Gabriëlle was op weg naar haar werk en zag iets verdachts

Een agente in burger hield in haar vrije tijd een auto aan. Ze werd doodgeschoten.

Maar versterking afwachten kan ook vreselijke gevolgen hebben.

Tweede Kamerlid Diederik Samsom tekende gisteren het condoleanceregister van Gabriëlle Cevat. Niet omdat hij Kamerlid is, hij heeft niet eens veiligheid in zijn portefeuille. En ook niet omdat hij van de PvdA is. Maar gewoon, als burger.

„Ik was net als, denk ik, iedereen, ontdaan door het idee dat een jonge politieagente, die op weg was naar haar werk, in burger, die een BMW ziet rijden die niet deugt, en die vervolgens haar plicht doet, namelijk de auto staande houdt, zomaar wordt neergeknald. Dat is zo onvoorstelbaar. Zo aangrijpend. En toen zag ik ook nog haar foto, op een site. Een jonge, enthousiaste vrouw. Een open, vriendelijk lachend gezicht. Misschien dat dat er dan nog eens extra inramt. Daarom heb ik getekend. Ik heb verder dus ook even geen politieke statements.”

Diederik Samsom is niet de enige die gisteren tekende, bij de dood van de 28-jarige politieagente Gabriëlle Cevat die werd neergeschoten toen ze de bestuurder van een slingerende BMW tot staan wilde brengen. Het incident vond plaats in Amstelveen, woensdagavond laat. Gisteravond rond elf uur waren er al meer dan twaalfhonderd reacties binnengekomen op condoleance.nl.

Het was moedig wat ze deed, is de mening die de bezoekers van de site met elkaar delen. Ze was een soort modelagente, die deed wat de burger van een agent verwacht: optreden als er iets gebeurt dat mogelijk gevaar kan opleveren. Dit is het type agent dat dit land wil. En het is ook wat de politie van haar mensen verwacht: alertheid, moed en doortastendheid. Ze deed wat ze moest doen, en daarvoor is ze nu gestraft.

Maar was het ook niet een beetje overmoedig? Om in je eentje laat in de avond een bestuurder tegemoet te treden die over de weg zwiert? Had ze niet beter kunnen wachten op versterking? Is het verplicht voor een agent om dit te doen?

Het is allemaal speculeren, zeggen enkele mensen die voor dit artikel deze vragen kregen voorgelegd: een hoogleraar, een hoofddocent en twee mensen uit de praktijk. We weten niet wat er gebeurd is, dus het is giswerk.

Het enige dat je kan zeggen, zegt Jaap Timmer, hoofddocent politiestudies aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, „is dat de agente, omdat haar dienst nog niet begonnen was, niet verplicht was de bestuurder tot staan te brengen”. Ze had kunnen volstaan met een melding.

„Een agent is vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week in functie”, zegt Timmer. Dit betekent dat hij ook in zijn vrije tijd verplicht is iets te doen, als zich een gevaarlijke situatie voordoet. Zoals dat bijvoorbeeld ook geldt voor een arts.

Als het gaat om mogelijke delicten (bijvoorbeeld inbraak of fors geweld), dan moet hij zelfs handelen. Als later uitkomt dat een agent de kennis bezat dat een delict gepleegd werd en hij deed niets, dan is dat verwijtbaar. Bij lichtere overtredingen hoeft een agent in zijn vrije tijd niet per se iets te doen.

Maar zelfs dan grijpen ze vaak in. Of bellen ze even een collega. „Dat is de beroepseer van de agent zelf”, zegt Gerard de Rouw, woordvoerder van de Nederlandse Politiebond, afdeling Amsterdam Amstelland. „Je bent diender. Je moet iets doen. Er is een zekere druk om te handelen.”

En dan is er nog iets: het was professioneel handelen, maar de maatschappij verwacht ook dat agenten optreden. Dat zegt Hans Boutellier, directeur van het Verwey Jonker instituut en bijzonder hoogleraar veiligheid en burgerschap aan de VU in Amsterdam. Wie herinnert zich niet de landelijke verontwaardiging over de agenten die vorig jaar in Pernis op de stoep van een huis wachtten, terwijl buiten het gekerm te horen was van een man die binnen dood werd gemarteld.

