De Kooning bestrijdt de overdaad

Het klinkt toch prachtig, op papier. „De Willem de Kooning Academie zal wederom het beste werk van haar studenten tentoonstellen.” En dat gebeurt dit jaar op een „bijzondere locatie”, namelijk Las Palmas II”.

De afgelopen weken hebben overal in Nederland de kunstacademies weer hun examenexposities gehouden. Wie ze wel eens bezoekt, weet dat het geweldige tentoonstellingen zijn met een grote variëteit aan kunstuitingen en grote verschillen in kwaliteit. Het zijn groepstentoonstellingen, maar dan in het kwadraat. Soms ontdek je een lijn of wellicht de invloed van een docent, maar het is altijd een avontuur waar elk nieuw lokaal en elk nieuw zaaltje je oog in oog kan brengen met iets prachtigs. Het is heerlijk om te zien waar iemand zich zijn laatste academiejaar allemaal mee heeft bezig gehouden.

Examenexposities zijn niet alleen avontuurlijk door de kans op een pril meesterwerk van iemand die beroemd gaat worden. Even leuk zijn de locaties. Wie de tien belangrijke academies afreist, trekt niet alleen door het zomerse land van Maastricht tot Groningen en van Amsterdam tot Enschede, het brengt hem ook op boeiende plaatsen. De meeste academies houden de expositie in hun schoolgebouw. Voor de St. Joost is dat een voormalig klooster, inclusief kapel, in een park iets buiten Breda. De AKI zit in een stoere constructiehal op de campus van de TU Twente tussen Hengelo en Enschede. Utrecht presenteert zijn afdeling Beeldende Kunst in een fabriek waar tijdens de oorlog Duitse duikboten zijn gemaakt.

Al die scholen geven ruimte aan hun afstudeerders. Velen krijgen een heel lokaal en op zijn minst een wand van een meter of vijf. Wie een hok wil timmeren of de vloer onder water wil zetten, het mag.

Daarom bevreemdt het zo dat de Rotterdamse academie haar „bijzondere locatie” zo bespottelijk had ingericht. Las Palmas, een voormalig pakhuis, staat vol pilaren. Aan elke pilaar hingen vier schotjes en daartussen hadden 147 studenten een metertje en een plankje om te tonen wat hij kan.

Dat leverde tragische taferelen op. Je kunt iemand toch niet op beoordelen op één schilderijtje of een paar foto’s? Niemand kan in zo’n hoekje aan een paal laten zien wie hij is.

Dat het eigen gebouw niet zo geschikt is voor de examenexpositie wil ik wel geloven. Daarom zat de expositie eerder in TENT in de Witte de Withstraat, en heel geslaagd een paar jaar geleden in Maaskants schitterende Groothandelsgebouw naast het station.

Het eerste dat Albert van der Weide, hoofd van de afdeling Autonome Kunst en verantwoordelijk voor exposities, desgevraagd zegt, is dat kunstacademies niet verplicht zijn een eindexamenexpositie te houden. „Het is een bonus met als doel het openbaar maken van studentenwerk en profileren van het instituut.” Dat van iedere student vrijwel niets te zien was – de hoofddocenten hadden de selectie gedaan – was volgens hem ook een service aan het publiek dat zich door de overdaad anders te veel moet beperken. „Het is een zorgvuldig concept en een docent vormgeving heeft daar een slim ontwerp voor gemaakt.”

Alleen de modestudenten hadden geluk. Die showden hun kleding in het stadhuis van Rotterdam en hadden op de expositie in Las Palmas slechts een visitekaartje neergelegd. Dat hadden alle studenten moeten doen.