Berlusconi is dichtbij vrijwaring vervolging

De Italiaanse premier Silvio Berlusconi heeft een grote stap richting onschendbaarheid gezet, nu de Kamer van Afgevaardigden gisteren heeft ingestemd met een wet die hem vrijwaart van vervolging door justitie gedurende zijn ambtstermijn.

Naar verwachting zal de Senaat de wet nog voor het einde van de maand goedkeuren. Daarmee wordt Berlusconi’s juridische immuniteit een feit.

„Het is een wet die het land nodig heeft”, zei minister van Justitie Angelino Alfano. „De wet biedt Berlusconi de kans om te regeren, nadat hij op grandioze wijze de verkiezingen heeft gewonnen.”

Oppositieleider Walter Veltroni van de Democratische Partij sprak van een wet die alleen bedoeld is om de premier te behoeden voor rechtszaken. De wet is in recordtijd behandeld door de Kamer. Veltroni zei te wensen dat ook wetgeving over pensioenen en salarissen met een vergelijkbare snelheid kan worden aangenomen.

Berlusconi wordt in Milaan vervolgd wegens het omkopen van de Britse advocaat David Mills. Deze zou als getuige valse verklaringen in het voordeel van Berlusconi hebben afgelegd over in het buitenland verstopt zwart geld van Berlusconi’s bedrijf Fininvest. Op de omkoping staat maximaal zes jaar cel. De rechtbank wilde nog dit jaar uitspraak doen, maar de nieuwe wet voorkomt dat.

„Twee maanden na het aantreden van zijn regering heeft zijn machtsmisbruik gisteren een climax bereikt”, zo schrijft hoofdredacteur Ezio Mauro in dablad La Repubblica. Duidelijk is nu geworden, zo meent Mauro, dat Berlusconi „meer gelijk is dan zijn medeburgers”.

[Vervolg BERLUSCONI: pagina 4]

BERLUSCONI

Vrijwaring verschilt per land

[Vervolg van pagina 1] Regelingen over immuniteit voor ambtsdragers van hoge staatsfuncties verschillen per land. Meestal, licht de Nijmeegse hoogleraar C.A.J.M. Kortmann, gespecialiseerd in vergelijkend constitutioneel recht, desgevraagd toe, wordt onderscheid gemaakt tussen staatshoofden enerzijds, en ministers en volksvertegenwoordigers anderzijds.

Bij staatshoofden is er doorgaans verschil tussen de regelingen voor koningen en die voor presidenten. De eersten zijn in vrijwel elk staatsbestel onschendbaar. Presidenten zijn over het algemeen niet vervolgbaar tijdens hun ambt voor zaken als fraude en oplichting. Bij hun aftreden vervalt die immuniteit meestal. Voor ‘gewone’ vergrijpen, zoals in het verkeer, blijven ze tijdens hun ambtstermijn soms wel aansprakelijk.

Bij de onschendbaarheid van ministers en kamerleden zijn, aldus Kortmann, grofweg twee modellen. In het eerste, dat bijvoorbeeld in Nederland geldt, zijn deze politici niet aansprakelijk voor wat ze in het parlement zeggen. Voor wat ze daarbuiten doen genieten ze geen bescherming tegen vervolging.

In de tweede model zijn ministers en kamerleden immuun, tenzij het parlement die bescherming opheft. Zo is het onder andere in Frankrijk, en nu ook in Italië.