EU moet zich mengen in Ruslanddebat

Terwijl George W. Bush op het Japanse eiland Hokkaido met andere leiders ontspannen de wereldproblemen doornam, tekende zijn minister van Buitenlandse Zaken deze week in Praag een verdrag dat nog voor veel ongemak zal zorgen. Tsjechië plaatst ingevolge dit verdrag een radarstation, onderdeel van een verdedigingssysteem dat ook, in Polen op te stellen, anti-raket raketten omvat. De Russische regering reageerde onmiddellijk met de waarschuwing dat op plaatsing een militair antwoord zal worden gegeven. Alsof de problemen die op Hokkaido de revue passeerden niet groot genoeg zijn (opwarming van de aarde, financiële anarchie, krimpende economieën, uit de bocht vliegende brandstof- en voedselprijzen) voegen de VS er in Europa nog een politieke bermbom aan toe.

Wat bezielt de Amerikaanse president? Twee van zijn gesprekspartners, de staatshoofden van Rusland en China, staan hem als enigen in de wereld op gelijke hoogte te woord. Maar de Amerikaanse behandeling van beiden kan niet meer verschillend zijn. President Dmitri Medvedev wordt geconfronteerd met een provocatie die de donkerste dagen van de Koude Oorlog in herinnering roept. Het Chinese staatshoofd Hu Jintao kreeg te horen dat hij bij de opening van de Olympische Spelen op de aanwezigheid van Bush kan rekenen. Afwezig zijn ‘zou een belediging zijn van het Chinese volk’. Het gesprek met de Chinese leiders zou er moeilijker door worden. In de omgang met de Russen heeft Washington kennelijk geen last van scrupules.

Toch kan het ook anders. Een voorbeeld daarvan stond in de Frankfurter Allgemeine Zeitung van 7 mei jongstleden. Horst Teltschik, de belangrijkste adviseur van kanselier Kohl toen deze na de val van de Muur een essentieel aandeel had in het herstel van de Duitse eenheid en het ontstaan van nieuwe verhoudingen in Europa, hield daarin een pleidooi voor betere betrekkingen met Moskou. De kop boven het artikel, Russland braucht keine Belehrungen, sprak voor zichzelf. De aanleiding: de opvolging als staatspresident van Putin door Medvedev.

Welke zijn de lessen die het Westen het Kremlin voorhoudt? Rusland is niet democratisch genoeg, aan de rechtstaat ontbreekt zo het een en ander, Russische levering van olie en gas dient gegarandeerd te zijn, Rusland moet zich afzijdig houden in voormalig Sovjetgebied, Rusland moet het NAVO-lidmaatschap van voormalige Sovjetrepublieken zonder morren accepteren alsook de afweer in Polen en Tsjechië tegen zogeheten schurkenstaten (rogue states). (Van Praag is minister Rice doorgereisd naar Georgië, dat tegen Russisch verzet in, aanstalten maakt tot de westelijke invloedssfeer toe te treden.)

Teltschik bekijkt het van de Russische kant. Rusland heeft vrede nodig, meent hij, naar buiten en naar binnen, Rusland heeft partners nodig op alle gebieden van politiek, economie en de maatschappelijke inrichting. ‘Rusland heeft samenwerking en uitwisseling nodig’. In de ‘chaos tijdens het presidentschap van Jeltsin’ is bij de Russen het beeld ontstaan dat het Westen niet alleen de verzwakking van hun land heeft gewild, maar haar ook heeft uitgebuit. Het gevoel, meent Teltschik, de minste te zijn en vernederd te worden heeft zich tijdens Putins bewind vermengd met een nieuw zelfbewustzijn dat nationalistische tendensen versterkt.

De schrijver verwijst dan naar een uitroep van Putin tijdens de NAVO-conferentie dit voorjaar in Boekarest: ‘Mensen, laat ons vrienden zijn’. De Europeanen, schrijft Teltschik, hebben alle reden vrienden te zijn over de tegenwoordige grenzen van NAVO en EU heen. Na twee wereldoorlogen en een 45 jaar durende Koude Oorlog kan er volgens hem geen ander antwoord worden gegeven dan vrede, veiligheid, samenwerking en vriendschap tussen alle Europese staten. ‘Rusland moet erbij horen’.

Teltschik herinnert aan de ondertekening in november 1999 in Parijs door 35 lidstaten van de OVSE van het ‘Charter voor een nieuw Europa’, waarmee een nieuw tijdsgewricht van democratie, vrede en eenheid werd ingeleid. Hij geeft toe dat deze organisatie nu ‘een marginale rol speelt’. Maar een gezamenlijke Europese orde van vrede en veiligheid ‘ligt nog ter tafel’. Toen Putin bijna zeven jaar geleden in de Bondsdag daarop wees, kreeg hij van alle kanten applaus. ‘Dat is vergeten’.

Teltschik noemt zich voorstander van toetreding van Rusland tot de NAVO. President Clinton had dit destijds al voorgesteld. Nu zou de tijd gunstig zijn om daarover met de nieuwe Russische president te spreken als een doel voor de middellange of langere termijn. Er zijn, somt de schrijver op, genoeg gebieden waar de belangen samenvallen.

Maar er blijven diepsnijdende verschillen. De bijeenkomst op Hokkaido bewees de juistheid van beide beweringen. Men was bijeen om over de gedeelde belangen consensus te bereiken. Tegelijkertijd sleutelde minister Rice aan een Europese toekomst waarin voor Rusland als vriend geen plaats is. Intussen zwijgt de EU hierover in alle talen.

J. M. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.

Reageren kan op nrc.nl/sampiemon (Reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie.)