zegt Sijben. Chinese exporteurs moeten hun dollars bij de centrale bank omruilen in yuans, die dan ook met bakken tegelijk de binnenlandse economie instromen. Deze excessieve liquiditeit voedt de vraag, wat de grondstoffenprijzen opdrijft – de prijs van olie, veruit de belangrijkste grondstof in de wereld, niet het minst.

China laat dit gebeuren, omdat het land een belangrijke bron van de geldgroei niet wil afsluiten: de lage koers van de nationale munt ten opzichte van de Amerikaanse dollar. Dat stimuleert de export, de bron van de uitbundige instroom van dollars.

De koers van de yuan mag afgelopen jaar wat zijn gestegen en het handelsoverschot is dan wel gedaald, uitvoer is nog altijd de kurk waar de Chinese economie op drijft. De export houdt de hoge economische groei gaande, vinden de machthebbers in Peking, en die groei moet het reusachtige binnenlandse migratieoverschot aan boeren absorberen, en de daarmee gepaard gaande maatschappelijke veranderingen in de hand houden. Zo betaalt het Westen mee aan de sociale rust in China.

Sijben ziet hier de komende drie, vier jaar geen verandering in komen. „Als China de inflatie wil bestrijden via een eigen monetaire politiek, dan moet de koers van de yuan flink omhoog. Dat kost economische groei en creëert sociale onrust. Dat kan China zich nu niet veroorloven.”

Het kan het begin zijn van een nieuw tijdperk van hogere inflatie. Dat is de indruk die het gisteren vrijgegeven verslag van de laatste bijeenkomst van de Europese Centrale Bank wekt. „De prijzen zullen voor een veel langere periode dan voorheen gedacht uitstijgen tot boven het niveau van prijsstabiliteit”, is te lezen in het verslag van de bank, die maar één doelstelling heeft: prijsstabiliteit.

Dat is ook de indruk die het Centraal Planbureau geeft in de ramingen voor de Nederlandse economie van eind vorige maand. In deze vooruitblik geven de CPB-economen aan voor komend jaar in Nederland een inflatie te verwachten van 3,5 procent, bijna het dubbele van de afgelopen jaren.

Om de inflatie in toom te houden zijn in het Westen de centrale banken onafhankelijk gemaakt van politieke druk. Maar door de verwevenheid van globale handels- en kapitaalstromen importeert Europa, en ook Nederland, de hogere inflatie uit de opkomende economieën. Omdat de bron van geldcreatie elders ligt, is die lastiger te bestrijden. De verdedigingslinie van streng monetair beleid blijkt niet goed opgewassen tegen de globalisering. De inflatietolerantie blijkt in opkomende economieën groter dan hier, zij geven op de korte termijn de voorrang aan groei boven inflatiebestrijding.

Deze inflatie-impuls van buiten maakt de economische vooruitzichten in de VS en Europa extra somber. Door de kredietcrisis is de economische neergang ingezet. Maar door de oplopende inflatie zijn renteverlagingen als tegenkracht maar beperkt mogelijk.

Vorige week verhoogde de Europese Centrale Bank de rente tot 4,25 procent – als teken dat de bank inflatiebestrijding zeer serieus neemt. De Federal Reserve, het stelsel van Amerikaanse centrale banken, geconfronteerd met een veel slechtere economische situatie dan in Europa, hield eind juni na maanden van renteverlagingen de rente gelijk.

In welke mate de wereldwijde inflatie zich doorzet, is onzeker, stelt de Bank voor Internationale Betalingen (BIS) in haar onlangs gepubliceerde jaarverslag. Dat hangt vooral van de reactie van de lonen af. Als die mee gaan stijgen met de inflatie-impuls, dan krijgt de hogere inflatie een meer structureel karakter.

Maar het kan ook heel anders aflopen, benadrukken de economen van de BIS. Als een diepe recessie in de VS de rest van de wereld met zich meetrekt, dan valt de vraag weg, en daarmee ook de druk op de prijzen. Dat zou het einde zijn van de inflatie-impuls – en het begin van een periode van hoge werkloosheid.

Het kan nog erger. Als de wereldeconomie inzakt, kan met het doorwoekeren van de kredietcrisis zelfs deflatie ontstaan, stelt de BIS. In dat scenario gaat de wereld Japan achterna, een land dat lang heeft geworsteld met vastgelopen kredietverlening, minimale economische groei en dalende prijzen.

De kans op dit scenario is klein, maar de gevolgen zijn zo ernstig, dat de BIS aandringt alles op alles te zetten om het te voorkomen. Dat is niet eenvoudig, omdat vooral de Amerikaanse overheid weinig munitie meer overheeft om de economie vlot te trekken. De voor inflatie gecorrigeerde rente is in Amerika al negatief. En het sterk gestegen Amerikaanse overheidstekort maakt een nieuwe budgetimpuls weinig aantrekkelijk.

Het lijkt dus een kwestie van hopen dat de combinatie van hoge inflatie en laagconjunctuur niet door de kredietcrisis omslaat in een combinatie van deflatie en economische stagnatie.

Dat de BIS alle opties openlaat, geeft de enorme onzekerheid aan over de ontwikkeling van de wereldeconomie in de komende jaren. Wel is duidelijk dat geen van de toekomstscenario’s gunstig zijn. Ook voor Europa lijkt het erop dat de jaren van hoge economische groei voorbij zijn. Of de laagconjunctuur gecombineerd zal worden met blijvend hoge inflatie zal sterk afhangen van de ontwikkelingen in de VS.

Terwijl de internationale economische ontwikkelingen de lucht doen betrekken, geniet de Nederlandse economie nog even van de voorspoed van de afgelopen jaren. De door het CPB verwachte economische groei bedraagt dit jaar een gunstige 2,25 procent, de werkloosheid is met 4 procent van de beroepsbevolking bijzonder laag. Volgend jaar zou dat allemaal wel eens voorbij kunnen zijn. Dan dreigt de kleine, open economie van Nederland te worden meegezogen in een cirkel van hogere inflatie, stokkende kredietverlening en teruglopende economische groei.

Dit is het deel 1 van een drieluik over inflatie. Morgen deel 2.