Boutellier signaleert een toenemende maatschappelijke druk op burgers om op te treden bij onrecht, dus dat geldt al helemaal voor agenten. Het past ook in de centrale boodschap van het kabinet: samen werken, samen leven. De politie zegt bovendien dat ze het niet alleen kan – en roept via het tv-programma Opsporing Verzocht op om mee te helpen.

Boutellier noemt dat de ‘responsabilisering van de samenleving’, „anderen medeverantwoordelijk maken voor veiligheid”. Er is wetgeving in de maak om burgers die dat gedrag vertonen meer in bescherming te nemen. In die trend past ook de beweging dat er meer begrip komt voor eigenrichting, burgers die het heft in eigen hand nemen.

Neem de Albert Heijn-medewerkers in Amsterdam, die met buitensporig geweld een winkeldief in de kraag vatten – en op grote bijval uit de samenleving konden rekenen voor die handelwijze. Prins Bernhard bood aan hun boete te betalen. En toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Johan Remkes liet zich ooit ontvallen dat hij daders van zinloos geweld „een gigantische rotschop zou hebben gegeven”.

Beroepstrots en hoge verwachtingen ten aanzien van politiemensen deden de agente waarschijnlijk ingrijpen, die woensdagnacht.

En dan was de slingerende BMW ook nog eens geen lichte overtreding. De bestuurder had wel dronken kunnen zijn – en had mogelijk andere weggebruikers kunnen aanrijden.

Maar ze had toch kunnen wachten op versterking? Er was al een auto onderweg. En was het dan misschien toch overmoedig van haar, om op de bestuurder af te stappen?

Misschien, maar ook dat kan je niet zomaar zeggen.

„Ze ging uit van een simpel geval ‘bestuurder onder invloed’. Van een simpele verkeersovertreding”, zegt de woordvoerder van de Amsterdamse politie. „Als ze had geweten dat de bestuurder vuurgevaarlijk was, had ze dit natuurlijk nooit gedaan. Je rekent er gewoon niet op dat iemand zijn hoofd naar buiten steekt en boem doet. Dat is zo onwerkelijk.”

En dat heeft echt niets met onervarenheid te maken, zegt de woordvoerder. „Ze was ervaren, ze was hoofdagent. Dan weet je dat je nooit alleen op een vuurgevaarlijke verdachte af moet stappen. Ze wist niet dat hij een wapen had.”

Was het dan misschien naïef?

Volgens een politieman die anoniem wil blijven, is het niet altijd verstandig voor een agent om ’s avonds laat, in je eentje, op een auto af te stappen als je niet precies weet wat je kan verwachten. Hij zegt dat hij zeker weet dat de collega’s die ze belde gezegd hebben dat ze voorzichtig moest zijn, want dat zeggen ze altijd.

Maar zelfs dan, zegt ook deze anonieme collega die geschokt is door het voorval: „We weten niet wat er precies gebeurd is. Misschien was er wel degelijk sprake van een mogelijk zeer gevaarlijke situatie voor andere weggebruikers, of voor omstanders.” Dus zelfs dan zou de agente verantwoord gehandeld hebben.

Het enige dat een agent moet doen, is altijd de afweging maken: ben ik in staat mijn doel te bereiken en kan ik dat doel veilig bereiken, zegt Timmer. „Want als hij het niet veilig kan bereiken, dan bereikt hij zijn doel niet.”

Misschien had ze dus uit veiligheidsoogpunt moeten wachten op versterking. Maar, zegt Timmer wederom, ze had echt niet kunnen weten dat de verdachte een vuurwapen bij zich droeg. „De kans dat zomaar een bestuurder een vuurwapen heeft, is in Nederland niet zo groot.”

Maar het werd Gabriëlle Cevat wel fataal.