Lekker ondemocratisch zwemmen

Slechts weinig activiteiten kunnen tippen aan de zwemsessies waar ik mij enkele keren per week aan laaf. Maar hoe jammer is het dat je in Nederlandse zwembaden met zwemmen alléén de overkant niet bereikt. Het trekken van mijn baantjes lukt niet zonder een beroep te doen op mijn kennis van het slalommen, haasje-over, inhalen en uitwijken. Zwembaddirecties zijn namelijk fervente voorstanders van het gelijkheidsbeginsel: zwemmers van alle niveaus worden gezellig samen in een bad gestouwd en moeten er met elkaar voor zorgen dat iedereen de ruimte vindt om naar de overkant te komen. Met als gevolg dat ik er na afloop uitzie alsof ik in de boksring heb gestaan.

Hoe anders gaat het in Australië. Daar zijn alle zwembaden opgedeeld in een gedeelte voor langzame zwemmers, ‘medium’-zwemmers en snelle zwemmers. Iedere zwemmer kiest de baan die het beste bij zijn tempo paste, met als gevolg dat iedereen – van keuvelend tweetal tot fanatiekelingen – intens gelukkig zijn baantjes zwemt zonder een ander te hinderen. Toen ik na anderhalf jaar paradijselijk zwemmen terugkeerde naar de bokstaferelen in mijn vertrouwde zwembad in Den Haag, deelde ik mijn Australische ervaringen met de badjuffen. Of we die verdeling hier ook niet konden invoeren. Maar daar was geen sprake van. Hoe zouden ze nu iemand kunnen verplichten in de langzame baan te zwemmen? Diegene zou zich wel eens beledigd kunnen voelen.

Verbijsterd droop ik af. Tegen zoveel democratie was ik niet bestand. Dus ploeter ik mij door het water heen, verbijt ik de schoppen en dagdroom ik stilletjes over de Australische zon, zee en opgedeelde zwembaden.

Suzanne van den Eynden

Den Haag