Britse vergoeding wandaden Irak

Het Britse ministerie van Defensie betaalt 2,8 miljoen pond (3,5 miljoen euro) schadevergoeding wegens de mishandeling door Britse militairen van negen Irakezen in Zuid-Irak in 2003. Eén van hen, de 26-jarige hotelreceptionist Baha Mousa, werd zo ernstig toegetakeld dat hij aan zijn verwondingen overleed.

Naar verwachting zal de zaak leiden tot meer compensatieclaims van Irakezen, die zijn mishandeld in de periode dat de Britten in Zuid-Irak opereerden. Zo is er een andere groep van tien Irakezen, die zegt in gevangenschap te zijn mishandeld en in vernederende poses te zijn gefotografeerd.

De zaak van Baha Mousa heeft al eerder voor opschudding gezorgd. Hij werd in september 2003 gearresteerd in het hotel waar hij werkte en samen met acht andere Irakezen uit het hotel meegenomen voor verhoor. De Britten hadden een tip over wapens in het hotel gekregen. Anderhalve dag later was Mousa, weduwnaar en vader van twee kleine kinderen, dood. Zijn vader kreeg een zwaar verminkt lichaam met 93 verwondingen te zien. De anderen overleefden maar waren ook mishandeld.

Een rechtszaak tegen zes Britse militairen leidde vorig jaar niet tot veroordelingen, maar de zaak bleef wringen. Nog dit voorjaar kondigde het ministerie van Defensie een nieuw openbaar onderzoek aan naar de affaire. Intussen besloot Defensie gisteren alvast tot de betaling van de 2,8 miljoen aan compensatie, waarvan het leeuwendeel is bestemd voor de nabestaanden van Baha Mousa.

De Britse generaal Freddie Viggers, die de besprekingen met advocaten van de Irakezen over de schadevergoeding leidde, verontschuldigde zich gisteren voor de „erbarmelijke behandeling” die Mousa en de anderen ten deel viel.